Erfelijke gevoeligheid voor sociale angststoornis

Facebooktwitterlinkedinmail

24 juni 2020 – Het was al langer bekend dat een sociale angststoornis vaak voorkomt bij meerdere personen binnen een familie. Mensen met een sociale angststoornis (SAS) gaan contact met anderen uit de weg vanwege gevoelens van verlegenheid, ongemak en schaamte. Onderzoek van promovenda Janna Marie Bas-Hoogendam van de Universiteit Leiden toont nu aan dat er sprake is van erfelijke hersenkarakteristieken die samenhangen met sociale angst.

Structuur van de hersenen

Na literatuuronderzoek verrichtte de promovenda een MRI-onderzoek naar de hersenen van 110 familieleden van patiënten met een SAS. Hierbij zocht ze naar hersenkarakteristieken die samenhangen met SAS én erfelijk zijn. Uit de scans bleek dat familieleden met meerdere symptomen van SAS meer grijze stof hebben in het dorsale striatum, een hersengebied dat diep in het brein ligt. Daarnaast ontdekte de onderzoekster afwijkingen in het oppervlakte en de dikte van de hersengebieden. Ook bleek dat deze hersenkarakteristieken voor een deel erfelijk bepaald zijn. Niet alle familieleden met een erfelijke predispositie voor de ontwikkeling van SAS, krijgt de angststoornis ook daadwerkelijk. Het is nog niet duidelijk hoe dat kan en wat de trigger is die ervoor zorgt dat SAS wel of niet ontstaat. Het vermoeden bestaat dat het om een complexe interactie gaat tussen omgevingsfactoren en aangeboren karakteristieken.

Gevolgen van een sociale angststoornis

Een sociale angststoornis kan iemands leven flink in de war schoppen. Zo kan het iemands carrière in de weg staan, doordat goed op het werk functioneren of een opleiding afronden minder vanzelfsprekend is. Ook het vinden van een partner en het maken van vrienden kan lastig zijn met een sociale fobie. Dit kan als gevolg hebben dat iemand zich vaak eenzaam voelt, een depressie ontwikkelt of zelfs een andere angststoornis ontwikkelt. Ook kan dit tot middelengebruik leiden waardoor klachten op termijn kunnen verergeren.

Hulp bij SAS

De angststoornis zelf en de erfelijke kwetsbaarheid voor een sociale angststoornis zijn behandelbaar. Inmiddels is het duidelijk dat de hersenen nieuwe verbindingen kunnen leggen, waardoor het mogelijk is om angstgevoelens te verminderen. Via behandeling kan ook het bijkomende angstgedrag worden afgezwakt. Dit kan eventueel met ondersteuning van medicatie. Maar liefst 20 procent van de Nederlanders krijgt te maken met een angststoornis en het hebben van zo’n stoornis is zeker geen reden voor schaamte. Een huisarts kan iemand met symptomen doorverwijzen naar de juiste behandelaar. De meeste behandelingen worden vergoed vanuit de basisverzekering. Met een zorgvergelijker kan direct een overzicht worden verkregen welke aanbieders welke behandelingen precies vergoeden en hoe dit eventueel met een aanvullende verzekering kan worden uitgebreid.

Bron: persbericht

 

Dit bericht is 329 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail