Zorgen we optimaal voor onze jeugd?

Facebooktwitterlinkedinmail

2 mei 2021 – Er wordt veel beleid gevoerd op en rondom kinderen. Beleid dat een directe impact heeft op hun leven. Het bepaalt welke hulp en steun er beschikbaar is. Denk hierbij aan voorlichting en informatievoorziening op scholen, maar ook aan hulpverlening als kinderen tegen problemen aanlopen. Het is essentieel dat er getoetst wordt of we met het huidige beleid het juiste doen. Kortom: zorgen we optimaal voor onze jeugd ? 

Sinds de ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind door Nederland in 1995 rapporteert het Kinderrechtencollectief met inbreng van ngo’s en andere organisaties – waaronder dit jaar het Trimbos-instituut – over de situatie van kinderrechten in Nederland. Het vijfde rapport aan het VN-Kinderrechtencomité werd afgelopen week aangeboden aan demissionair staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Paul Blokhuis. Voor deze rapportage gaf ik input over de situatie waarin kinderen opgroeien en de realisatie van hun rechten op het gebied van gegevensverzameling, middelengebruik en gamen.

Goede gegevensverzameling is essentieel voor passende (preventieve) zorg
Zowel als programmahoofd Jeugd als hoogleraar Youth Mental Health Promotion heb ik dagelijks te maken met het verzamelen, vertalen en benutten van landelijke cijfers over het (mentaal) welzijn van de Nederlandse jeugd. Op dit moment wordt deze data nog niet optimaal verzameld. Er zijn nog te veel losstaande onderzoeken. Ook zijn er een aantal onderwerpen waar nog geen cijfers van bekend zijn, zoals landelijke cijfers over psychische stoornissen onder de 18 jaar of jongeren tot 18 jaar in de Generalistische Basis-ggz en Specialistische ggz. Dit maakt het lastig om een sluitend landelijk beeld te geven van het (mentaal) welzijn van de Nederlandse jeugd en de beschikbare zorg.

Goede gegevensverzameling is onder andere essentieel voor:

  • monitoring om trends aan het licht brengen;
  • onderzoek naar risico- en beschermende factoren;
  • het adequaat inrichten van hulp, zorg, ondersteuning en preventie;
  •  en kwaliteitsborging van hulp en zorg (wanneer ben je tevreden over de zorg die je geleverd hebt).

Alleen door al deze facetten zo goed mogelijk in te richten doen we het meest recht aan onze kinderen: het voorkomen dat kinderen problemen ontwikkelen en ondersteunen van kinderen die onverhoopt wel problemen hebben.

Voorkom dataverzameling op losstaande eilandjes
Om de huidige manier van dataverzameling te verbeteren moet het verzamelen van data meer aan elkaar verbonden worden en op elkaar afgestemd worden. Alleen zo creëren we een representatief landelijk beeld. Als onderdeel hiervan zetten wij ons in om meer eenduidigheid te creëren in het definiëren en meten van de mentale gezondheid onder jongeren. Door meer afstemming en eenduidigheid in definities en meetmethodes kunnen data van verschillende onderzoeken beter met elkaar vergeleken worden en worden trends zichtbaarder.

Vroegsignalering en juiste hulpverwijzing bij middelengebruik
Het gebruik van alcohol, tabak en drugs onder jongeren wordt in Nederland goed gemonitord. Zo weten we dankzij het EXPLORE onderzoek dat nog steeds veruit het meeste gebruik plaats vindt onder jongeren op het speciaal onderwijs. Dit soort gegevens helpen om landelijke preventieprogramma’s bij te stellen en door te ontwikkelen. Een voorbeeld is het preventieprogramma Helder op School waarbij lesmateriaal beschikbaar is voor verschillende onderwijstypen – waaronder het voortgezet speciaal onderwijs.

Preventie en vroegsignalering is belangrijk om te voorkomen dat jongeren (ernstige) problematiek ondervinden als gevolg van middelengebruik. Voor jongeren die onverhoopt toch problemen ontwikkelen kent Nederland een goede jeugdverslavingszorg. Maar weten jongeren en naaste volwassenen de weg hier naar toe goed te vinden? Een van de aanbevelingen van het Kinderrechtencollectief luidt dan ook: zet in op een goede doorgeleiding van jongeren naar de jeugdverslavingszorg.

Landelijke aanpak gamepreventie nodig
Terwijl de middelenpreventie al een aantal jaar loopt, staat de gamepreventie nog in de kinderschoenen. Ook wordt er nog beperkt gemonitord op gamegedrag onder jongeren. Ondanks de beperkte data weten we aantal dingen al wel die ons kunnen helpen de eerste stappen in preventie te zetten. Als ik doorspoel naar de toekomst zie ik eenzelfde preventieprogramma voor gamen als Helder op School voor middelengebruik. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat hier prioriteit aan wordt gegeven vanuit het beleid. En om écht vooruitgang te boeken moet er een landelijke aanpak gamepreventie komen.

De afgelopen maanden kregen we veel vragen over gamegedrag en gokken tijdens corona. ‘Gamen jongeren nu meer?’ ‘Zijn meer jongeren gameverslaafd door corona?’ Allemaal goede vragen.

Vragen waar we door het gebrek aan systematische monitoring geen sluitend antwoord op hebben. Dit maakt duidelijk hoe belangrijk monitoring is. Want als we wél cijfers (en dus antwoorden) hadden, konden we hierop inspelen met passende preventie en hulp.

We zijn er nog niet
Terug naar de hamvraag: zorgen we optimaal voor onze jeugd? Op het gebied van gegevensverzameling, middelengebruik en gamen is er zeker nog winst te behalen. En dat zijn slechts drie onderwerpen uit het rapport van het Kinderrechtencollectief. Begrijp me niet verkeerd, ik denk zeker dat we met z’n allen al veel goede stappen gezet hebben. Maar we zijn er nog niet. De terugkerende rapportage van het Kinderrechtencollectief helpt ons allen scherp te houden. Het helpt ons het oog op het einddoel te houden: optimale zorg voor onze jeugd.

Geschreven door Marloes Kleinjan. 

Bron: trimbos.nl

Dit bericht is 236 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail