Spiritueel narcisme empirisch onderzocht

Facebooktwitterlinkedinmail

21 oktober 2020 – Van mindfulness tot new age, er zijn tal van trainingen om tot zogeheten spirituele verlichting te komen. Een minder verlichte keerzijde is het fenomeen dat bekend staat als spiritueel narcisme: mensen die zich na een spirituele training superieur lijken te voelen aan anderen.

Sociaal psychologen Roos Vonk en Anouk Visser onderzochten voor het eerst dit fenomeen in empirisch onderzoek, bij cursisten van scholen voor mindfulness en voor energetische training. Ze publiceren hun onderzoek deze maand in European Journal of Social Psychology.

‘In theorie worden we door een spirituele training wijze mensen die boven hun privébelangen uitstijgen, zich verbonden voelen met anderen en niet oordelen’, zegt hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk, ‘maar in de praktijk pakt het nogal eens anders uit. Mensen die zich scholen in bijvoorbeeld reïncarnatie of healing en reading van aura’s en chakra’s, hebben vaak het idee dat ze opmerkelijke paranormale talenten hebben waarmee ze dingen “zien” die anderen niet zien. En dat kan ze weer het gevoel geven dat ze bijzonder zijn.’

Spiritueel narcisme
Uit eerder onderzoek naar zelfwaardering en zelfverheffing weet Vonk dat de meeste mensen met een positief zelfbeeld vaak de behoefte hebben om beter, leuker, bekwamer of bijzonderder te zijn dan anderen. ‘Het idee van spirituele ontwikkeling is dat we die verlangens van ons ego overwinnen. Maar het effect is vaak juist dat de verworven inzichten door het ego worden gekaapt en men zich toch weer superieur acht aan anderen – in spirituele zin. Daarmee staat het paard achter de wagen.’

Diverse spirituele goeroes hebben over deze valkuil van spiritueel narcisme geschreven, maar het was nooit empirisch onderzocht. Om dat te kunnen doen, ontwikkelde Vonk samen met studente sociale psychologie Anouk Visser een vragenlijst om het gevoel van spirituele superioriteit te meten, aan de hand van uitspraken zoals: ‘Ik heb meer besef van wat er tussen hemel en aarde is dan de meeste mensen’ en ‘De wereld zou een betere plek zijn als anderen ook de inzichten hebben die ik nu heb’.

In drie onderzoeken werd de vragenlijst afgenomen bij diverse groepen, waaronder cursisten van scholen voor mindfulness en voor energetische training. Zoals de onderzoekers hadden verwacht, was spirituele superioriteit gerelateerd aan narcisme, aan de neiging zichzelf te zien als gids voor anderen en aan het zichzelf toeschrijven van paranormale gaven. Dat laatste verband was er vooral bij cursisten van energetische scholen, die in alle onderzoeken hoger scoorden op spirituele superioriteit dan alle andere groepen.

De mens, niet de leer
Is al die spirituele scholing dan egotripperij? ‘Het probleem zit in de mens, niet in de leer’, zegt Vonk. Maar bij de mindfulness-cursisten bleek de spirituele superioriteit een stuk lager. Dat kan samenhangen met het type cursist dat zich ertoe aangetrokken voelt, maar ook met het feit dat de meeste mindfulness-trainers expliciet aandacht besteden aan de valkuilen van het ego, waardoor de cursist leert er alert op te zijn.

Dat is noodzakelijk, stelt Vonk, want ‘het ego ligt altijd op de loer om de eigen individualiteit, grootsheid en bijzonderheid te bekrachtigen. Dat gebeurt bij successen in werk, sport of relaties, maar óók bij spirituele ‘successen’. Zodra je merkt dat je vordert in je ontwikkeling, springt het ego achter de struiken tevoorschijn om het succes te kapen: wat ben ik goed bezig!’ En de ander die daar iets van zegt, die heeft het gewoon niet goed begrepen. De zogenaamde spirituele inzichten worden dan als verdedigingslinie ingezet.

Met de ontwikkelde test is verder wetenschappelijk onderzoek mogelijk naar spiritueel narcisme. Ook kan het aanknopingspunten bieden voor spirituele trainers om deze valkuil te bewaken, zodat deelnemers werkelijk ’wakker’ worden in spirituele zin.

Publicatie
https://doi.org/10.1002/ejsp.2721

Bron: ru.nl

Dit bericht is 1133 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail