Therapieën

Hieronder vindt je een overzicht van de meest gangbare therapieën. De volgorde is alfabetisch, de beschrijving  is soms beknopt;

Heb je een tip of aanvulling: mail naar nieuwsfeit@ggznieuws.nl 

 


 

 

Acceptance and Commitment Therapy

Acceptance Commitment Therapie (ACT)* is een vorm van therapie waarbij het aanvaarden van jouw (onverkaarde) klachten centraal staat (acceptatie). Je leert om het zinloze gevecht met (vervelende) emoties, gedachten en lichamelijke sensaties waar mogelijk te stoppen. Zo ontstaat er ruimte en aandacht voor dingen die echt belangrijk voor je zijn (commitment). Het doel is niet om klachten op te lossen of te verminderen, maar om mentaal veerkrachtiger te worden.
*Dit is een Engelse term en kun je vertalen als Acceptatie en Toewijding-therapie.

ACT in de praktijk
Stel je bent een fanatieke hardloper, maar door onverklaarde pijnklachten in je knie, loop je steeds meer met tegenzin en ongemak. Bovendien lijdt je werk en privéleven eronder. Mensen om je heen adviseren je een andere sport te kiezen én ander werk te zoeken. Tegen beter weten in blijf je tóch doorlopen met een brace, en je gaat juist extra naar de sportschool om je lichaam sterker te maken. Gevolg: nog meer lichamelijk ongemak en een vicieuze cirkel van frustratie.

Met behulp van ACT kun je de gevolgen van je pijnklachten gaan ontdekken en accepteren. Je werkt aan je mentale flexibiliteit, en staat stil bij wat je echt belangrijk vindt. Je brengt meer tijd door met je gezin, vindt een andere hobby en krijgt ander werk. Je kwaliteit van leven neemt toe.

Behandeling
Bij ACT leer je om op een flexibele manier om te gaan met de obstakels die je tegenkomt in je leven, zodat je je aandacht kunt richten op waardevolle dingen. Het is een ervaringsgericht behandeltraject waarbij je aan de slag gaat met je binnenwereld (gedachten en emoties) en lichaam. Ook mindfulness oefeningen zijn onderdeel van het traject. De behandelvorm heeft verder veel raakvlakken met cognitieve gedragstherapie.

Het ACT-model
ACT bestaat uit 6 stappen die in willekeurige volgorde kunnen worden uitgevoerd:

  • Acceptatie: ruimte maken voor vervelende ervaringen.
  • Defusie: afstand nemen van je gedachten.
  • Het zelf: flexibel omgaan met je zelf(beeld).
  • Hier en nu: aandacht voor het hier en nu.
  • Waarden: stilstaan bij wat je echt belangrijk vindt.
  • Toegewijd handelen: investeren in je waarden.

Het doel van ACT is om van een fysiek of mentaal probleem tot een flexibele manier van denken te komen, door middel van bovenstaande 6 stappen.

Terug naar boven


 

 

Beeldende therapie

Beeldende therapie is in Nederland een van de zeven therapievormen van vaktherapie, voorheen creatieve therapie genoemd. Beeldende therapie is een ervaringsgerichte therapie. Het doel is door beeldende middelen zoals tekenen, boetseren, schilderen, etc. een veranderingsproces te bewerkstelligen. Het is een therapie die als doel acceptatie-, veranderings- en ontwikkelingsprocessen wil behalen. Deze verandering vindt plaats in het beeldend werken. Belangrijk is de dialoog tussen de cliënt, de werkstukken en de beeldende therapeut. Via expressie en communicatievormen leert de cliënt te ervaren en uit te drukken wat met woorden soms moeizaam gaat.

De beeldend therapeut gebruikt beeldende middelen en onderbouwde methodieken om onbewuste behoeften en gevoelens bewust en hanteerbaar te maken. Hierdoor kan de cliënt inzicht krijgen, verwerken en verrijken, maar ook het cognitief of lichamelijk functioneren kan vooruit gaan. Beeldende therapie onderscheidt zich van andere vormen van vaktherapie, doordat men in beeldende therapie werkstukken maakt die een blijvend karakter hebben.

De technieken en materialen sluiten aan bij de doelstelling, doelgroep, de methodiek en visie van de beeldende therapeut. Als basismateriaal wordt meestal teken- en schilder materiaal gebruikt, maar ook hout, metaal, klei en kosteloos materiaal worden vaak gebruikt.

Het werkveld van de vaktherapeut is sterk in ontwikkeling. Beeldende Therapie wordt voornamelijk aangeboden binnen de geestelijke gezondheidszorg. In toenemende mate wordt beeldende therapie ingezet binnen justitie, forensische psychiatrie en ambulante/klinische verslavingszorg, de jeugdhulpverlening en in het onderwijs.

Een vaktherapeut is vaak lid van een multidisciplinair team, bestaande uit therapeuten, psychologen, artsen of begeleiders. Er zijn ook zelfstandig gevestigde vaktherapeuten.

Vaktherapie kan een bijdrage leveren aan zowel diagnostiek als behandeling. Een beeldend therapeutische benadering is inzetbaar in alle behandelfasen en bij een breed scala aan problematiek.

Definitie beeldende therapie
In de beeldende therapie wordt methodische gewerkt met gerichte interventies met beeldende materialen, gereedschappen en technieken, bijvoorbeeld schilderen, tekenen, textiel, metaal, steen, hout en digitale middelen. De patiënt/cliënt doet tijdens dat proces fysieke, zintuiglijke, emotionele en cognitieve ervaringen op. Bijzonder aan beeldende therapie is dat het werkstuk concreet is. De patiënt/cliënt kan het loslaten, wegleggen, ernaar terugkijken en ervaren hoe het is om het eens anders te doen. Beeldende therapie wordt door veel patiënten/cliënten beleefd als een rechtstreekse weg naar diepere gevoelslagen. Het confronteert hen met patronen in denken, voelen en handelen in een relatief veilige situatie. [2]

Verschil beeldende therapie en kunstzinnige therapie
Beeldende therapie en kunstzinnige therapie hebben een grote overeenkomst. Ze werken allebei met beeldende materialen. Het belangrijkste verschil is dat kunstzinnige therapie gebaseerd is op antroposofische grondslag van Rudolf Steiner,[3] terwijl beeldende therapie meer werkt vanuit psychiatrische diagnostiek en raakvlakken heeft met gedragstherapie en psychotherapie. Naast aandacht voor verwerkingsprocessen neemt bij de beeldende therapie het stimuleren van de gezond makende krachten in de mens een belangrijke plaats in. Bij kunstzinnige therapie wordt uitgegaan van een vaststaande werking van bepaalde kleuren en vormgevingsprincipes.

Toepassing
Beeldende therapie is een behandelmethode voor mensen met psychosociale problemen en/of psychiatrische stoornissen. De therapie is er op gericht veranderings-, ontwikkelings-, stabilisatie- en/of acceptatieprocessen te bewerkstelligen. Opgedane ervaringen in beeldende therapie leiden tot nieuwe vaardigheden en inzichten die praktisch toepasbaar zijn in het dagelijks leven. Vaardigheden kunnen liggen op emotioneel, sociaal, cognitief of lichamelijk gebied. Beeldende therapie is voor kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen. Beeldende therapie kan zowel klinisch als ambulant worden aangeboden, in groepen, individueel, bij echtparen of gezinnen.

Enerzijds gaat het bijvoorbeeld over doelgroepen die moeite hebben om zich adequaat (verbaal) te uiten. Anderzijds gaat het bijvoorbeeld om doelgroepen die sterk cognitief zijn ingesteld, zicht hebben op aard en achtergrond van het probleem, maar weinig tot niet stilstaan bij hun ervaringen. Beeldend therapeuten kunnen ervaringen aanbieden die nieuw zijn en een trigger kunnen zijn tot gedragsverandering.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Angstklachten
  • Autisme
  • Chronische vermoeidheid
  • Dementie
  • Depressie
  • Gedragsproblemen
  • Negatief zelfbeeld
  • Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
  • Persoonlijkheidsstoornis
  • Trauma
  • Verliesverwerking
  • Verslaving

Terug naar boven


 

 

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie (cgt) is een mengeling van gedragstherapie met interventies die ontwikkeld zijn vanuit de cognitieve psychologie.  De kern is de veronderstelling dat irrationele cognities (gedachten) zorgen voor disfunctioneel gedrag, zoals vermijdingsgedrag of agressie. De technieken die gebruikt worden in de cognitieve gedragstherapie richten zich op het veranderen van de inhoud van deze irrationele cognities. Grondleggers van cgt zijn Aaron Beck en Albert Ellis. Daarnaast wordt gewerkt met technieken uit de klassieke gedragstherapie. Deze staan bij cgt echter ten dienste van het veranderen van cognities.

Theorie
De basis van cgt wordt gevormd door het cognitieve model. In dit model wordt beschreven hoe gedachten over een situatie tot gedrag en gevoelens leiden. Dit wordt schematisch weergegeven in een ABC-schema, ook wel G-schema:

  • A. Gebeurtenis: hiermee wordt de objectieve gebeurtenis bedoeld, beschreven alsof je door een camera kijkt
  • B. Gedachten: hiermee worden de specifieke gedachten bedoeld die je hebt bij de bij A genoemde gebeurtenis
  • C. Gevoel/Gedrag: welk gevoel of gedrag is het gevolg van deze gedachten?
    Zo kan iemand die depressief is bij het (A) tegenkomen van zijn baas denken (B) O nee hè, ik krijg weer een slechte beoordeling straks en zich daardoor (C) depressief gaan voelen en zijn baas proberen te vermijden, waardoor hij in de problemen raakt. Een andere theorie is dat cgt zich richt op het activeren van stimuli in het cognitieve netwerk van de cliënt die niet compatibel zijn met irrationele cognities en schema’s.

Interventies
De interventies van cgt richten zich primair op het veranderen van de B in het ABC-schema, als blijkt dat deze gedachte irrationeel of niet-helpend is. Dit kan gebeuren door middel van een groot aantal technieken, waaronder:

  • de socratische dialoog
  • meerdimensionaal inschalen
  • taartpunttechnieken, het verzinnen van alternatieve cognities bij automatisch negatieve gedachten
  • gedragsexperimenten
  • systematische desensitisatie, het blootstellen van de patiënt aan wat hem angst inboezemt
  • counterconditionering, het conditioneren van ongewenst gedrag door het associëren van een stimulus met gewenst gedrag

Er bestaan verschillende vormen van cognitieve gedragstherapie:

  • Rationeel-emotieve therapie
  • Klassieke cgt volgens Beck
  • Schemagerichte cognitieve therapie volgens Jeffrey Young, specifieke en uitgebreide therapie voor persoonlijkheidsstoornissen.

Onderzoek
Cgt is waarschijnlijk de meest toegepaste vorm van psychotherapie. Uit veel onderzoek blijkt dat cgt effectief is in het bestrijden van symptomen bij verschillende vormen van psychopathologie.

Terug naar boven


 

 

Dialectische gedragstherapie ( DGT )

De dialectische gedragstherapie (zie dialectica) of linehantherapie is een therapie voor mensen met een ernstige borderlineproblematiek. De aanpak is ontwikkeld door de Amerikaanse therapeute Marsha Linehan. In 1995 werd deze methode in Nederland geïntroduceerd en oorspronkelijk alleen gegeven in de Jellinek kliniek in Amsterdam. Na een proefperiode is de methode in 2007 ook op diverse andere plekken in Nederland en Vlaanderen te volgen. Dialectische gedragstherapie wordt gezien als evidence-based medicine.

Doel van de therapie
DGT heeft als doel het aanleren van verschillende vaardigheden om zo goed mogelijk op problemen te reageren. De therapie is voornamelijk gekoppeld aan problemen die kenmerkend zijn voor iemand met een BPS, zoals bijvoorbeeld relationele problemen, gedrags- en impulsbeheersing, instabiele identiteit, emotioneel labiel zijn en cognitieve stoornissen. Kort samengevat leert de patiënt zijn gedrag en gedachten te ‘managen’. Patiënten leren zich bewust worden van de manier waarop zij reageren, denken en voelen, en hier effectief op te reageren.

De behandeling
De behandeling bestaat uit twee onderdelen, namelijk een individuele psychotherapie en een groepstraining psychosociale vaardigheden. Deze vaardigheden zijn gericht op: het goed waarnemen van zichzelf (kernoplettendheid), interpersoonlijk functioneren (intermenselijke effectiviteit), emotieregulatie en het omgaan met crisis. Deze twee onderdelen worden apart aangeboden en dit is van essentieel belang. De individuele psychotherapie is er voor het proces en daarbij is er ruimte voor crisissen en de gebeurtenissen van de dag. Dit maakt dat de vaardighedentraining zich kan concentreren op het aanleren en oefenen van de vaardigheden. Het toepassen van deze vaardigheden zal voortdurend door de individueel therapeut benadrukt worden. De therapeutische relatie wordt gekenmerkt door het feit dat de therapeut optreedt als coach voor de patiënt en niet voor de omgeving van de patiënt.

Plaatsbepaling binnen psychotherapie
DGT is een vorm van gedragstherapie, die zich specifiek richt op de behandeling van symptomen die horen bij ernstige persoonlijkheidsstoornissen, zoals zelfbeschadigend en (para)suïcidaal gedrag bij mensen die lijden aan een borderlinepersoonlijkheidsstoornis. Het is ontstaan als alternatief voor cognitieve gedragstherapie(CGT), die niet effectief genoeg bleek bij ernstig zelfbeschadigend gedrag.

Omdat er in DGT een grote plaats is voor concepten als mindfulness en radicale acceptatie, en niet primair gericht is op verandering van inhoud van cognities maar op het leren omgaan met cognities en emoties, wordt DGT wel geschaard onder de zogenaamde derde generatie gedragstherapie[1]. De therapie heeft sterke overeenkomsten met Acceptance and Commitment Therapy(ACT).

Modules
De therapie bestaat uit vier modules: kernoplettendheid, intermenselijke effectiviteit, emotieregulatie en het verdragen van crisis.

Terug naar boven


 

 

Dramatherapie

Dramatherapie is een vorm van creatieve therapie waarin dramatische middelen worden gebruikt; improviserend spel, bewegingsexpressie, poppenspel, maar ook gedichten, verhalen, schminken en costumering. Dramatherapie creëert een mogelijkheid waar mensen hun realiteit kunnen laten zien, hun eigen subjectief beleefde realiteit. Mensen kunnen interacties trainen binnen spelsituaties, ze kunnen kijken naar hun eigen kwesties, vanuit de distantie (bijvoorbeeld door het zien van anderen). Ze kunnen opluchting vinden in het naar buiten brengen van hun eigen situatie, ze kunnen verhalen creëren waar ze zichzelf in herkennen. Tijdens het spel doet men een nieuwe ervaring op. Een ervaring die, weliswaar opgedaan werd in een spelwerkelijkheid, maar kan worden meegenomen naar de wereld van alledag, net zoals er aspecten van de ‘echte’ werkelijkheid een plaats kunnen krijgen in het spel. Dat is het mechanisme waar de dramatherapeut gebruik van maakt.

Doelgroep
Veel mensen denken dat dramatherapie vooral geschikt is voor kinderen omdat zij zich nog niet goed verbaal kunnen uiten. Maar ook voor volwassen kan dramatherapie een goede therapievorm zijn.

Dramatherapie biedt hulpt bij diverse problematieken op sociaal, emotioneel en psychisch gebied. Voorbeelden hiervan zijn onder andere:

  • depressiviteit
  • moeite met aangaan of behouden van sociale contacten
  • gedragsproblemen
  • verwerking van moeilijke ervaringen en trauma’s
  • problemen met uiten van emoties, angsten, faalangst en onzekerheid
  • persoonlijkheidproblematieken

Terug naar boven


 

EMDR

Eye movement desensitization and reprocessing (afgekort EMDR) is een therapeutische behandelmethode die met name toegepast wordt bij mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Deze therapie is ontwikkeld door Francine Shapiro en bestaat sinds eind jaren 80.

Een essentieel element is het telkens wisselen van de aandacht van links naar rechts met oogbewegingen (de therapeut gaat met zijn of haar vingers zo’n 25 cm voor het gezicht van de cliënt heen en weer). Soms worden ook links-rechts geluiden via een koptelefoon toegepast of links-rechts aanrakingen op de knieën (‘tappen’).

EMDR wordt vaak toegepast om de vastgelopen verwerking van traumatische ervaringen weer op gang te helpen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit bij met name PTSS.[2][3] Uit systematische reviews blijkt dat de werkzaamheid van EMDR inmiddels voldoende vaststaat. Er bestaan inmiddels 21 gecontroleerde onderzoeken naar de effectiviteit van EMDR. Dit maakt

EMDR op dit moment de meest geëvalueerde behandeling op het gebied van psychisch trauma. Volgens de meest recente richtlijnen van de International Society for Traumatic Stress Studies (ISTSS), de American Psychiatric Association (APA) en de Engelse overheid (NICE) is EMDR, met imaginaire exposure, de ‘treatment of choice’ voor psychotrauma. Een Nederlandse richtlijncommissie onder auspiciën van het Trimbos-instituut kwam recentelijk met een soortgelijk advies (Landelijke stuurgroep multidisciplinaire richtlijnen in de GGZ (www.ggzrichtlijnen.nl):

“EMDR een van de meest in aanmerking komende psychologische interventies bij PTSS. De methode is effectief en wordt door zijn aard door veel patiënten en therapeuten als relatief weinig emotioneel belastend ervaren”. Onderzoek naar het nut van de oogbewegingen is in een recente overzichtsstudie eveneens bewezen.[4]Om die reden staat EMDR voor de behandeling van PTSS in de categorie van therapieën met de hoogste effectiviteit.

Werking

Hoewel de werking van EMDR niet specifiek een gevolg is van oogbewegingen alleen maar van een hele stapeling van technieken, is het toch interessant om onderzoeken te volgen naar de oogbewegingen sec, bijvoorbeeld het afleidende karakter van deze bewegingen. Dit is beweerd door de Canadese psychologen Raymond Gunter en Glen Boder  die ontdekten dat afleidende taken, zoals het natekenen van een ingewikkelde figuur, de sterkte van onplezierige persoonlijke herinneringen doen afnemen. Zij menen dat vooral activering van het werkgeheugen verantwoordelijk is voor het verminderen van de beladenheid van nare herinneringen. Er zijn aanwijzingen dat de oogbewegingtechniek meer werkgeheugen in beslag neemt dan de tikjes in de oren of de zachte tikjes op de handen/knieën, waardoor deze techniek bij zeer angstige herinneringen het best zou werken.

Terug naar boven


 

 

Emotion Focused Therapy (EFT) 

Met EFT kun je aan je relatie werken.

EFT is een relatietherapie, ontwikkeld door dr. Sue Johnson in Canada. Zij heeft jarenlang onderzoek gedaan naar echtparen en heeft gezocht naar een effectieve manier om de verbinding te herstellen of te verbeteren. Zij heeft die inzichten bijeen gebracht in EFT. Inmiddels is EFT de best onderzochte relatietherapie en bewezen effectief.

De basis van EFT is de hechtingstheorie die zegt dat niemand is gemaakt om alleen te zijn. Ieder mens functioneert beter in verbinding met een geliefde die emotioneel open en nabij is. In de veilige aanwezigheid van een partner of een geliefde kunnen we meer aan! In een relatie lopen de (negatieve) emoties vaak hoog op. Dat is lastig, maar ook begrijpelijk want de ander is zo belangrijk dat je die niet kwijt wilt raken.

In EFT gebruikt men  de emoties als ingang om elkaar te begrijpen. Onder de boosheid zit vaak veel pijn. Pas als je kunt zeggen wat jou pijn doet of waar je behoeften liggen kan de ander iets voor je betekenen. De ander kan troost geven, steun of geruststelling, maar dat kan pas als je niet alleen maar boos bent, maar juist je kwetsbare gevoelens durft te tonen.

Wat doet een EFT therapeut?

In de therapie verhelderen we de negatieve interactiepatronen die zijn ontstaan in je relatie. Sue noemt dat wel de ‘dans’ waardoor je wordt meegesleept. Dit negatieve patroon is het probleem geworden in je relatie. Een EFT therapeut begint met het ontrafelen van dit patroon en van ieders aandeel in die ‘dans’. We kijken naar de logica in jullie stappen en zoeken naar de uitweg: de ‘dans’ is de gezamenlijke vijand, en niet je partner. Als je dat kunt zien dan ontstaat er ruimte voor een nieuwe manier van omgaan met elkaar. Je ziet beter wat je zelf doet waarmee je je partner ongewild pijn doet, en je partner begint dat ook van zichzelf te zien. De sfeer tussen jullie verandert en er komt meer ruimte voor zachtheid en verbinding. Het fundament van de relatie wordt verstevigd en je durft elkaar meer te vertrouwen en emotioneel toe te laten. In de therapiesessies oefen je om naar elkaar uit te spreken wat je voelt en nodig hebt. In plaats van op elkaars tenen te staan en uit de pas te lopen, zijn jullie straks in staat om echte verbinding te voelen.

Terug naar boven


 

 

Exposure in vivo

Exposure in vivo vormt de kern van de cognitief-gedragstherapeutische behandeling van angststoornissen. Recente inzichten tonen aan dat exposure in vivo zijn effectiviteit ontleent aan het creëren van een discrepantie tussen verwachte en daadwerkelijke gebeurtenissen in specifieke (angstaanjagende) situaties, zogeheten disconfirmatie. Het optimaliseren van de (kans op) disconfirmatie is de belangrijkste taak van de gedragstherapeut bij het werken met exposure in vivo. In deze samenvatting van een PSyXpert-nascholingsartikel leest u onder meer over de wetenschappelijke stand van zaken op dit gebied en wordt een aantal praktische, voorlopige handvatten gegeven voor het onderscheiden en hanteren van veiligheidsgedrag.

Exposure in vivo en responspreventie
Cognitieve gedragstherapie is de eerstekeus behandeling voor angststoornissen. Exposure in vivo met responspreventie is daarvan een essentieel onderdeel. Exposure in vivo is de systematische blootstelling aan situaties waarin rampzalige gebeurtenissen worden gevreesd, met de bedoeling dat de patiënt ervaart dat het gevreesde uitblijft. Exposure wordt idealiter gecombineerd met responspreventie: gedragingen die voor de patiënt de functie hebben het gevreesde te voorkomen of te verminderen (veiligheidsgedrag) dienen achterwege gelaten te worden.

Ruimte voor verbetering
Exposure in vivo met responspreventie is een redelijk effectieve behandeling voor verschillende angststoornissen in vergelijking met placebobehandeling. Er zijn echter drop-out percentages tot 30% en patiënten die de behandeling niet afmaken ondervinden beduidend minder effect dan patiënten die de behandeling wel afmaken. Anders gezegd: ongeveer 50% van de patiënten ondervindt een significante verbetering na exposurebehandeling. Er is ruimte voor verbetering van exposurebehandeling. Wanneer een exposurebehandeling niet goed verloopt, kan extra diagnostiek van veiligheidsgedrag een middel zijn om de effectiviteit van exposurebehandeling te vergroten.

Terug naar boven


 

Interpersoonlijke therapie (IPT)

Interpersoonlijke psychotherapie (IPT) is een kortdurende, focale, steunende gesprekstherapie specifiek ontworpen voor de behandeling van ambulante depressieve patiënten. Naast depressie wordt IPT ook toegepast bij boulimie. IPT is opgenomen in de richtlijnen voor de behandeling van depressie en van eetstoornissen. Daarnaast worden inmiddels verschillende andere psychische stoornissen ook met IPT behandeld.

IPT is gebaseerd op de gedachte dat veranderingen in het aantal of de aard van belangrijke relaties een depressie kunnen uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor zijn.

De duur van de behandeling is afhankelijk van een aantal factoren zoals duur en ernst van de depressie. De duur varieert tussen de 8 en maximaal 20 gesprekken.

In de behandeling worden één of hooguit twee probleemgebieden uitgekozen om de behandeling op te richten. Bij IPT heeft dit probleem altijd te maken met recente veranderingen in relaties met belangrijke anderen.
IPT is ontwikkeld door Gerald Klerman en Myrna Weissman in de VS. In een groot aantal onderzoeken is inmiddels aangetoond dat IPT werkzaam is bij de behandeling van depressie. Onderzoek naar de toepassing van een groot aantal andere stoornissen is gaande.

Terug naar boven


 

 

Kortdurende psychodynamische therapie (KPT)

Volgens de psychodynamische benadering kennen mensen zowel bewuste als onbewuste drijfveren die van invloed zijn op hun gedachten en gedrag. De bewuste drijfveren herkennen ze als zodanig terwijl ze van de onbewuste geen weet hebben. In sommige gevallen kunnen deze bewuste en onbewuste drijfveren met elkaar botsen. Gedurende de psychodynamische psychotherapie wordt getracht contact te maken met de onbewuste processen waarbij de therapeut zijn cliënt begeleidt bij zijn oplossingsvermogen. Er is hierbij sprake van een sterke gerichtheid op gevoelsbeleving in het hier en nu.

De term dynamisch verwijst aan de ene kant naar de kern van de methode, die gericht is op afweer en weerstand die intensief bewerkt worden. Aan de andere kant houdt dit de beperking van de behandelwijze in, waarbij de toepasbaarheid ervan kan afnemen indien door de aard van de klachten of de persoonlijkheid de afweer minder goed georganiseerd is.

De moderne psychodynamische psychotherapieën zijn gebaseerd op psychoanalytische theorieën maar verschillen er qua methode en technieken van door de gestructureerde manier waarop de therapeut in samenwerking met de cliënt diens problemen benadert en behandelt. Bij deze korte en efficiënte behandelvorm wordt dikwijls een maximaal aantal zittingen vastgesteld met een variabele frequentie.

De korte dynamische psychotherapie vereist een actieve samenwerking tussen cliënt en behandelaar waarbij beiden een eigen taakstelling hebben om het gezamenlijk doel te bereiken, namelijk het durven herkennen van gevoelens, deze te begrijpen en desgewenst te uiten.

Op actieve wijze richt de behandelaar de aandacht van de cliënt tijdens de therapie zo snel mogelijk op de diverse mechanismen die deze gebruikt om zijn gevoelens te vermijden/voorkomen waardoor deze niet bewust ervaren en onderzocht kunnen worden. Hierdoor leert de cliënt deze mechanismen snel te herkennen en los te laten. Aan de hand van concrete situaties en interacties worden vervolgens de diverse gevoelens van de cliënt naar boven gehaald en overwonnen. Dikwijls duiken er tijdens dit proces pijnlijke herinneringen uit het verleden op waarbij wordt gekeken naar het verband tussen deze vroegere en de huidige pijnlijke ervaringen. Hierbij worden de vroegere pijnlijke gevoelens bewust onderzocht zodat deze verwerkt en opgeruimd kunnen worden.

De therapie begint met een langdurige zitting (proeftherapie) waarbij op actieve, confronterende wijze wordt geprobeerd het ‘onbewuste’ van de cliënt te openen. Hierbij wordt nauwkeurig in de gaten gehouden hoe de cliënt reageert. De manier waarop de therapeut daarbij te werk gaat kan verschillen aangezien deze samenhangt met de typische weerstanden van degene die behandeld wordt. Deze zitting zal uiteindelijk duidelijk maken of deze therapievorm geschikt is voor de cliënt in kwestie.

Terug naar boven


 

 

Lichttherapie

Lichttherapie is een behandeling waarbij je wordt blootgesteld aan intensief licht. Het licht is veel feller dan normaal kunstlicht, maar niet zo fel als op een zomerse dag buiten. Het licht komt binnen via je ogen. De hersenen gebruiken dit signaal waarschijnlijk om het dag- en nachtritme beter te regelen. In de lichte seizoenen heeft het buitenlicht dit effect. In de donkere seizoenen kan een gebrek aan daglicht leiden tot depressieve klachten bij mensen die hier gevoelig voor zijn.

Lichttherapie is bij de meeste mensen met winterdepressie en winterblues effectief en is gemakkelijk te ondergaan. Het werkt niet verslavend en is zeer veilig. Lichttherapie kan daarnaast helpen bij slaapklachten en het bestrijden van een jetlag.

In Nederland bieden bijna alle (psychiatrische) poliklinieken en ggz-instellingen lichttherapie aan. Over het algemeen zal een behandeld arts je een kuur voorschrijven van 5 tot 10 dagen, meestal tijdens de ochtend.

Gedurende ½ tot 2 uur (afhankelijk van de lichtsterkte) neem je plaats achter een lichttherapie-apparaat, zodat het werkzame licht in je ogen schijnt. Tijdens de behandeling kun je gewoon lezen, tv kijken of aan de computer werken, zolang het licht je ogen maar bereikt. Een arts kan ook kiezen voor een langere of kortere behandeltijd of een kleinere of grotere afstand tot de lamp. Dit is afhankelijk van je klachten, de gevoeligheid van je ogen en bijvoorbeeld het gelijktijdig gebruik van medicijnen.

Thuisgebruik
Als je een winterblues hebt, dan kun je bij vrijwel elke apotheek, thuiszorgwinkel of medische speciaalzaak een lichttherapie-apparaat aanschaffen voor thuisgebruik. Als je een door een psycholoog of psychiater vastgestelde winterdepressie hebt, dan kun je vaak na een eerste poliklinische behandeling in overleg met de arts eveneens een apparaat aanschaffen. Steeds meer ziektekostenverzekeraars vergoeden in een dergelijke situatie een apparaat voor thuisgebruik. Bovendien blijkt lichttherapie ook effectief bij ‘gewone’ depressie.

Bijwerkingen
Lichttherapie heeft weinig bijwerkingen die bovendien zelden voorkomen. De belangrijkste zijn hoofdpijn, vermoeidheid, droge of juist tranende ogen en roodheid van het gezicht. Over het algemeen nemen deze klachten na enkele dagen af om daarna helemaal te verdwijnen.

Wanneer kan beter geen lichttherapie gebruikt worden?
Het is raadzaam om een oogspecialist te raadplegen voordat je met lichttherapie begint, wanneer je gelijktijdig medicijnen gebruikt of wanneer je een oogziekte hebt. Medicijnen die een verhoogde gevoeligheid geven van het oog kunnen beter niet worden gecombineerd met lichttherapie.

Als je een bipolaire stoornis hebt, dan kun je alleen gebruik maken van lichttherapie als je heel zorgvuldig wordt geobserveerd en begeleid. Dit vanwege het risico op het ontstaan van een manische periode. Het is raadzaam bij vragen altijd je behandelend arts of huisarts te raadplegen.

Terug naar boven


 

Mentalization-Based Treatment (MBT)

Mentalization-Based Treatment (MBT) is een bewezen effectieve behandeling voor volwassenen met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). De methode wordt door verschillende nationale en internationale richtlijnen aanbevolen voor de behandeling van deze aandoening. BPS is een ernstige psychische stoornis die wordt gekenmerkt door stoornissen in relaties, zelfbeeld, emotiehantering en impulsiviteit. Kenmerkend voor MBT is dat er nauwelijks patiënten met BPS worden uitgesloten van behandeling. Sinds kort zijn ook toepassingen van MBT ontwikkeld voor kinderen, adolescenten, gezinnen en mensen met antisociale persoonlijkheidsstoornissen.

Theorie
MBT gaat ervan uit dat de problemen van mensen met BPS in belangrijke mate voortkomen uit verstoringen in de capaciteit om te mentaliseren. Mentaliseren verwijst naar het vermogen om het eigen gedrag en dat van anderen te begrijpen vanuit gedachten, gevoelens of intenties. Door problemen hierin hebben mensen met een BPS minder grip op zichzelf en op hun relaties met anderen, wat kan leiden tot stemmingsschommelingen, overgevoeligheid, wantrouwen en impulscontroleproblemen. Vanuit zowel neurowetenschappelijke als ontwikkelingspsychologische studies bestaat er uitgebreide wetenschappelijke steun voor de theorie achter MBT.

Doelgroep
De patiënten die behandeld worden met MBT hebben ernstige klachten ten gevolge van een borderline persoonlijkheidsstoornis. MBT sluit nauwelijks patiënten uit van behandeling. Ongeveer twee op drie MBT-patiënten voldoet aan de criteria van minstens één co-morbide persoonlijkheidsstoornis, meer dan 9 op 10 voldoet aan minstens één co-morbide as 1 stoornis, zoals een middelenmisbruikstoornis (79%), angststoornis (42%), stemmingsstoornis (36%) of eetstoornis (33%). Meer dan de helft van de MBT-patiënten verwondt zichzelf voor de start van de behandeling en 1 op 3 rapporteert minstens één suïcidepoging in de periode voorafgaand aan de behandeling. Meer dan 1 op 3 patiënten werd in de laatste zes maanden voor behandeling opgenomen op een crisisafdeling.

Effectiviteit van MBT-behandelingen
In twee belangrijke door randomisering gecontroleerde studies (RCT) werd aangetoond dat MBT leidt tot een sterke afname in zelfverwonding, suïcidepogingen en depressieve symptomen, een sterke verbetering van sociaal en interpersoonlijk functioneren en significant minder crisisopnames. De effectgroottes varieerden van 0.7 tot 1.7. Dit betekent dat de behandeling een groot tot zeer groot effect heeft. De behandeluitkomsten van MBT waren niet alleen beter dan ‘treatment as usual’ maar ook beter dan reguliere richtlijnbehandeling. In deze controleconditie werd een alternatieve behandeling volgens de richtlijnen voor de behandeling van BPS in dezelfde dosering aangeboden. Dit betekent dat MBT een meerwaarde heeft. Deze behandelresultaten blijven vijf jaar na het afronden van de behandeling niet alleen standhouden, maar nemen zelfs toe. Deze bevindingen geven aan dat de behandeling een fundamenteel effect heeft op de wijze waarop iemand functioneert, zodat ook zonder ondersteuning van een actieve behandeling, de verbeteringen zich kunnen voortzetten.

Terug naar boven


 

Mindfulness Based Cognitieve Therapie (MBCT)

Mindfulness, of aandachttraining, is het tegenovergestelde van leven op de automatische piloot. Je komt dichterbij je gevoel, zonder erover te oordelen of er direct gevolg aan te geven. Je aanvaardt de situatie zoals die is en creëert zo ruimte om problemen van een andere kant te bekijken. Door dit proces te trainen, leef je intenser en kun je tegelijkertijd makkelijker ontspannen.

Mindfulness is vooral goed voor mensen die blijven piekeren over het verleden of tobben over de toekomst. Mensen kunnen zo in beslag genomen worden door hun verleden of de toekomst dat ze ‘vergeten’ om in het ‘hier en nu’ te leven. Daar probeert mindfulness verandering in te brengen. Onderzoek heeft uitgewezen dat mindfulness het risico op terugval bij depressie kan verminderen. Ook kan mindfulness angsten beter hanteerbaar maken.

MBCT
Mindfulness vindt zijn oorsprong in het boeddhisme. In 1979 heeft de Amerikaan Jon Kabat-Zinn als eerste een acht weken durende training ontwikkeld: Mindfulness Based Stress Reductie (MBSR). In de geestelijke gezondheidszorg werd later MBCT bekend: Mindfulness Based Cognitieve Therapie. MBCT combineert elementen van meditatietechnieken met aspecten uit de cognitieve therapie. Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat MBCT een effectieve behandelmethode is voor mensen met terugkerende depressies.

Bij cognitieve therapie is het doel negatieve gedachten om te zetten in evenwichtigere gedachten. In de MBCT training leer je negatieve gedachten of gevoelens te accepteren zoals ze zijn, in plaats van deze ervaringen te vermijden of onderdrukken. Je leert de aandacht anders te richten, zodat negatieve gedachten niet gaan overheersen.

Terug naar boven


Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering heeft als doel om gedragsverandering bij cliënten op gang te brengen. In de eerste fase staat het ontwikkelen van de motivatie van de cliënt om te veranderen centraal. De tweede fase richt zich op het versterken van de betrokkenheid bij veranderingen en op het ontwikkelen van een plan om de verandering te realiseren.

Er is nog geen onderzoek beschikbaar naar toepassing van deze methode binnen de sociale sector. Uit internationale effectonderzoeken op het terrein van de verslavingszorg en preventieve gezondheidszorg blijkt dat de methode positieve effecten heeft op motivatie en therapietrouw. Dat maakt het ook voor de sociale sector veelbelovend.

Doel
Doel van de methode Motiverende gespreksvoering is het op gang brengen van gedragsverandering bij cliënten, via het ontwikkelen van de motivatie.

Doelgroep
De doelgroep van de methode bestaat uit cliënten die gedragsverandering overwegen of voor wie gedragsverandering kan bijdragen aan het behalen van doelen. De methode is oorspronkelijk ontwikkeld voor mensen met verslavingsproblemen, maar wordt steeds meer ook voor allerlei andere doelgroepen toegepast. In deze methodebeschrijving gaat het vooral om toepassing in de sociale sector, zoals bij activering, de aanpak van huiselijk geweld, de maatschappelijke opvang en het maatschappelijk werk.

Aanpak
De aanpak van Motiverende gespreksvoering is in twee fasen ingedeeld. In de eerste fase staat het ontwikkelen van de motivatie van de cliënt om te veranderen centraal. Dit wordt gedaan met behulp van verschillende gesprekstechnieken. Er is in deze fase vooral aandacht voor het verkennen van de ambivalentie van de cliënt (die aan de ene kant wel maar tegelijk ook níet wil veranderen) en het uitlokken van taal gericht op verandering bij de cliënt. Als de motivatie genoeg ontwikkeld is, gaat de hulpverlener over naar de tweede fase. De tweede fase richt zich op het versterken van de betrokkenheid bij veranderingen en op het ontwikkelen van een plan om de verandering te realiseren. De cliënt wordt door het stellen van vragen gestimuleerd zijn of haar eigen wensen en plannen te bedenken. Eén van de belangrijkste elementen is de coöperatieve aard van de relatie tussen hulpverlener en cliënt.

Terug naar boven


 

 

Muziektherapie

Muziektherapie wordt bijna overal in de gezondheidszorg ingezet. Daarom is een muziektherapeut ook breed opgeleid. Muziektherapie is vooral bekend in de ouderenzorg en de psychiatrie, maar wordt ook effectief ingezet binnen andere werkvelden bijvoorbeeld bij pijnbestrijding op de afdeling oncologie in sommige ziekenhuizen.

Binnen de GGZ wordt muziektherapie al meer dan 25 jaar toegepast en is muziektherapie niet meer weg te denken uit het behandelaanbod. Muziektherapie kan helpen bij het uiten van emoties (bijvoorbeeld na een trauma of bij een depressie) maar muziek kan ook worden gebruikt als communicatie middel. Hoe je in de muziek met elkaar communiceert, weerspiegeld hoe je in de werkelijkheid ook in de omgang gedraagt. Tegelijkertijd is de muziek een veilig middel om met nieuw gedrag te oefenen.

Verder wordt muziektherapie in de GGZ ingezet bij rouw en verliesverwerking en bij de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen, depressie- en angststoornissen, burn-out klachten, verslaving en trauma verwerking.

“De muziektherapie was letterlijk een veilige ruimte waarin ik mijn gedachten, gevoelens en gedrag kon onderzoeken zonder dat ik door iemand werd veroordeeld.”

Terug naar boven


 

 

Persoonsgerichte psychotherapie

Persoonsgerichte of cliëntgerichte psychotherapie is een vorm van psychotherapie waarin het inzicht van de patiënt (cliënt) in zichzelf centraal staat. De rol van de psychotherapeut is de cliënt te helpen bij het ervaren van emoties en het reflecteren op gevoelens, gedachten en gedrag, zonder een vastgestelde therapeutische richting op te leggen.

Een belangrijk uitgangspunt van cliëntgerichte psychotherapie is dat psychisch welzijn samenhangt met de mogelijkheid om, binnen de gegevenheden van ons leven, onszelf te zijn en ons verder als mens te ontwikkelen. In een omgeving die voldoende veiligheid biedt, kan men zich het beste ontplooien. Door een onveilige buiten- of binnenwereld kan dit proces van ontwikkeling stagneren en kunnen klachten ontstaan. U voelt zich bijvoorbeeld somber, gespannen of u hebt het gevoel vast te lopen. In een cliëntgerichte psychotherapie gaat het over deze klachten en de problemen waarmee deze klachten samenhangen.

De persoon achter de klacht centraal
Persoonsgerichte psychotherapie  is niet uitsluitend klachtgericht. De persoon achter de klacht staat centraal. Elke cliënt is uniek, is het uitgangspunt! De therapeut helpt om jezelf beter te leren kennen, je eigen mogelijkheden te benutten en beter om te gaan met beperkingen. Door deze brede persoonsgerichte benadering zullen klachten op den duur verdwijnen. Maar de therapie reikt verder: het doel is persoonlijke ontwikkeling en groei.  Uiteindelijk werk je aan een hogere kwaliteit van leven in termen van gezondheid, geluk en zingeving.

Hoe werkt het?
De therapeut verkent samen met de client de klachten en problemen. Daarbij kijken ze ook naar uw levensloop huidige omstandigheden en toekomstperspectief.  De therapeut helpt  om de gevoelens en gedachten, motieven en gedrag  te waarderen en accepteren. Zo wordt men zich bewust van gemaakte keuzes en nieuwe mogelijke keuzes.

Voor wie is persoonsgerichte psychotherapie geschikt ?
Persoonsgerichte therapie kan effectief zijn bij behandeling van zowel bij lichte en eenvoudige problematiek, als complexe stoornissen en bij ernstige trauma’s. De therapie wordt vaak ingezet bij:

  • stemmings- en angstklachten
  • persoonlijkheidsproblematiek
  • posttraumatische klachten
  • gezins- en relatieproblemen
  • hechtings- en ontwikkelingsproblematiek

Bewezen effectief
Uit onderzoek blijkt dat persoonsgerichte psychotherapie bewezen effectief is (evidence based).

Terug naar boven


 

Problem solving treatment (PST)

Oplossingsgerichte therapie is fundamenteel anders dan traditionele therapie. De therapeut richt zich niet op het probleem, maar gaat samen met de cliënt op zoek naar “oplossingen”. Dat houdt in deze methode in: datgene wat de cliënt wenst in plaats van het probleem. Door middel van vragen, waaronder ook de ‘wondervraag’, wordt de cliënt op dit andere spoor gezet. Samen met de cliënt wordt gezocht hoe hij zijn eigen capaciteiten kan gebruiken om zijn doel te bereiken. Daardoor passen de “oplossingen” in het referentiekader van de cliënt en hebben ze een blijvend effect.

Oplossingsgerichte therapie is kortdurend en resultaatgericht. Zowel hulpverleners als cliënten vinden oplossingsgerichte therapie een aantrekkelijke manier van werken, omdat ze samen de problemen op een hele concrete manier kunnen aanpakken en positieve veranderingen in korte tijd zichtbaar worden.

Conclusies
Naar oplossingsgerichte therapie is nog maar weinig goed onderzoek gedaan. Zeker naar de toepassing bij kinderen, jongeren en hun ouders. Toch valt er voorlopig een aantal – voorzichtige – conclusies te trekken:

  • Oplossingsgerichte therapie is bij veel problemen effectiever dan geen therapie;Oplossingsgerichte therapie lijkt minstens even effectief als andere psychosociale behandelingen;
  • in de meeste gevallen lijken minder sessies met oplossingsgerichte therapie nodig om hetzelfde resultaat als bij andere psychosociale behandelingen te bereiken.

Meer onderzoek noodzakelijk
Er zijn enkele voorzichtige aanwijzingen voor de werkzame factoren van oplossingsgerichte therapie. Hier moet echter nog meer onderzoek naar verricht worden.

Terug naar boven


 

 

 

 Psychomotorische therapie  (PMT)

Psychomotorische therapie (PMT) is een behandelvorm voor mensen met psychosociale of psychische problematiek, waarbij op methodische wijze gebruikgemaakt wordt van werkvormen gericht op lichaamsbeleving en het handelen in bewegingssituaties. De psychomotorisch therapeut richt zich op de problematiek zoals die naar voren komt in bewegingsgedrag, lichaamstaal, lichamelijke spanningen, lichaamshouding, lichaamssensaties en lichaamsbeleving. Deze aspecten zijn aandachtspunt in de diagnostiek en aangrijpingspunt voor de behandeling. Psychomotorische therapie wordt zowel aan individuele cliënten, als aan echtparen, gezinnen of groepen gegeven. PMT is er voor ouderen, volwassenen, jongeren en kinderen.

Hoe worden behandeldoelen bereikt?
Het doel van PMT is het verminderen of wegnemen van problematiek. Een psychomotorisch therapeut onderzoekt eerst de aard en oorzaak van de problemen. Hij/zij maakt op grond van diagnose en hulpvraag een behandelplan. Vanuit een ervaringsgerichte methodiek werkt hij met bewegingsvormen en lichaamsgerichte interventies. De behandeling is gericht op actuele situaties en/of gebeurtenissen uit het verleden en de hiermee verbonden gedragspatronen en conflicten. De cliënt leert zijn/haar problemen anders te benaderen en beperkingen te accepteren.

Methodisch werken[bewerken
Psychomotorisch therapeuten werken doelgericht met hun cliënten en kunnen hun werkwijze onderbouwen en verantwoorden. Methodisch werken impliceert dat de therapeut op basis van diagnostische procedures tot een verantwoord behandelplan komt, waarbij zowel de doelstellingen als de wijze waarop deze bereikt zullen worden helder omschreven zijn, en waarbij het behandelplan regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld wordt.

Interventies gericht op lichaamsbeleving en bewegingsgedrag
Psychomotorisch therapeuten beschikken over een arsenaal aan werkvormen om de cliënt zowel letterlijk als figuurlijk in beweging te laten komen en stil te laten staan bij de betekenis van interactioneel bewegingsgedrag en/of zich te laten richten op de beleving van het eigen lichaam. Het is daarbij mogelijk dat men zich primair richt op het bewegen of de lichaamsbeleving, maar doorgaans zijn beiden aan de orde. Deze interventies maken het primaire onderscheid tussen psychomotorische therapie en andere vaktherapieën.

Terug naar boven


 

Runningtherapie

RUNNINGTHERAPIE, HARDLOPEN OM JE BETER TE VOELEN
Kern van de Runningtherapie is het gebruik van hardlopen om de psychische conditie te verbeteren. Wanneer je bijvoorbeeld last hebt van somberheid, lusteloosheid, stress of andere psychische klachten, is (hard-)lopen goed om deze klachten structureel te verminderen.

Wetenschappelijk onderzoek laat overtuigend zien dat regelmatig bewegen goed is voor lichaam en geest. Het helpt je conditie te verbeteren en je zelfvertrouwen te vergroten. Gevoelens van onzekerheid, angst en depressie nemen af. Met Runningtherapie kun je letterlijk de stress uit je lijf lopen.

Praten is ondergeschikt aan het bewegen. Ervaring met hardlopen is niet noodzakelijk Je leert om in je eigen tempo regelmatig te gaan (hard-)lopen. Het is ook goed voor mensen die niet makkelijk op eigen kracht tot bewegen komen.

Terug naar boven


 

Schematherapie

Schematherapie is een vorm van psychotherapie voor mensen met ernstige psychische stoornissen, zoals een persoonlijkheidsstoornis of een vaak terugkomende depressie. Schematherapie helpt je de oorsprong van gedragspatronen te doorgronden en te veranderen. De invloed van ervaringen uit je jeugd op je patronen en dagelijkse leven wordt onderzocht.  Je leert jezelf zodanig veranderen dat je je beter gaat voelen, beter voor jezelf kunt zorgen en beter voor jezelf op kunt komen. Je leert voelen wat je behoeften zijn en je leert hier op een gezondere manier voor op te komen. Hierdoor verandert niet alleen je gedrag, maar veranderen ook je gedachten en gevoelens.

Schema Focused Therapie (SFT) is een geïntegreerde vorm van cognitieve gedragstherapie die elementen en theoretische inzichten uit verschillende therapeutische scholen toepast en die ontwikkeld is voor mensen die zeer lang bestaande problematische gedragspatronen vertonen. Deze standaard patronen worden ook wel ‘schema’s’ genoemd.

Een belangrijk doel van SFT is inzicht verwerven in de patronen die aan de langdurende problemen ten grondslag liggen. Met gedragsmatige, cognitieve en experiëntiele technieken wordt de problematiek behandeld. Hierbij wordt ingegaan op zowel de relatie met de behandelaar, als op de dagelijkse leefsituatie, als op traumatische ervaringen uit de kindertijd.

Onderstaande video geeft een korte inleiding over schematherapie.

Terug naar boven


Systeemtherapie

Systeemtherapie is een koepelterm voor alle methodieken en strategieën die gebruikt worden in de begeleiding en behandeling van gezinnen met allerlei psychosociale moeilijkheden.

Het kan gaan om individuele problemen waarbij de wisselwerking met de andere gezinsleden van belang is of om problemen in de onderlinge relaties. Relatietherapie wordt tegenwoordig als een toepassing van systeemtherapie gezien. In veel vormen van systeemtherapie worden naast kennis uit de verschillende scholen van psychotherapie ook inzichten uit de systeemtheorie gebruikt.

Geschiedenis
De systeemtherapie is ontstaan in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw in Amerika, als een antwoord op het tekort van interventies die zich richtten op het individu en de invloed van andere gezinsleden erkenden.

De psychoanalyse bleek al vlug ontoereikend om het gedrag binnen een gezin te beschrijven. Systeemtherapeutische denkers verrijkten hun concepten met ideeën uit diverse wetenschappen, bijvoorbeeld de cybernetica, de opbloeiende wetenschap over zelfregulerende systemen. Het project van antropoloog Gregory Bateson rond psychiatrie en schizofrenieen de samenwerking tussen Bateson en therapeuten als Jay Haley, Weakland en Jackson betekende een stap vooruit in de ontwikkeling van de systeemtherapie. Nadien formuleerde Paul Watzlawick het systeemdenken in een aantal bijna wiskundig geformuleerde stellingen.

Uitgangspunt en toepassing
In de systeemtherapie wordt het gezin (of welke groep personen dan ook die in therapie gaan) gezien als een systeem, waarvan een persoon lid is door biologische, wettelijke, affectieve, geografische en historische banden. Volgens de stichters van de systeemtherapie zijn menselijke problemen in de kern problemen die ontstaan tussen personen die lid zijn van dit systeem. De onderliggende idee is immers dat als in een systeem (gezin, partnerrelatie, …) een van de leden een probleem heeft, ook het hele systeem ontwricht wordt. Omgekeerd kan men een individu helpen door het systeem waarin hij of zij leeft te versterken.

Belangrijke toepassingen van systeemtherapie zijn de gezinstherapie en relatietherapie. Beide termen worden ook wel door elkaar gebruikt, hoewel het woord gezinstherapie eerder de voorkeur krijgt als zowel ouders als kinderen bij de therapie betrokken zijn en relatietherapie als het gaat om partnerrelaties. Beide kunnen in elkaar overlopen als de therapeut tot de conclusie komt dat een andere focus gewenst is dan aanvankelijk werd gekozen.

Scholen
Historisch bezien is een aantal vormen van systeemtherapie, ook wel scholen genoemd, te onderscheiden:

  • Structurele systeemtherapie. In de structurele systeemtherapie is, zoals de naam al suggereert, de structuur van het systeem het voornaamste object van onderzoek en therapie. Salvador Minuchin ontwikkelde deze vorm van gezinstherapie.
  • Strategische systeemtherapie. In de strategische systeemtherapie is men met name geïnteresseerd in de effecten binnen een systeem van diverse gedragingen. Een veelgenoemde naam in dit verband is Jay Haley.
  • Cybernetische systeemtherapie. De cybernetische school ontstond vanuit de inzichten van Mara Selvini Palazzolli. De begrippen circulariteit en neutraliteit vormen de kern ervan.
  • Contextuele systeemtherapie. De voornaamste bezieler van de contextuele school is Iván Böszörményi-Nagy (uitgesproken als ‘Nadj’). Nagy beschouwt de relatie van de mens met anderen als een relatie door verschillende generaties heen, die lasten en mogelijkheden aan elkaar doorgeven. Hij spreekt daarbij vaak over de balans tussen geven en nemen (ontvangen). Contextuele therapie is zich bewust worden van de (verstoorde) balans van geven en ontvangen en proberen een zeker evenwicht te herstellen. Ook de termen ‘destructief recht en constructief recht’ zijn in de contextuele therapie belangrijk. Ouders hebben volgens Nagy de neiging om het onrecht dat hen is ‘aangedaan’ tijdens hun eigen jeugd op hun kinderen te verhalen. Men poogt door therapie dit destructieve ‘recht’ om te buigen naar het mogen verdienen van recht (constructief recht). Een belangrijk onderdeel bij het ombuigen van destructief naar constructief recht is het begrijpen en onderkennen van de loyaliteit die kinderen, ongeacht hun leeftijd en ondanks wat ze van hen (hebben) moeten verduren, toch altijd blijven voelen voor hun ouders.

Terug naar boven


Heb je een tip of aanvulling: mail naar nieuwsfeit@ggznieuws.nl