Nieuw kwaliteitsstatuut kan positief uitwerken op wachtlijsten GGZ

Facebooktwitterlinkedinmail

16 december 2020 – Verbetering van de zorg voor cliënten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) door een goede rol- en taakverdeling van de verschillende zorgverleners. Met dat doel is het ‘Landelijk Kwaliteitsstatuut GGZ’ gemaakt. In het statuut is duidelijk omschreven welke zorgverleners in eenvoudige situaties en welke in meer complexe situaties bepalen wat de beste behandeling is en wie de behandeling coördineert.

Het Landelijk Kwaliteitsstatuut GGZ is onder regie van Zorginstituut Nederland opgesteld door de Kwaliteitsraad. Dit nadat partijen in de GGZ het niet eens konden worden over het onderdeel regiebehandelaarschap. Cliënten, zorgverleners en zorgverzekeraars kunnen − met dit statuut als uitgangspunt − aan de slag met de verdere uitwerking en de invoering.

Situaties van cliënten uitgangspunt
Cliënten in de geestelijke gezondheidszorg hebben heel verschillende soorten problemen, waarvoor verschillende vormen van behandeling en begeleiding mogelijk zijn. Op basis van de complexiteit van geestelijke problemen staan in het ‘Landelijk Kwaliteitsstatuut GGZ’ vier categorieën van situaties die in het zorgproces van de GGZ kunnen voorkomen: A, B, C en D. Categorie A is de minst complexe situatie, categorie D is een crisissituatie.

Duidelijkheid over afstemming en rollen zorgverleners
Bij de zorg aan een GGZ-cliënt zijn vaak ook verschillende zorgverleners betrokken, bijvoorbeeld verpleegkundigen, psychologen, verslavingsartsen en psychiaters. Deze zorgverleners kunnen een eigen praktijk hebben of bij een GGZ-instelling werken. Goede onderlinge afstemming is belangrijk. Ook moet voor iedereen duidelijk zijn welke zorgverlener welke rol in het zorgproces heeft. Het kwaliteitsstatuut verbetert deze afstemming en duidelijkheid door twee aparte rollen te omschrijven: 1. de zorgverlener die vaststelt wat het probleem van de cliënt is en wat de behandeling moet zijn (‘indicerend regiebehandelaar’) en 2. de zorgverlener die de zorg aan de cliënt geeft en organiseert (‘coördinerend regiebehandelaar’).

Juiste regiebehandelaar op juiste moment
Per situatie is aangegeven welke vaardigheden de indicerend en coördinerend regiebehandelaar moeten hebben. Verpleegkundig specialisten en verslavingsartsen kunnen bijvoorbeeld indicerend regiebehandelaar zijn in categorie B en coördinerend regiebehandelaar in categorie C. Door deze indeling kunnen meer zorgverleners dan nu de rol van indicerend of coördinerend regiebehandelaar vervullen. Jan Kremer, voorzitter van de Kwaliteitsraad: “Dankzij deze afspraken in het Kwaliteitsstatuut krijgen cliënten de juiste regiebehandelaar op het juiste moment. En daarmee ook de juiste zorg. En omdat meer zorgprofessionals een indicatie mogen stellen, heeft het waarschijnlijk ook een positief effect op de wachtlijsten in de GGZ.”

Bron: persbericht Zorginstituut Nederland

Dit bericht is 650 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail