Pesten: hoe kunnen we het stoppen, of beter, voorkomen?

Facebooktwitterlinkedinmail

25 september 2023 – Buitengesloten worden, klappen krijgen of online vernederingen. Iedere dag bellen vele kinderen naar De Kindertelefoon met zorgen over pesten. Ze hebben vragen voor zichzelf of een ander en willen dat het pesten stopt. Ook in Leiden buigen wetenschappers zich over dit onderwerp. Wat zijn hun adviezen?

Dagelijks voert De Kindertelefoon meer dan duizend gesprekken en pesten is een van de meestbesproken onderwerpen, vertelt woordvoerder Lisette Potman. Kinderen praten met vrijwilligers via de telefoon en chat en wisselen ervaringen uit met leeftijdsgenoten op het Forum. Potman: ‘Dat gaat over fysiek, mentaal of digitaal pesten. Van grapjes tot jarenlange pestproblematiek. Een veelgestelde vraag is: hoe stop ik het? Veel kinderen hebben al iets geprobeerd, bijvoorbeeld door pestgedrag te negeren of het pesten aan te kaarten bij hun ouders of docent, maar dit helpt niet altijd. De kinderen proberen samen met onze vrijwilligers een volgende stap te bedenken, bijvoorbeeld hoe ze (verder) in gesprek kunnen gaan met de mensen die ze vertrouwen. Wij zijn benieuwd naar de inzichten van de Leidse onderzoekers.’

Pedagoog Mitch van Geel en psycholoog Berna Güroğlu delen de laatste wetenschappelijke bevindingen over pesten op basis van onderwerpen die kinderen bespreken met De Kindertelefoon. Mitch van Geel: ‘Kinderen durven soms niet over pesten te praten omdat ze denken dat dit het probleem erger zal maken’

Waarom pesten mensen?
Van Geel: ‘Pesten is een vorm van agressie waarbij een individu of een groep herhaaldelijk een relatief zwakker slachtoffer ‘aanvalt’. Dat kan fysiek zijn, zoals bijvoorbeeld schoppen of slaan, maar ook uitschelden, vernederen en buitensluiten kunnen vormen van pesten zijn. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom mensen pesten. Veel onderzoeken leggen nu de nadruk op pesten als doelgerichte agressie, waarmee de pestkop status en dominantie kan verkrijgen.’

Güroğlu: ‘Inderdaad speelt vaak het verkrijgen van status en macht een rol: kinderen laten zo zien dat ze sterk zijn. Dat kan samenhangen met onzekerheid: sommige kinderen worden bijvoorbeeld thuis gepest of ergens anders en compenseren dat door zelf iemand uit hun klas te pesten. Of ze doen het uit vermaak. Soms dagen kinderen elkaar uit en ontaardt het in pesten. ‘Het is als een virus dat zich door de klas verspreidt’, zei een meisje in onze documentaire De complexe wereld van het pesten.’

Wat is je beste advies voor degenen die gepest worden?
Güroğlu: ‘Als je het voor jezelf houdt, is de kans klein dat je hulp krijgt, want pesten is vaak niet zo zichtbaar voor ouders of docenten. Zoek steun bij meerdere mensen en niet slechts één persoon. Vraag hulp aan degenen die de situatie kunnen veranderen. Praat er dus over met je ouders, vrienden of andere klasgenoten en docenten op school. Pesten zichtbaar en bespreekbaar maken is de eerste stap.’

Van Geel: ‘Ik sluit me helemaal aan bij het antwoord van Berna! Het is heel verdrietig dat pesten soms niet wordt opgemerkt door ouders of door leerkrachten. Uit interviews is naar voren gekomen dat sommige gepeste kinderen er niet over praten omdat ze bijvoorbeeld denken dat dit het probleem erger zal maken, dat ze niet serieus genomen worden of omdat ze zich schamen. Probeer er dus voor te zorgen, bijvoorbeeld als ouder of leerkracht, dat kinderen zich veilig voelen om pesten te melden en laat merken dat het een probleem is dat serieus genomen wordt.’

Hoe zorgen we samen voor een veilige omgeving?
Güroğlu: ‘Iedereen moet zich bewust worden van de eigen rol en wat er nodig is om pestgedrag te voorkomen of te bestrijden. Kinderen die pesten moeten leren zich te verplaatsen in de ander en inzien hoe pijnlijk hun gedrag is. Laat hen in gesprek gaan met het kind dat er last van heeft. Ook is er een belangrijke taak voor de vrienden van “pesters” en omstanders, onder wie ook volwassenen als ouders en docenten, die wegkijken. Ik geloof niet zo in vooral harder bestraffen, omdat straf dikwijls niet structureel gedrag verandert.’

Van Geel: ‘Ik ben het weer eens met Berna. De hele groep moet samen zorgen voor een veilige omgeving. Niet wegkijken is daarin inderdaad enorm belangrijk. Slachtoffers hebben hulp en ondersteuning nodig, en als iedereen denkt dat het de verantwoordelijkheid van een ander is om op te treden, krijgen slachtoffers niet de hulp die ze nodig hebben.’

In hoeverre werken antipestprogramma’s op school?
Van Geel: ‘Uit studies blijkt dat programma’s met een groepsgerichte aanpak effectief zijn. In zulke programma’s kijk je niet alleen naar de rol van de pestkop en het slachtoffer, maar probeer je ook de omstanders meer bereid te maken om het slachtoffer steun te geven of te verdedigen, bijvoorbeeld door zich uit te spreken tegen de pestkop. Het is nog niet gelukt om pesten helemaal uit te bannen, maar er zijn zeker programma’s die pesten verminderen en het verdedigen van slachtoffer laten toenemen.’

Güroğlu: ‘Het is mogelijk om met behulp van antipestprogramma’s pestgedrag aanzienlijk terug te dringen binnen één schooljaar. We onderzoeken momenteel wat de effectieve onderdelen zijn. Programma’s blijken vooral te werken als kinderen daadwerkelijk leren omgaan met sociaal-complexe situaties, wat er allemaal speelt in een klas en zich goed leren te verplaatsen in een ander. Het is soms moeilijk in te schatten of een grapje plagen of pesten is en hoe je dan grenzen stelt. Helaas zien we dat ook bij de betere programma’s ongeveer 3% van de kinderen gepest blijft worden.’

Wat zijn nog andere belangrijke inzichten uit jullie eigen onderzoek naar pesten?
Güroğlu: ‘Recent onderzochten we met een fMRI-scan of slachtoffers van pesten op een andere manier emoties van anderen verwerken dan kinderen die niet gepest worden. We zagen geen verschillen in emotieverwerking op neuraal niveau, het netwerk van zenuwcellen in de hersenen. In dit onderzoek was er nog geen context: de deelnemers zagen alleen gezichten van kinderen die bijvoorbeeld blij, boos of verdrietig keken. In een vervolgonderzoek zouden we willen bestuderen hoe kinderen emoties verwerken als er een context is en ze zien dat er iets gebeurt tussen kinderen.

Onze eerdere onderzoeken laten namelijk zien dat jongeren die langdurig afgewezen worden door klasgenoten anders reageren op nieuwe momenten van buitensluiting. Er is dan een hogere activiteit in hersengebieden te zien die gekoppeld zijn aan vroeger leed veroorzaakt door buitensluiting. We kunnen niet zeggen of die reactie een oorzaak of gevolg is. Maar het kan duiden op een gevoeligheid voor sociale buitensluiting waardoor ze bijvoorbeeld situaties negatiever interpreteren dan ze zijn. Het is belangrijk dat ouders, leraren en kinderen zich dit realiseren en hier rekening mee houden.’

Van Geel: ‘We deden verschillende meta-analyses naar pesten. Hierbij voegen we veel onderzoeken naar pesten samen om te analyseren wat al die onderzoeken laten zien. We zien dat pesten samenhangt met ernstige problemen bij het slachtoffer, zoals bijvoorbeeld slaapproblemen, zelfbeschadiging en zelfs suïcidepogingen. Nog steeds hoor ik nog weleens dat slachtoffers zich niet moeten aanstellen, of dat woorden geen pijn doen, maar pesten is echt een heel nare ervaring en een probleem dat we samen heel serieus moeten nemen.’

Reactie Kindertelefoon
Daar sluit De Kindertelefoon zich helemaal bij aan. Potman: ‘Het is belangrijk om pesten op regelmatige basis bespreekbaar te maken en daarbij goed naar kinderen te luisteren. Thuis, in de klas, en natuurlijk kunnen kinderen altijd terecht bij de vrijwilligers van De Kindertelefoon.’ Dit najaar heeft De Kindertelefoon ruimte voor nieuwe vrijwilligers. ‘Mensen die geïnteresseerd zijn in de leefwereld van kinderen en het belangrijk vinden dat ze een plek hebben waar ze in vertrouwen kunnen praten over alles dat hen bezighoudt, wil ik graag uitnodigen om te kijken op Kindertelefoon/vrijwilligerworden*.’ *De website van De Kindertelefoon kampt met een tijdelijke storing.

Heb jij weleens met pesten te maken of ken je iemand die steun zoekt?
Je bent niet de enige. Sterker nog, dit geldt voor bijna iedereen. Pesten staat al jaren in de top vijf van meestbesproken onderwerpen bij De Kindertelefoon. Anderen vragen zich bijvoorbeeld af: Hoe zorg ik ervoor dat ik minder word gepest, op school of via social? Wat moet ik doen als een vriend(in) wordt gepest? Waarom pest ik zelf? Of wat moet ik doen als ik word buitengesloten?

Met deze én alle andere vragen kunnen kinderen en jongeren altijd terecht bij De Kindertelefoon (8-18 jaar, tel: 0800-0432) en de Alles Ok? Supportlijn (18-25 jaar, tel 0800-0450). Jongeren van 12 t/m 18 jaar kunnen ervaringen uitwisselen op het Forum.

Bron: universiteitleiden.nl

Dit bericht is 1409 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail