Zorguitstel en zorgmijding in coronatijden

Facebooktwitterlinkedinmail

3 mei 2022 – Door de coronamaatregelen gingen veel medische afspraken of behandelingen niet door, zijn uitgesteld of vervangen door een telefonische afspraak. Dit was een direct gevolg van maatregelen (sluiting), maar ook een indirect gevolg van het afschalen van reguliere zorg. Naast uit- en afstel van reeds geplande afspraken heeft als gevolg van coronamaatregelen ook zorgmijding plaatsgevonden, waarbij mensen om verschillende redenen geen contact zochten met een zorgverlener, terwijl ze wel zorg nodig hadden.

Uit het Consumentenpanel Gezondheidszorg van het Nivel is bekend dat 8 procent van de panelleden contact had willen opnemen met de huisarts, maar dit vanwege corona niet deed (Meijer, Brabers & De Jong, 2021). Hetzelfde onderzoek laat zien dat 5 procent de fysiotherapeut meed en 4 procent geen contact opnam met de medisch specialist. Dergelijke panelonderzoeken gaven snelle inzichten in de gevolgen van corona op de zorg, maar berusten op kleine aantallen waarnemingen. Landelijke zorgregistraties bevestigen inmiddels dat sinds de uitbraak van de coronapandemie in Nederland de verwijzingen naar zorgverleners fors daalden, wachttijden toenamen en een aanzienlijk deel van de niet acute zorg in vrijwel alle sectoren vanaf medio maart 2020 voor kortere of langere tijd niet doorging (RIVM, 2021; NZa, 2020).

Er komt steeds meer inzicht in de effecten van deze ontwikkelingen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) doen onderzoek – voornamelijk op basis van declaraties en registraties – naar de effecten van zorguitstel en zorgmijding op de gezondheid van mensen en op de zorgkosten (NZa, 2020; RIVM, 2021). Het burgerperspectief is echter nog niet uitgebreid onderzocht. Dat gebeurt in dit onderzoek. Twee vragen worden beantwoord: 1. hoeveel mensen gaven aan met zorguitstel te maken te hebben gehad, en bij welke groepen speelde dit in 2020 het meest? 2. Hoeveel mensen gaven aan zorg te hebben gemeden, welke groepen deden dit het meest en welke redenen gaven mensen om géén contact te zoeken met een zorgverlener? Met de beantwoording van deze vragen beoogt dit onderzoek meer inzicht te geven in zorguitstel en zorgmijding in 2020 als gevolg van de coronamaatregelen.

Methode

De cijfers in dit artikel komen uit de Gezondheidsenquête. Dit is een continu doorlopende enquête die gedurende het hele jaar wordt afgenomen bij de bevolking in particuliere huishoudens. Respondenten kunnen via internet deelnemen aan het onderzoek of worden aan huis bezocht voor een interview (CBS, 2022).

Wie kregen te maken met uitgestelde zorg?
Op de vraag of iemand te maken had gehad met zorguitstel door de coronamaatregelen antwoordde 33 procent bevestigend, 35 procent gaf aan dat dit niet het geval was geweest, de overige groep gaf aan dat dit niet van toepassing was, omdat er geen afspraken waren.

Zonder de overige groep blijkt dat 48 procent van de mensen met een afspraak aangaf dat één of meer zorgafspraken niet doorgingen, uitgesteld werden of vervangen zijn door een telefonische afspraak. Het gaat dan bijvoorbeeld om afspraken bij de huisarts, tandarts, fysiotherapeut, met een specialist, de thuiszorg, bij een psycholoog of om behandelingen in het ziekenhuis. Vrouwen met afspraken rapporteerden vaker zorguitstel dan mannen (respectievelijk 53 procent en 44 procent).
In de meeste leeftijdsgroepen gaf ongeveer de helft van de mensen met een zorgafspraak aan te maken te hebben gehad met zorguitstel. Onder 20- tot 40-jarigen kwam dit met 40 procent relatief minder vaak voor.

Uitgestelde zorg naar zorgverlener
Zoals hierboven aangegeven gaf 48 procent van de 12-plussers met een afspraak aan te maken te hebben gehad met zorguitstel, dat is 33 procent van alle 12-plussers. 15 procent van de 12-plussers gaf aan dat medisch specialistische zorg in het ziekenhuis werd uitgesteld, 12 procent rapporteerde uitgestelde tandartszorg en 6 procent kreeg te maken met zorguitstel bij de huisartszorg en/of de behandeling door een fysiotherapeut.

Voor het merendeel van diegenen die te maken kregen met zorguitstel werd op het moment van de enquête aangegeven dat tenminste één uitgestelde zorgafspraak al (telefonisch) ingehaald was en/of opnieuw gepland. Voor 24 procent van de mensen van wie de zorg niet doorging was er voor één of meer zorgafspraken (nog) geen nieuwe afspraak ingepland.

Tussen mannen en vrouwen was er nagenoeg geen verschil in het al dan niet inhalen van uitgestelde zorgafspraken. 12- tot 20-jarigen gaven vaker aan dan 65-plussers aan dat uitgestelde afspraak ingehaald werd met een reguliere afspraak. Deze laatste groep rapporteerde juist vaker dat de uitgestelde zorgafspraak telefonisch was ingehaald. Van 31 procent van de 20- tot 40-jarigen was ten minste één uitgestelde zorgafspraak (nog) niet ingehaald, terwijl 20 procent van de 65-plussers te maken kreeg met die situatie.

Zorgmijding
Naast de impact van coronamaatregelen op geplande zorg, zijn er ook mensen die rapporteerden dat zij als gevolg van de coronamaatregelen zorg gemeden hebben. Zij gaven aan een zorgvraag te hebben, maar daarvoor (nog) geen contact te hebben gezocht met een zorgverlener.

Gemeden zorg naar kenmerken
Van diegenen die aangaven zorg nodig te hebben, rapporteerde 11 procent dat daarvoor geen contact opgenomen was met een zorgverlener. Vrouwen meden vaker zorg dan mannen (14 procent versus 8 procent) en naar leeftijd hebben 20- tot 40-jarigen het vaakst zorg gemeden, meer dan de 12- tot 20-jarigen en 65-plussers.

Gemeden zorg naar zorgverlener
Zoals hierboven aangegeven gaf 11 procent van de 12-plussers met een zorgvraag aan zorg te hebben gemeden, dat is 7 procent van alle 12-plussers. De huisarts werd het meest gemeden: 3 procent van alle 12-plussers meed deze zorg. Twee procent van de mensen meed de specialist. De overige zorgverleners werden door ongeveer 1 procent gemeden, met uitzondering van de thuiszorg, waar mijding nagenoeg niet voorkwam.

Redenen zorgmijding
De twee redenen om geen contact op te nemen met een zorgverlener, die het vaakst werden genoemd door 12-plussers met een zorgvraag, waren: 1. zij vonden het probleem niet dringend genoeg (42 procent), en 2. zij wilden de zorgverlener niet extra belasten (40 procent).

Naast de directe vraag naar de reden om zorg te mijden werden in de enquête ook vragen opgenomen die mogelijk samenhangen met zorgmijding. Het gaat om de vragen over het al dan niet doorgemaakt hebben van een coronabesmetting, en over de zorgen die er zijn over corona, bijvoorbeeld om anderen te besmetten.

De 12-plussers die zelf hebben aangegeven corona te hebben gehad meden vaker zorg (18 procent) dan diegenen die geen corona hebben gehad (11 procent). Van de mensen die corona gehad hebben maakt een groter deel zich zorgen dat een ander corona krijgt en/of om een ander te besmetten dan van de mensen die geen corona hebben gehad.

Mensen die zich (heel) veel zorgen maken dat zij corona krijgen, dat anderen dit krijgen of bang zijn om anderen te besmetten, waren ook sterkere zorgmijders dan de mensen die zich maar een beetje of helemaal geen zorgen maken.

Bron en tabellen: cbs.nl 

 

 

 

 

 

Dit bericht is 792 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail