Onbewuste, cognitieve processen spelen belangrijke rol bij PTSS

Facebooktwitterlinkedinmail

23 juni 2021 – Naast het trauma zelf bepalen cognitieve vertekeningen (biases) en automatisch vermijdingsgedrag de ernst van Posttraumatische Stressklachten. Zo concludeert Pascal Fleurkens, GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog en postdoc bij Pro Persona  aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in zijn proefschrift. Wij stelden hem een aantal vragen over zijn promotieonderzoek.

Waar richtte uw onderzoek zich op?
‘Ik onderzocht onder andere de werking van twee cognitieve biases bij patiënten met PTSS die seksueel misbruik hebben meegemaakt.  Een cognitieve bias is een vertekening in hoe mensen emotionele informatie verwerken. Aandacht, geheugen en interpretatie zijn kort door de bocht de drie meest onderzochte cognitieve vertekeningen. Bij een aandachtsbias hebben patiënten de onbewuste neiging om de aandacht automatisch op negatieve of bedreigende informatie te richten. Deze vinden ze moeilijk om los te laten. Een cognitief proces dat een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling en instandhouding van PTSS.’

Aandachtsbias bij PTSS-klachten
‘Welke soort informatie zet de aandachtsbias in gang? Dit zijn woorden die direct gelinkt zijn aan het trauma: die negatief zijn, over het misbruik gaan. Denk aan woorden als ‘verkrachting’ en ‘aanval’. Dit hebben we gemeten met de Emotionele Stroop Task (EST). Daarnaast wordt hun aandacht sneller getrokken door positieve woorden die voor hen een negatieve associatie hebben, zoals ‘naakt’ en ‘intiem’. Dit gebeurde vooral bij patiënten met een verhoogde arousal, waakzaamheid. Op basis hiervan vermoeden we dat waakzaamheid en aandachtsbias een directe relatie met elkaar hebben.

Hoe zit het met automatisch vermijdingsgedrag bij PTSS?
Naast cognitieve vertekeningen nam Fleurkens het onbewuste vermijdingsgedrag bij dezelfde groep onder de loep. Welke informatie en situaties gaan die mensen vanzelf, zonder dat ze zich ervan bewust zijn, uit de weg? ‘Dit zijn foto’s van situaties die te maken hebben met hun trauma, maar ook foto’s van verkeersongelukken. Een intiem stel daarentegen vermijden ze dan weer niet. Een belangrijk verschil met de studie naar aandachtsbias bij PTSS! Daaruit trekken we de conclusie dat bij vermijdingsgedrag het bedreigende karakter van informatie doorslaggevend is; bij aandachtsbiases het trauma-gerelateerde thema van de informatie.’

Onbewuste versus gecontroleerde vermijding
‘Interessant is dat we in deze studie de onbewuste vermijding bij PTSS hebben vergeleken met de gecontroleerde’, vertelt Fleurkens. ‘Dit maten we met de Approach-Avoidance Task (AAT): de deelnemers moesten met een joystick plaatjes wegduwen (vermijden) of naar zich toe halen. Naast de joystick-taak namen we een vragenlijst af over wat ze vermeden hadden. Daar vulden ze deels anders dingen in! Dit laat zien dat gecontroleerde en onbewuste, automatische vermijding deels zijn losgekoppeld van elkaar. In onze ogen een belangrijke bevinding, want dit wijst uit dat sommige processen automatisch zijn. Hierdoor kun je er moeilijker bij, terwijl het op de achtergrond wel heel erg meespeelt. En ervoor zorgt dat de PTSS in stand wordt gehouden of dat een patiënt terugvalt.’

Jeugdtrauma en negatieve geheugenbias bij psychische problemen
Op het einde van zijn promotie onderzocht Fleurkens de rol van jeugdtrama en negatieve geheugenbias bij comorbiditeit (het hebben van twee of meer psychische stoornissen) en brede psychische problemen. ‘Mensen met een negatieve geheugenbias onthouden onbewust makkelijker en sneller negatieve informatie. Terwijl trauma gelinkt is aan de mentale problemen, voorspelde met name deze bias de ernst en duur van de klachten en het psychosociaal functioneren. Een inzicht dat we goed in de klinische praktijk kunnen gebruiken, want we krijgen vaak te maken met patiënten die meerdere psychische ziekten hebben.’

Welke verdere klinische implicaties heeft uw onderzoek?
‘Om écht iets voor de klinische praktijk te betekenen, moeten onze onderzoeksresultaten eerst herhaald, gerepliceerd worden’, vindt Fleurkens. ‘Dan kun je met meer zekerheid uitspraken doen. In ieder geval laat het wel al zien dat het voor een behandelaar belangrijk is om aandacht te hebben voor onbewuste vermijding. Op dit moment vragen behandelaars ernaar, maar dit geeft niet een 100% kloppend beeld. Mensen met PTSS hebben immers niet altijd zicht op welke gebeurtenissen, situaties of personen ze onbewust vermijden. In de toekomst zou het mooi zijn als de computertaken die wij hebben gebruikt ook in te zetten zijn binnen de geestelijke gezondheidszorg. Hiervoor is echter doorontwikkeling nodig, want ze zijn nog niet valide en betrouwbaar genoeg.’

CV Pascal Fleurkens
Pascal Fleurkens volgde de Research Master Behavourial Science en Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Na verschillende functies binnen de psychologie rondde hij in mei 2021 zijn promotie-onderzoek af aan dezelfde universiteit. Daarnaast werkt hij sinds 2018 als GZ-psycholoog in opleiding tot klinisch psycholoog bij Pro Persona.

Link proefschrift: Genetics, childhood trauma, and biased information processing as risk factors for mental disorders.

Bron: nedkad.nl
 

Dit bericht is 1158 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail