MIND: stel de hulpvraag van de ggz-cliënt centraal

Facebooktwitterlinkedinmail

20 februari 2023 – Steeds meer mensen kampen met psychische klachten, zo toont recent NEMESIS onderzoek aan.  Is er daadwerkelijk sprake van een stijging, of gaat het om gelijkblijvende getallen? Hoe moet de ggz anders worden georganiseerd?

Deze vragen staan centraal in het rondetafelgesprek op woensdag 22 februari in de Tweede Kamer, een initiatief van D66 Kamerlid Rens Raemakers. Namens MIND krijgt ervaringsdeskundige Denise Bosma het woord. Zij pleit voor eigen regie en breder aanbod van zorg: “Laat mensen zelf kiezen uit het palet aan mogelijkheden binnen en buiten de ggz.”

Cijfers serieus nemen

Wat MIND betreft moeten alle mensen die klachten ervaren, serieus genomen worden. Het gaat hier niet om een toename van ‘mensen die het lijden zijn verleerd’ of ‘veeleisender zijn geworden’ maar om klachten die verder gaan dan normale menselijke emoties. Mensen met klachten, die een beroep doen op zorg, doen dit niet voor niets. In onze ogen is dit een gevolg van de ‘zelfredzame’ samenleving waarin mensen klachten ontwikkelen die het zelf niet meer redden. Hoewel het aantal cliënten in de ggz niet stijgt (het aanbod neemt eerder af dan toe), neemt de vraag naar zorg wel toe.

Mensen komen op wachtlijsten te staan en zoeken vaak hun heil elders. Zo zien wij een forse stijging van mensen die zich wenden tot de POH-ggz. MIND pleit er dan ook voor om in de discussie over aantallen en zorg, geen onderscheid te maken tussen de ggz en zorg die in andere domeinen (zoals ook het sociaal domein) wordt geboden. Ieder mens met psychische klachten zoekt immers de weg naar herstel die past en die beschikbaar is.

Zorg voor breed aanbod van zorg in ggz én sociaal domein

Om aan alle vraag te kunnen voldoen, is een breed ggz-aanbod nodig met ook expertise in complexere aandoeningen. Dit moeten we vooral behouden én uitbreiden met lotgenotencontact en zelfregie- en herstelinitiatieven die een belangrijke functie hebben in terugvalpreventie en/of het voorkomen van erger. We moeten vaart maken met de verdere uitrol van een landelijk dekkend netwerk van de zelfregiecentra, zoals in het Integraal Zorgakkoord staat vermeld. Hoe steviger deze plekken staan, hoe beter zij kunnen doen waar ze voor zijn: mensen passend ondersteunen en waar nodig de weg helpen te vinden naar andere vormen van zorg. Ook zijn het plekken waar mensen kunnen toepassen wat wordt geleerd in therapie. Een behandeling is altijd tijdelijk. Daarnaast is een plek waar je begrepen wordt en blijvende steun nodig.

Cultuurverandering nodig

Wat anders moet, is de toegankelijkheid van de ggz en het “oude denken” vanuit het huidige systeem van ggz-zorg. Bijvoorbeeld dat complexere aandoeningen alleen in grote ggz-instellingen te behandelen zijn met behulp van gecontracteerde zorg. Dit is wat ons betreft een onjuiste benadering; er zijn ook kleinere aanbieders die kwalitatief zeer hoogstaande zorg leveren aan mensen met een complexe hulpvraag. Zij kunnen soms juist meer maatwerk aanbieden, passend bij de hulpvraag. Er is juist in de ggz geen “one size fits all” benadering mogelijk.

Wetgeving knelt
Om aan de vraag te voldoen en zorg in de breedte te kunnen bieden, zal ook de wet zich aan de nieuwe situatie moeten aanpassen. De huidige wetgeving knelt en verhindert proactieve samenwerking tussen verzekeraars, gemeenten, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties. Denk aan de Zvw, de Wlz, de Jeugdwet, de WMO. Zorg voor integrale bekostiging zodat cliënten niet meer van het kastje naar de muur worden gestuurd maar hun hulpvraag centraal staat. Zodat zij sneller en beter vanuit zowel het zorg- als welzijnsdomein kunnen worden geholpen.

Bron: persbericht

 

Dit bericht is 1194 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail