Geen bewijs voor link tussen depressie en voeding

Facebooktwitterlinkedinmail

17 september 2020 – Het bewijs dat de juiste voeding depressies kan voorkomen of verhelpen, is zwak. In literatuurreviews over het onderwerp trekken auteurs niettemin vaak sterke conclusies. Dat ontdekte Florian Thomas-Odenthal, masterstudent Psychologie aan de Universiteit Leiden, in zijn thesisonderzoek. Publicatie in PLOS ONE.

‘Gezond eten helpt bij depressiebehandeling’, ‘Mediterraan dieet vermindert risico op depressies’: de link tussen voeding en depressies komt de laatste jaren steeds vaker in het nieuws. Maar het veld is nog jong, en veel van de wetenschappelijke artikelen waarin geconcludeerd wordt dat er een verband tussen voeding en depressies is, zijn reviews: papers waarin de auteur een overzicht geeft van de huidige stand van de wetenschap. Psychologiestudent Florian Thomas-Odenthal nam deze reviews onder de loep, samen met zijn begeleider Marc Molendijk van het Leidse Instituut Psychologie en mede-auteurs Willem van der Does en Patricio Molero, en ontdekte dat de auteurs vaak veel sterkere conclusies trekken dan op basis van de onderliggende onderzoeken gerechtvaardigd is.

Type review
Thomas-Odenthal onderzocht in totaal 50 review-artikelen. Hij maakte daarbij onderscheid tussen narratieve reviews (ook wel literatuurreviews), systematische reviews en meta-analyses. Het verschil tussen deze drie is de aanpak, legt hij uit. ‘Bij een literatuurreview selecteert de auteur zelf de onderzoeken en artikelen hij meeneemt in de review. Voor het maken van een systematische review bestaat een vast protocol voor bronselectie, analyse en conclusie. Een meta-analyse is nog strenger geprotocolleerd en is een statistische samenvatting van al het bestaande onderzoek.

Te sterke conclusies
Wat bleek: een derde van de literatuurreviews kwam tot een sterke conclusie over het verband tussen voeding en depressies, maar niet één van de meta-analyses vond een dergelijk sterk verband. Thomas-Odenthal: ‘We hebben ook nog een eigen meta-analyse gedaan: als je al het experimentele bewijs bij elkaar neemt, is er geen sterke link te vinden tussen je dieet en het voorkomen van depressie, of dat een dieet kan helpen bij de behandeling ervan.’ De literatuurreviews zijn dus vaak te stellig over hun bevindingen. ‘En die conclusies vinden wel hun weg naar het publiek, en naar behandelaars.’

Minder bronnen gebruikt
De onderzoeker heeft een aantal verklaringen voor zijn ontdekking. ‘We zagen dat literatuurreviews gemiddeld 45% minder onderzoeken als bron omvatten dan meta-analyses.’ Daarnaast kan er gemakkelijk onevenwichtigheid in de selectie van bronnen sluipen, wanneer een auteur deze zelf selecteert, legt Thomas-Odenthal uit. ‘Onbedoeld geeft een auteur teveel gewicht aan zijn eigen onderzoek, of onderzoek dat zijn vermoeden ondersteunt. Dat heet confirmation bias, en dit is waarschijnlijk een belangrijke oorzaak van de te sterke conclusies in literatuurreviews.’ Bij een systematische review en een meta-analyse is er veel minder kans op deze bias – en dus minder kans op te sterke conclusies. ‘Dat hebben we nu laten zien voor het verband tussen voeding en depressie, maar het effect van type review op de stelligheid van conclusies geldt waarschijnlijk voor veel meer onderwerpen.’

Wees alert bij reviews
De jonge psycholoog denkt dat het belangrijk is dat zowel wetenschappers als redacties van tijdschriften zich hier bewuster van worden. ‘Bij een systematische review of meta-analyse is het risico op een te sterke conclusie veel minder. Redacties van tijdschriften moeten zich afvragen of ze nog wel narratieve reviews willen publiceren, vooral indien er nog geen meta-analyse over het onderwerp beschikbaar is.’

Het onderzoek, getiteld ‘Impact of review method on the conclusions of clinical reviews: A systematic review on dietary interventions in depression as a case in point’ verscheen op 16 september in PLOS ONE.

Bron: universiteitleiden.nl

Dit bericht is 345 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail