Hoe kunnen sociaal domein en ggz elkaar versterken?

Facebooktwitterlinkedinmail

8 januari 2022 – De druk op zorg en ondersteuning neemt toe. Zelfs zo erg, dat de ggz inmiddels heeft aangegeven dat zij de wachtlijsten niet meer kan oplossen. Mensen krijgen daardoor niet de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. Herinrichting en betere samenhang van zorg- en ondersteuning zijn essentiële ingrediënten om dit nijpende vraagstuk op te lossen, mits deze gepaard gaan met een stevige focus op preventie en herstel én er tegelijkertijd aandacht is voor structurele oorzaken.

Preventie vanuit de sociale basis 
Een hernieuwde blik op mentale gezondheid en de inrichting van de zorg- en ondersteuningsstructuur, in combinatie met diverse andere actoren, zowel formele als informele, is essentieel. Denk aan welzijnswerk, zelfregie-initiatieven, lotgenotengroepen, arbeidsreïntegratie maar ook naasten, vrijwilligers en actieve buren, ofwel de sociale basis. Deze sociale basis moet een stevig fundament vormen waarbij voldoende ruimte is voor ontmoeting, mogen zijn wie je bent, mogen en kunnen meedoen aan de samenleving. Zo kan de sociale basis beginnende problematiek vroegtijdig afvangen. Dit voorkomt voor een deel van de mensen dat op een later tijdstip zwaardere ondersteuning of (specialistische) ggz nodig is.

Zelfregiecentra
Zelfregiecentra zijn plekken waar activiteiten worden ontwikkeld voor de participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Sommige centra zijn zelfstandig, andere centra maken onderdeel uit van een cliëntenorganisatie of hulpverleningsorganisatie. Doelen: eigen regie bevorderen en de afhankelijke positie van mensen ten opzichte van de hulpverlening doorbreken. Bij deze volwaardige participatie zijn twee zaken belangrijk: meedoen en meedenken. Dat betekent dat de zelfregiecentra vooral draaien op vrijwilligers uit de doelgroep die mede bepalen wat er gebeurt. Helaas valt de bekostiging van dergelijke initiatieven vaak tussen wal en schip. Meestal zijn ze afhankelijk van incidentele subsidies.

Krachten bundelen rondom mentale gezondheid

Verankeren van herstel
Stelsels, systemen en financieringsstromen moeten ondersteunend zijn aan preventie en herstel. Dat vraagt om een verschuiving van focus: van kwetsbaarheid en symptoombestrijding naar preventie. En waar preventie desondanks toch tekortschiet, is het werken vanuit herstel van toegevoegde waarde. Herstel is niet hetzelfde als genezen: het is een uniek persoonlijk proces waarbij iemand toewerkt naar een voor hem of haar zinvol leven. Het draait om weer op een (voor de persoon zelf) betekenisvolle manier mee kunnen en mogen meedoen in de samenleving. Het huidige stelsel plaatst echter het behandelen van symptomen nog centraal. Wellicht dat het centraal plaatsen van herstel, aanknopingspunten biedt voor het duurzamer en beter inrichten van een stelsel rondom mentale gezondheid.

 ‘Herstel is niet hetzelfde als genezen: het is een uniek persoonlijk proces waarbij iemand toewerkt naar een voor hem of haar zinvol leven’

Zorg- en ondersteuningsnetwerken 
Preventie en behandeling van mentale problemen krijgen idealiter vorm in netwerkverband, waarbij onder meer sociaal domein, huisartsen en aanpalende domeinen als wonen en veiligheid samen optrekken. Als zorg en sociaal domein zich steviger verbinden in een gezamenlijk opererend netwerk, komt een vloeiend continuüm van zorg en ondersteuning dichterbij. Zo is in het geval van langere wachttijden makkelijker een overbruggingsoplossing te vinden. Op deze wijze kan er steeds gedaan worden wat nodig is: dit voorkomt verergering van problemen en draagt bij aan passende zorg en ondersteuning. Dit leidt tot een beter afgestemde behandeling (in de curatieve ggz) in lijn met herstel.

Daarnaast verdient de inzet en positionering van ervaringsdeskundigheid nog de nodige aandacht: de toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigen is evident, zij zijn desalniettemin nog niet overal zo gepositioneerd dat hun rol/positie inclusief passend salaris vanzelfsprekend is.

Buiten de boot vallen 
Tot slot is het belangrijk dat we ons richten op de structurele oorzaken die ten grondslag liggen aan het feit dat mensen buiten de boot vallen. Zo signaleerde de Raad voor Volksgezondheid in het essay Over bezorgd dat met ingrijpen op structurele oorzaken van mentale druk, je individuele knelpunten voor kunt zijn. Ook het borgen van bestaanszekerheid is van belang. Zo toonden zowel het CPB als Trimbos aan dat financiële problemen mentale problemen veroorzaken of versterken.

De Belgische psychiater Dirk de Wachter omvat een en ander in een mooi beeld. Hij vergelijkt onze samenleving met een speedboot, genaamd TINA: There Is No Alternative. ‘Die speedboot vaart heel snel, en vooraan staan blitse jongens in dure pakken met hun haren in de wind magnumflessen champagne leeg te spuiten, (…). Maar achteraan vallen mensen uit de boot, omdat het zo snel gaat en er geen relingen zijn. Door het geraas horen de succesboys dat niet. En achter die speedboot varen wij, de psychiaters en de psychologen, in rubberbootjes. Wij vissen de overboord gevallen sukkelaars op en geven ze droge kleren.’

De vraag is of we ons niet méér of in ieder geval óók op de speedboot moeten richten in plaats van op diegenen die eruit vallen. Door naast individuele problematiek ook maatschappelijke oorzaken aan te pakken, verminderen we druk op mensen en daarmee ook de druk op zorg en ondersteuning. Vanuit Movisie dragen wij hier graag aan bij met debat, kennisontwikkeling en uitwisseling.

Bron: movisie.nl

Dit bericht is 1369 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail