Last Man Standing tegen de lange wachtlijsten in de GGZ

Facebooktwitterlinkedinmail

25 juni 2017 –  Gisteren stonden in het Markermeer bij Hoorn meer dan honderd mensen op kleine houten paaltjes om aandacht voor de lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) , zo meldt de NOS.

Initiatiefnemer van de actiedag is Stichting Mind, die opkomt voor de belangen van patiënten en hun familie. Directrice Marjan ter Avest legt uit: “Sommige mensen die zorg nodig hebben moeten wel tot anderhalf jaar wachten voor er een behandelplek voor ze is bij een instelling of in een praktijk. En de problemen die ze al hebben, worden in die tijd alleen maar erger.”

Wat moet er dan gebeuren? Ter Avest: “De overheid moet de regie nemen. De staatssecretaris heeft wel ingegrepen bij het geval van Emma, daar ben ik ook blij om, maar zoals Emma zijn er meer. Er moet voor de jeugd sneller zorg worden geregeld in gemeenten. Daar moet sneller iemand opstaan die zegt: we gaan een plek voor je zoeken, zodat je behandeld wordt voor, bijvoorbeeld, een eetstoornis.”

“Maar er ligt ook een verantwoordelijkheid bij instellingen en praktijken. Als er voor iemand geen plek is bij de ene, moet die worden doorgestuurd naar de andere behandelplek. Maar daarmee verlies je wel een patiënt en dus inkomen. Die mentaliteit moet in onze ogen verdwijnen.” Als er geen geld komt, moeten we ook niet klagen over verwarde mensen.

Medewerker uit de psychiatrische zorg
Niet alleen mensen die psychiatrische zorg nodig hebben, kampen met de problemen van wachtlijsten. Het is voor veel mensen in de omgeving van iemand met een probleem ook lastig iemand zo te zien vastlopen.

Een medewerker van een GGZ-instelling vertelt: “De regering moet geld vrijmaken voor de GGZ. Daarmee moet veel meer zorg beschikbaar gesteld worden, in plaats van te bezuinigen in mij, mijn collega’s, woonvormen en behandelingen. Want als dat niet gebeurt, moeten we ook niet klagen dat er meer verwarde mensen zijn op straat.”

“Ik ben nu vooral druk met administratie en daardoor minder met mijn cliënten. Als er wel geld vrij zou komen en dat zou gaan naar meer collega’s voor mij, kan ik cliënten weer aandacht geven en veel eerder signaleren wanneer iets mogelijk misgaat en ingrijpen. Dan kan ik weer gewone gesprekken voeren met mensen, in plaats van pas praten als er weer eens iets fout is gegaan.”

Bron: nos.nl

Dit bericht is 14532 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail