Sociaal netwerk cruciaal voor maatschappelijk functioneren risicojongeren

Facebooktwitterlinkedinmail

23 april 2021 – In Rotterdam zijn ongeveer 7000 risicojongeren; jongeren tussen de 12 en 27 jaar die problemen ervaren op verschillende fronten in hun leven. In haar proefschrift onderzocht Loïs Schenk hoe het sociale netwerk van jongeren zich verhoudt tot hun welbevinden. Het blijkt dat jongeren die sociaal meer geïsoleerd zijn ook een lager welbevinden hebben en dat zij het moeilijk vinden om steun te vragen van hun netwerk. Verder blijkt uit haar onderzoek dat mentorprogramma’s, zoals Mentoren op Zuiden Rotterdamse Douwers, een sterke impuls kunnen geven aan het functioneren van jongeren, mits deze goed op hun vraag aansluiten.

Het onderzoek brengt in kaart hoe het netwerk van risicojongeren verband houdt met hun welbevinden. Sociale veranderingen die gepaard gaan met hun ontwikkeling zijn niet alleen moeilijker voor deze jongeren, maar de obstakels die ze tegenkomen kunnen ook tot een grotere achterstelling leiden en cognitieve en sociaal-emotionele problemen versterken. De promovendus richt zich in haar onderzoek op risicojongeren die op verschillende terreinen in de problemen komen.  Schenk: “Denk bijvoorbeeld aan jongeren die door ADHD moeite hebben met school. Bij veel kinderen gaan de ouders aan het roer staan op zo’n moment, maar als die dat niet kunnen wordt het een lastig verhaal.”

Netwerk extra bepalend voor risicojongeren
Sociale steun uit het netwerk van deze risicojongeren kan een cruciale rol spelen in een succesvolle deelname aan de maatschappij en kan jongeren stimuleren gebruik te maken van hun talenten en vaardigheden. Vaak krijgen deze jongeren echter minder steun uit hun eigen netwerk die aanwezige risicofactoren, zoals een moeilijke thuis- of schoolsituatie, kunnen compenseren. Het doel van het proefschrift is daarom het onderzoeken van de rol van het sociale netwerk bij het ondersteunen van grootstedelijke risicojongeren.

“Mijn moeder worstelt al genoeg”
Op basis van onderzoek onder jongvolwassenen via De Nieuwe Kans wordt geconcludeerd dat jongeren waarvan de sociale netwerken gekenmerkt worden door sociale isolatie, gebrek aan familiecontact en belemmerende contacten, ook vaker een lager welbevinden hebben. Uit interviews die vervolgens werden gehouden met jongeren bleek dat ze hun eigen netwerk ook niet te veel willen belasten door steun te vragen en dat ze juist wel behoefte hebben aan informationele en praktische ondersteuning.  “Ik sprak jongeren van alleenstaande ouders die zeiden: ‘Ik ga mijn moeder niet met mijn problemen lastigvallen, want zij worstelt al genoeg’”, vertelt ze.

Rol van mentorprogramma’s
Ook onderzocht Schenk hoe de netwerken van risicojongeren versterkt kunnen worden door mentoren in formele mentorprogramma’s. In Rotterdam zijn verschillende programma’s die jongeren koppelen aan een volwassene. Bij Mentoren op Zuidzijn dat studenten die leerlingen wekelijks coachen en begeleiden op de school van de leerling. Rotterdamse Douwers richt zich op 18+ jongeren waarbij Rotterdammers zich belangeloos inzetten door jongeren te ondersteunen in het vinden van meer structuur en een weg te vinden in het web van werk, school en hulpverlening. “Dergelijke hulp kan een herstellende ervaring zijn, maar als jongeren zich niet begrepen voelen kunnen zijn ook hulp uit de weg gaan”, legt de promovendus uit.

Sterke band niet altijd gewenst
Er moet daarom wel voldoende rekening gehouden worden met bepaalde kenmerken (zoals de vaardigheden van jongeren om een band op te bouwen met een mentor) en de behoeften van jongeren. Zo hebben jongeren boven de achttien vaak meer behoefte aan instrumenteel contact (bijv. met zoeken van werk of het aanvragen van een uitkering), zonder een sterke nadruk op een emotionele band. “Hiervoor is het belangrijk dat jongeren leren hun behoefte aan te geven, maar ook zou je mentoren beter kunnen trainen om de aansluiting zo te verbeteren.”

Promotie
Op vrijdag 23 April verdedigt Loïs Schenk van de Erasmus School of Social and Behavioural studies haar proefschrift: Social Networks of At-Risk Youths: Social Support from Bonding and Bridging Relationships’.

Bron: eur.nl

Dit bericht is 282 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail