Pesten en autisme: meer aandacht nodig voor de groep

Facebooktwitterlinkedinmail

21 september 2020 – Kinderen met autisme zijn vaak doelwit van pesten, met ernstige gevolgen voor hun ontwikkeling.  Bij pesten gaat vaak de aandacht naar het kind dat gepest wordt en wordt al snel een weerbaarheidstraining aangeboden. Maar hebben kinderen met autisme die gepest worden die training echt nodig? Is het niet de groep die kan leren wat de meerwaarde kan zijn van diversiteit, en in dit specifieke geval, van autisme? Aldus bijzonder hoogleraar Carolien Rieffe in een blog.

Bij pesten wordt vooral gedacht aan het afpakken van spullen of schelden. Echter, pesten kan veel subtieler zijn. Bijvoorbeeld, altijd als laatste gekozen worden bij het vormen van teams. Of, wat we zien in onze observaties op schoolpleinen: één kind mag niet van de glijbaan naar beneden, een ander kind blijft er pontificaal voorzitten. Zodra het eerste kind via het trappetje afdruipt, verdwijnt de menselijke blokkade en glijden alle andere kinderen wel vrolijk naar beneden. Waar de eerste vorm van pesten duidelijk aantoonbaar is, vooral als er getuigen zijn, is deze tweede vorm dat niet.

Acceptatie door de groep
Dus waar moet je beginnen als je er bij wilt horen? Als je niet perse met alle spelletjes op het schoolplein of groepsactiviteiten in de klas mee wilt doen, maar wel gehoord wilt worden als jij ergens een mening over hebt? Bovendien, keer op keer (subtiel of niet subtiel) gepest worden, dat verandert je. Kinderen en jongeren ontwikkelen meer angst, meer schaamte, en gaan zich anders gedragen. Dat maakt het nog lastiger om opgenomen te worden in een groep, of op zijn minst geaccepteerd te worden.

In een vicieuze cirkel
Kinderen en jongeren, maar ook volwassenen, met autisme worden vaker gepest dan anderen. Wij hebben onderzoek gedaan naar de langdurige effecten van pesten onder jongeren (9 tot 15 jaar oud) met en zonder autisme. We zagen dat jongeren die vaker gepest worden, inderdaad meer schaamte ontwikkelen. Echter, vooral jongens met autisme rapporteerden ook in toenemende mate boosheid. Daarmee word je natuurlijk ook weer een makkelijker doelwit voor pesters.

Als we kijken naar de vertaling van deze onderzoeksuitkomsten naar de praktijk: Wat kunnen professionals, ouders, of mensen met autisme dan doen? Voor de hand ligt om te focussen op emotieregulatieproblemen bij jongeren met autisme. Ook kan gedacht worden aan het aanbieden van een weerbaarheidstraining of sociale vaardighedentraining? Echter, is dat niet ‘blaming the victim’?

Sociale vaardigheden trainen: niet bij pesten
Kinderen en jongeren worden om zoveel redenen gepest: de verkeerde kleur bril, flaporen, gehoorverlies, anders zijn vanwege het autisme. Daarbij vindt de meerderheid dat het de schuld is van het slachtoffer zelf. Als we de kinderen die gepest worden vertellen dat ze een sociale vaardigheidstraining nodig hebben, wordt dat beeld nog eens bevestigd. Dan is de boodschap: “Jij bent niet goed genoeg. Als jij je anders zou gedragen, dan mag je wel mee doen.” Natuurlijk is een sociale vaardigheidstraining nooit verkeerd, velen van ons zouden daar baat bij hebben, maar dat zou niet gekoppeld moeten zijn aan gepest worden. Bij pesten moet de aandacht niet gaan naar het kind dat toevallig in de rol van ‘target’ is gekomen, maar naar al die anderen: de pestkop die meestal de aanstichter is, de helpers, én de stilzwijgende, toekijkende groep, die daarmee pestgedrag legitimeert.

Groepsproces
Pesten is een groepsproces. Eén kind kan de klas niet veranderen. Bovendien, verdwijnt het ene kind dat altijd de klos was, dan vindt de groep wel weer een nieuw slachtoffer. Kortom, de individuele leden van de groep hebben een aantal essentiële dingen om te leren. Bewustzijn over anders-zijn, bijvoorbeeld. Hoe is het als je niet alles hoort wat er gezegd wordt in de klas, of als je niet begrijpt waarom de anderen lachen? Een dag met oordopjes in kan al een grote verandering brengen in het bewustzijn hierover. Maar ook dat je best anders mag zijn, en er ook bij hoort. Inclusiviteit betekent niet homogeniteit, maar juist acceptatie van en respect voor diversiteit.

Diversiteit positief benadrukken
Bovendien, waarom zou er niet een enorme meerwaarde kunnen zitten juist in het anders-zijn? Alle individuen met autisme verschillen natuurlijk ook onderling, maar een paar kenmerken die vaker voorkomen bij individuen met autisme, en die een positief effect op anderen of de groep kunnen hebben, zijn bijvoorbeeld behoefte aan regelmaat, duidelijke, concrete afspraken maken; eerlijkheid, je krijgt de waarheid als je er om vraagt; en loyaliteit, beloftes nakomen.

Het groepsproces veranderen
Op het Nationaal Autisme Congres heeft Carolien Rieffe twee succesvolle anti-pest programma’s besproken die inzetten op verandering van de omgeving, het groepsproces, inclusief de leerkrachten, ouders, en alle kinderen in de klas of school:

Een opmerking na afloop was “Mooie lezing, maar het ging niet meer echt over autisme?” En dat klopt, want de aanpak van pesten gaat verder dan een focus op het kind dat gepest wordt.’

Bron; universiteitleiden.nl

Dit bericht is 530 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail