Geneesmiddelencommissie Kenniscentrum KJP: “Samen beslissen wat het beste middel is.”

Facebooktwitterlinkedinmail

15 maart 2023 – Nick Goddard en Mirjam van den Boer over het werk van de Geneesmiddelencommissie van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Nick Goddard draagt het stokje van de voorzitter van de Geneesmiddelencommissie van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie over aan commissielid Mirjam van den Boer. Tien jaar lang was Nick de voorzitter. Wat is er de afgelopen jaren bereikt? Welke ontwikkelingen verdienen nu de aandacht? Een tweegesprek met de oude en de nieuwe voorzitter.

Psychofarmaca zijn vaak niet speciaal onderzocht voor gebruik door kinderen en jongeren. Zo kan het gebeuren dat een jongere in de ene instelling een ander medicijn voor bijvoorbeeld depressie krijgt dan in de andere. Meer standaardisatie en een gezamenlijke visie op het voorschrijven van medicatie: met dat doel richtte het Kenniscentrum ruim 10 jaar geleden de Geneesmiddelencommisie op. Nick Goddard, net als Mirjam van den Boer kinder- en jeugdpsychiater bij Levvel: “Een voorbeeld is de ingrijpmedicatie: wat schrijf je voor in een acute situatie? De lijst met mogelijke medicijnen is enorm. Die zijn voor gebruik door volwassenen goed onderzocht. Voor kinderen en jongeren is vaak alleen practice-based informatie beschikbaar: daarvoor onderzoek je in de dagelijkse praktijk of een behandeling werkt. Daarom is het belangrijk dat die kennis goed vindbaar is voor iedereen die deze medicijnen voorschrijft. Het maakt het makkelijker om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Bijvoorbeeld over de begindosering.”

Eigen geneesmiddelencommissie legt meer gewicht in de schaal
Dat is grotendeels gelukt, zegt Nick. Voor het merendeel van de psychiatrische stoornissen is er nu een werkgroep die de protocollen rond medicijnen bestudeert en actualiseert. “Waar nodig kan de commissie ook zelf een protocol ontwikkelen.” De meeste kind- en jeugdpsychiaters werken in een instelling die ook volwassenenzorg biedt”, zegt hij. “Lokale geneesmiddelencommisies zijn daarom sterk gefocust op volwassenen. Sinds er een landelijke geneesmiddelencommissie is, kunnen we meer gewicht in de schaal leggen.” Die lokale commissies blijven wel cruciaal voor het goed functioneren van de landelijke geneesmiddelencommissie, benadrukt Mirjam. “Zij verzamelen wat er bij hen speelt en verspreiden ook weer de kennis in hun eigen instelling. Het is echt tweerichtingsverkeer.”

Dat harmoniseren van voorschrijfgedrag tijd en energie kost, ervoeren Nick en Mirjam toen hun eigen instelling De Bascule in 2020 fuseerde met Spirit. Mirjam: “Hoe pas je het protocol aan? En hoe zorg je ervoor dat iedereen in de organisatie die toepast? Daar hebben we nog wel wat stappen in te zetten. Gelukkig kunnen we daarvoor putten uit de kennis van de landelijke geneesmiddelencommissie.”

Kinderformularium
De geneesmiddelencommissie werkt nauw samen met het in 2008 opgerichte landelijke kinderformularium. Dat bundelt wetenschappelijke kennis over toepassing van geneesmiddelen bij kinderen. Voor niet-geregistreerde medicijnen maakt het een afweging tussen werkzaamheid en veiligheid. Nick: “Zij kunnen gebruik maken van onze ervaring als er geen evidence-based informatie beschikbaar is. Zo kunnen we samen beslissen wat het beste middel of de beste dosering is.”

Die onderlinge afstemming zorgt ervoor dat voorschrijvers vaker volgens de richtlijnen voorschrijven. Nick: “Het blijven richtlijnen, geen geboden. Ze moeten houvast geven. Bovenal wil je iets voorschrijven dat jeugdigen echt verder helpt.”

Dat kinderen en jongeren vergeleken met tien jaar geleden vaker medicijnen krijgen voorgeschreven, is niet per se zorgwekkend, stelt hij. “Het kan ermee te maken hebben dat we alerter zijn op indicaties. Dat we minder diagnoses missen.” Toch vindt hij dat de vraag wanneer je geen medicatie voorschrijft, meer aandacht verdient. “Van slaapmedicatie weten we dat die een kind of jongere vaak niet verder helpt.”

De commissie krijgt met meer uitdagingen te maken. Sinds de invoering van de Jeugdwet (waarin bijna alle zorg en ondersteuning voor iedereen onder de 18 jaar geregeld is) schrijven ook professionals, die niet in pure jeugd-ggz-instellingen werken, medicatie voor. Mirjam: “Hoe vertalen we onze kennis naar die veranderde omgeving? Daar wil ik me de komende tijd mee bezighouden. Steeds vaker zijn het andere specialisten die voorschrijven: vooral verpleegkundig specialisten, maar ook kinderartsen en huisartsen. Daarom gaan we een verpleegkundig specialist aan de landelijke commissie toevoegen. En willen we ervoor zorgen dat alle verschillende voorschrijvers vertegenwoordigd zijn in de lokale geneesmiddelencommissies.”

Vaker vragen naar seksuele bijwerkingen
Naast wát voor te schrijven op welk moment, wil de commissie de bijwerkingen van medicijnen beter in kaart brengen. Bijvoorbeeld bijwerkingen die effect hebben op de seksualiteit. Nick: “Daar vragen we jongeren nog te weinig naar. Terwijl we van bepaalde middelen weten dat die bijwerkingen er zijn. Mirjam: “Daarvoor kunnen we ook gebruikmaken van de kennis van het Lareb, het centrum dat die bijwerkingen bijhoudt.”

Mirjam wil ook meer inzoomen op de transitiefase van jongere naar volwassene, om beter afgestemde protocollen op te stellen. Een ander aandachtspunt is de metabole screening. Nick: “Stel dat iemand op zijn twaalfde is begonnen met een bepaald medicijn en het twintig jaar later nog steeds slikt. Dan is het goed als je de nodige somatische screening hebt gedaan en de effectiviteit van dat middel regelmatig evalueert.”

Hij heeft het voorzitterschap met plezier op zich genomen, zegt Nick. “Het is interessant om actief bezig te zijn met zo’n belangrijk aspect van ons vak. Je leert veel van de kennis en ervaring die de commissieleden vanuit het hele land inbrengen. Het is vooral hun verdienste dat we zo ver zijn gekomen.”

Mirjam kijkt uit naar haar nieuwe rol. “Nick en de andere leden hebben al zoveel werk verzet. Ook de ondersteuning vanuit het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie is geweldig. Dat maakt het voor mij een stuk makkelijker om de volgende fase in te gaan. Ik vind het leuk om de stappen die de lokale commissies zetten, te verbinden met het landelijke. En ervoor te zorgen dat onderwerpen die op de agenda staan, de uitwerking krijgen die nodig is.”

Bron: kenniscentrum-kjp.nl

Dit bericht is 1153 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail