18 augustus 2026 – Onderzoek naar behandelingen voor psychische aandoeningen kijkt nog te veel naar de vraag of symptomen verminderen. Volgens onderzoekers zouden wetenschappelijke studies veel vaker moeten meten of mensen zich beter voelen, beter functioneren en hun leven weer als betekenisvol ervaren.
Dat schrijven onderzoekers van onder meer de University of California Berkeley en Imperial College London in npj Mental Health Research. Zij pleiten ervoor om welzijn voortaan vaker als een belangrijke, en soms zelfs belangrijkste, uitkomst van psychiatrisch onderzoek te gebruiken.
Bij onderzoek naar depressie wordt bijvoorbeeld vaak gekeken naar de score op een depressievragenlijst. Hoe sterker de score daalt, hoe beter de behandeling lijkt te werken. Maar daarmee is niet automatisch duidelijk of iemand zijn leven ook weer kan oppakken.
Kan iemand weer werken? Heeft iemand weer contact met vrienden en familie? Ervaart iemand weer plezier, betekenis of toekomstperspectief? Volgens de onderzoekers zijn dat uitkomsten die voor patiënten minstens zo belangrijk kunnen zijn als het verdwijnen van afzonderlijke symptomen.
‘Minder klachten’ is niet hetzelfde als herstel
De onderzoekers wijzen erop dat patiënten en behandelaren bij depressie vaak andere doelen noemen dan alleen het verminderen van symptomen. Sociale contacten, dagelijks functioneren, persoonlijke doelen en kwaliteit van leven worden eveneens gezien als belangrijke tekenen van herstel.
Toch worden deze aspecten in veel klinische onderzoeken als secundaire uitkomst meegenomen. Daardoor kunnen behandelingen die het dagelijks leven van patiënten duidelijk verbeteren, in wetenschappelijk onderzoek minder succesvol lijken wanneer de primaire uitkomst vooral een symptoomscore is.
Dat kan ook gevolgen hebben voor de ontwikkeling en beoordeling van nieuwe behandelingen. Regelgevende instanties zoals de Amerikaanse FDA kijken bij de beoordeling van geneesmiddelen sterk naar vooraf vastgestelde primaire uitkomsten. Als welzijn daar geen onderdeel van is, kunnen verbeteringen op dat gebied minder zwaar meewegen.
Psychedelica als voorbeeld
De discussie speelt momenteel bijvoorbeeld rond onderzoek naar psychedelische behandelingen. Studies naar middelen als psilocybine en MDMA meten doorgaans of symptomen van depressie of PTSS verminderen. Tegelijkertijd melden deelnemers soms ook veranderingen in betekenisgeving, sociale verbondenheid en functioneren.
De onderzoekers noemen als voorbeeld een studie waarin psilocybine en escitalopram werden vergeleken bij mensen met een depressie. Op de vooraf vastgestelde primaire uitkomst was er geen duidelijk verschil tussen beide behandelingen. Op verschillende andere metingen, waaronder welzijn, werk- en sociaal functioneren en ervaren betekenis in het leven, werden wel verschillen gevonden. Omdat deze uitkomsten secundair of verkennend waren, moeten die resultaten volgens de onderzoekers wel voorzichtig worden geïnterpreteerd.
Het gaat de onderzoekers daarom niet om het vervangen van symptoommetingen. Die blijven belangrijk. Hun voorstel is om daarnaast een gestandaardiseerde maat voor welzijn te ontwikkelen en die een veel belangrijkere plaats te geven in klinische onderzoeken.
Van ziekte naar herstel
Een dergelijke verandering zou ook kunnen aansluiten bij een bredere ontwikkeling in de geestelijke gezondheidszorg, waarin herstel steeds minder uitsluitend wordt gezien als het verdwijnen van psychische klachten.
Een recente studie naar depressie kwam tot een vergelijkbare conclusie. De auteurs schrijven dat symptoommetingen nog altijd de meest gebruikte primaire uitkomst zijn, terwijl mensen met ervaringskennis de kwaliteit van leven vaak minstens zo belangrijk vinden. Zij pleiten daarom voor meer aandacht voor de uitkomsten die voor patiënten daadwerkelijk betekenis hebben.
De onderzoekers achter het nieuwe artikel gaan nog een stap verder. Zij willen dat welzijn uiteindelijk als primaire of gezamenlijke primaire uitkomst kan worden gebruikt in onderzoek naar behandelingen voor psychische aandoeningen.
Daarvoor is volgens hen eerst consensus nodig over wat precies onder welzijn moet worden verstaan en hoe het betrouwbaar kan worden gemeten. Er bestaan inmiddels tientallen verschillende vragenlijsten en definities, waardoor het lastig is om onderzoeksresultaten goed met elkaar te vergelijken.
De kern van hun boodschap is daarmee eenvoudig: een behandeling voor een psychische aandoening zou niet alleen moeten worden beoordeeld op de vraag of iemand minder klachten heeft, maar ook op de vraag of iemand daardoor weer beter kan leven.
Bronnen:
- Marseille E. et al., Well-being as a primary endpoint in clinical trials: a call for consensus, npj Mental Health Research, 2026.
- Beyond symptoms: Other outcomes that also matter in depression trials, Journal of Affective Disorders, 2026.
- Drexler K. et al., The Future of DSM: Are Functioning and Quality of Life Essential Elements of a Complete Psychiatric Diagnosis?, American Journal of Psychiatry, 2026.
Dit bericht is 3 keer gelezen.