Grotere eetlust in de kindertijd gelinkt aan latere eetstoornissymptomen

Facebooktwitterlinkedinmail

22 februari 2024 – Een grotere eetlust in de vroege kindertijd kan verband houden met een grotere kans op het ervaren van eetstoornissymptomen tijdens de jeugd, volgens een nieuwe studie onder leiding van onder andere dr. Ivonne Derks en prof.dr. Pauline Jansen, Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en onderzoekers van UCL, Verenigd Koninkrijk. Het onderzoek is gepubliceerd in The Lancet Child & Adolescent Health.

In het onderzoek is gekeken naar onderzoeksgegevens van 3.670 jongeren in het Verenigd Koninkrijk en Nederland naar hoe eetlustkenmerken in de vroege kindertijd verband kunnen houden met de kans op het ontwikkelen van eetstoornissymptomen tot tien jaar later. Het is het eerste onderzoek dat uitgebreid de rol van eetlustkenmerken bij de ontwikkeling van eetstoornissymptomen onderzoekt.

Eetlustkenmerken 
Eetlustkenmerken geven aan hoe we reageren op voedsel en de mogelijkheid om te eten, en de mate waarin we meer of minder willen eten wanneer we negatieve emoties ervaren. Ze zijn onderverdeeld in kenmerken voor een grotere eetlust (bv. de neiging om te eten bij het zien of ruiken van eten in de omgeving, meer genieten van eten en emotioneel overeten) en kenmerken voor een kleinere eetlust (bv. een groter verzadigingsgevoel, kieskeurigheid ten opzichte van eten, langzamer eettempo en emotioneel ondereten).

De onderzoekers ontdekten dat met name een sterkere neiging om te eten wanneer je smakelijk voedsel ziet, ruikt of proeft (reactie op externe eetsignalen), op de leeftijd van vier en vijf jaar verband hield met een hogere kans op het ontwikkelen van een reeks eetstoornissymptomen op de leeftijd van 12 tot 14 jaar. Hierbij gaat het om eetbuien, ongecontroleerd eten, emotioneel eten, lijnen, en compensatiegedragingen.

Het onderzoeksteam ontdekte ook dat een langzamer eettempo en je sneller vol voelen (een hoger verzadigingsgevoel) in de vroege kindertijd beschermend kan zijn tegen het ontwikkelen van sommige eetstoornissymptomen op latere leeftijd.

Dr. Ivonne Derks (EUR & UCL Institute of Epidemiology & Health Care) zegt: “Hoewel onze studie geen oorzakelijk verband kan aantonen, suggereren onze bevindingen dat een sterkere neiging om te eten wanneer je eten ziet, ruikt of proeft een risicofactor kan zijn voor het ontstaan van eetstoornissymptomen in de adolescentie.” “Dit is echter ook normaal en veel voorkomend gedrag en moet worden gezien als slechts één van de vele mogelijke risicofactoren in plaats van iets waarover ouders zich zorgen moeten maken.”

Externe eetsignalen
Een sterkere neiging om te eten bij externe eetsignalen is in verband gebracht met een toename van 16% tot 47% in de kans op het rapporteren van verschillende eetstoornissymptomen. De toename van 47% gevonden voor het rapporteren van eetbui symptomen (het eten van een zeer grote hoeveelheid voedsel en/of het ervaren van het gevoel de controle over het eten te verliezen). Dit betekent dat jongeren van wie de ouders hen het hoogst beoordeelden op de neiging om te eten bij externe eetsignalen bijna drie keer zoveel kans hadden om eetbui symptomen te rapporteren in vergelijking met jongeren van wie de ouders hen het laagst beoordeelden.

Een toename van 16% werd gevonden voor lijngericht eetgedrag, waarbij iemand zijn voedselinname beperkt om gewicht te verliezen of gewichtstoename te voorkomen. Net als bij de neiging om te eten bij externe eetsignalen, werd emotioneel overeten in de vroege kindertijd ook in verband gebracht met een grotere kans op compensatiegedrag dat bedoeld is om gewichtstoename te voorkomen, zoals het overslaan van maaltijden, vasten en overmatig sporten.

Verminderd risico
Een groter verzadigingsgevoel – dat wil zeggen, sneller en langer een vol gevoel hebben na het eten – was gerelateerd aan een lagere kans op ongecontroleerd eten (gedefinieerd als de mate waarin iemand zich niet meer onder controle voelt tijdens het eten en meer eet dan normaal) en compensatiegedrag. Een langzamer eettempo was ook gerelateerd aan een lagere kans op compensatiegedrag en lijngericht eetgedrag.

De onderzoekers ontdekten daarnaast dat eetlustkenmerken zoals kieskeurig eten, emotioneel ondereten (minder eten vanwege negatieve emoties) en genieten van eten in de vroege kindertijd geen verband hielden met latere eetstoornissymptomen in de adolescentie.

Preventie 
Eetstoornissen zijn vaak lastig effectief te behandelen als ze zich eenmaal hebben ontwikkeld en daarom is het belangrijk om te onderzoeken hoe men de ontwikkeling kan voorkomen. Het onderzoeksteam houdt zich bezig met het identificeren van risicofactoren in het vroege leven en is gericht op het ondersteunen van de ontwikkeling van mogelijke preventiestrategieën. Deze zouden bijvoorbeeld kunnen bestaan uit het bieden van extra ondersteuning aan kinderen met een hoger risico.

Professor Pauline Jansen (EUR) vertelt: “Al met al laten onze bevindingen zien dat het ontwikkelen en testen van preventiestrategieën de moeite waard kan zijn. Hoewel iemands eetlust een aanzienlijke genetische component heeft, weten we ook dat er omgevingsinvloeden zijn die de eetlust kunnen beïnvloeden. Een gezonde voedselomgeving en responsieve voedingsstrategieën van ouders zouden kunnen helpen om het risico op het ontwikkelen van eetstoornissen te verlagen.”

Een gezonde voedselomgeving is een omgeving waarin gezonde voedingsmiddelen beschikbaar zijn en prominenter, opvallender en betaalbaarder zijn dan minder gezonde opties. Dit omvat ook bredere toegang tot voedsel, zoals welke soorten verkooppunten er in onze buurt zijn en welk voedsel we op tv zien.

Responsieve voedingsstrategieën van ouders gaat over het aanbieden van voedzaam eten op vaste tijden voor maaltijden en tussendoortjes, en het kind vervolgens zelf laten beslissen wat het eet en hoeveel het eet (als het al iets eet) zonder druk uit te oefenen.

In een ander onderzoek, dat is geaccepteerd voor publicatie in the International Journal of Eating Disorders (publicatiedatum 23 feb. 0.01 uur), is in Generation R en Gemini ook onderzocht of voedingsstrategieën van ouders in de kindertijd invloed zouden kunnen hebben op de ontwikkeling van eetstoornis symptomen in de jeugd.

De onderzoekers vonden dat niet-responsieve voedingsstrategieën, zoals druk uitoefenen om een kind meer te laten eten en eten geven als beloning of te troosten, gerelateerd waren aan een hogere kans op sommige eetstoornis symptomen later. De gevonden effecten waren echter klein en varieerden tussen de twee cohorten. Hierdoor is replicatie in andere onderzoeken nodig volgens de onderzoekers.

Over het onderzoek
Voor het onderzoek keken de onderzoekers naar gegevens van twee afzonderlijke longitudinale studies: Generation R, dat kinderen volgt die tussen 2002 en 2006 in Rotterdam zijn geboren, en Gemini, dat tweelingen volgt die in 2007 in Engeland en Wales zijn geboren.

Eetlustkenmerken werden beoordeeld op basis van de antwoorden op vragenlijsten van ouders toen de kinderen vier of vijf jaar oud waren. Eetstoornissymptomen werden door de toenmalige jongeren zelf gerapporteerd op de leeftijd van 12 tot 14 jaar, wanneer eetstoornissymptomen meestal de kop opsteken.

Ongeveer 10% van de adolescenten rapporteerde eetbui symptomen. Daarnaast meldde 50% minstens één gedrag om hun voedselinname te compenseren of om niet aan te komen, zoals het overslaan van een maaltijd.

Het onderzoek werd ondersteund door MQ Mental Health Research, Rosetrees Trust, VK en ZonMw in Nederland.

Ivonne P.M. Derks, Zeynep Nas, Holly A. Harris, Alice R. Kininmonth, Prof Janet Treasure, Prof Pauline W. Jansen, Clare H. Llewellyn, “Early childhood appetitive traits and eating disorder symptoms in adolescence: a 10-year longitudinal follow-up study in the Netherlands and the UK” The Lancet Child & Adolescent Health
DOI: https://doi.org/10.1016/S2352-4642(23)00342-5

Bron: eur.nl 

Dit bericht is 1168 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail