Per 1 juli hebben cliënten recht op elektronische inzage in het dossier

Facebooktwitterlinkedinmail

25 juni 2020 – Psychologen in de zorg zijn per 1 juli 2020 wettelijk verplicht om inzage en afschrift van een dossier ook elektronisch mogelijk te maken voor cliënten.

Deze verplichting is vastgelegd in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). Als de client om elektronische inzage of afschrift verzoekt, dan dient de psycholoog hieraan gevolg te geven.

Elektronische inzage en kopie impliceert dat er sprake is van een elektronisch dossier. De wet stelt geen eisen aan de vorm waarin de psycholoog de elektronische inzage verstrekt. De manier waarop is aan de psycholoog, afhankelijk van de aanwezige technische mogelijkheden: rechtstreeks online, via een portaal in het EPD of via een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO).

De psycholoog kan ook elektronische inzage verlenen via de computer/laptop op de praktijk. Het is niet wettelijk vereist dat de psycholoog werkt met een speciaal aangekocht programma of portaal.

Dit recht is ter aanvulling op de bestaande rechten op inzage en afschrift van het (papieren) dossier in de Wgbo en de Beroepscode. Een verschil met de Wgbo is dat de psycholoog het afschrift van het elektronisch dossier kosteloos moet verschaffen (art. 15d lid 3 Wabvpz).

Om welke gegevens gaat het?
In de wet is slechts bepaald dat de cliënt recht heeft op elektronische inzage in zijn dossier, gedeelten van dat dossier en/of gegevens uit dat dossier. De psycholoog doet er goed aan de cliënt daarover te informeren. Dat betekent ook dat de psycholoog de professionele verantwoordelijkheid heeft om bepaalde delen van het dossier van inzage af te schermen, zoals bijvoorbeeld de gegevens met betrekking tot een ander dan de cliënt of de andere leden van een cliëntsysteem (artikel 67 Beroepscode).

De persoonlijke werkaantekeningen van de psycholoog vallen niet onder het inzagerecht, deze horen immers niet tot het dossier. Het is ook van belang dat de psycholoog rekening houdt met de eventuele kwetsbaarheid van de client en de mogelijkheid om de client een mondeling toelichting op de inzage aan te bieden.

De wettelijke verplichting geldt in principe voor psychologen die werkzaam zijn op basis van  de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg (Wlz). Voor de psycholoog die als behandelaar/zorgverlener handelt en onder de Wgbo valt, bijvoorbeeld in de jeugdggz, is deze wet ook van toepasing.

Het beschikbare elektronisch systeem moet voldoen aan de beveiligingsnormen in de zorg NEN 7510 en NEN 7512 (zie art. 3 Besluit elektronische gegevensverwerking door zorgaanbieders (‘Begz’), een algemene maatregel van bestuur die berust op de Wabvpz). Een kopie van het dossier kan de psycholoog ook via beveiligde e-mail aan de client verstrekken.

Recht op kopie logging
Op het moment dat er met meerdere collega’s in het elektronische dossier wordt gewerkt, dan is zgn. ‘logging’ onderdeel van het inzagerecht (artikel 15e). De client heeft ook recht op een kopie: een elektronisch gegenereerd overzicht van wie, waar, wanneer, in het dossier gegevens heeft ingevoerd, aangepast en ingezien. Het logging overzicht hoeft niet door de psycholoog uit eigen beweging te worden verstrekt. De cliënt dient expliciet om dit logging overzicht te vragen.

Zie: Besluit van 10 juni 2020, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 15d en 15e van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg( officielebekendmakingen.nl)

Bron: psynip.nl 

Dit bericht is 4263 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail