Kamerbrief van minister De Jonge over het versterken van de jeugd-ggz

Facebooktwitterlinkedinmail

12 november 2019 – Minister Hugo De Jonge schrijft in een brief aan de Tweede Kamer hoe hij de geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (jeugd-ggz) wil versterken.

Na de evaluatie van de Jeugdwet (januari 2018) is op verzoek de Kamer een apart onderzoek gedaan naar de jeugd-ggz. Kinderen die te maken krijgen met psychische problematiek en hulp nodig hebben, moeten goede passende hulp krijgen, die tijdig beschikbaar is.

Aanvullend onderzoek positie jeugd-ggz

In het aanvullend onderzoek naar de evaluatie van de jeugd-ggz binnen het nieuwe stelsel van jeugdhulp komen vijf hoofdthema’s naar voren:

  1. De toegang tot de jeugd-ggz: met vragen naar de rol van praktijkondersteuners bij huisartsen en de rol die professionals met expertise in de jeugd-ggz kunnen hebben in lokale teams.
  2. Triage bij complexe problematiek: met de vraag of een snelle diagnose mogelijk is.
  3. Samenwerking tussen jeugd-ggz, andere jeugdhulpverleners en lokale teams: met vragen naar kennis en erkenning van elkaars expertise, in hoeverre het lukt om jeugdhulp en jeugd-ggz met elkaar te laten samenwerken, (hoe) de volwassen-ggz hierin wordt betrokken en de zichtbaarheid van het lokale team als partij waar ook naar terugverwezen kan worden.
  4. Hoog-specialistische jeugd-ggz: met vragen naar hoe lokaal werken vorm krijgt en hoe de terugkeer naar het lokale domein/het lokale team werkt.
  5. Leren en het kennismanagement: met vragen in hoeverre er sprake is van lerende praktijken, hoe deze werken en wat de invloed van de druk op het stelsel is als het gaat om het leren.

Ervaringsdeskundigheid

De afgelopen periode zijn de uitkomsten van het rapport in diverse bijeenkomsten besproken met ervaringsdeskundigen, professionals, gemeenten, kennispartijen, aanbieders en branche- en beroepsorganisaties. De deelnemers van de bijeenkomsten kunnen zich voor een groot deel vinden in de bevindingen en aanbevelingen uit het rapport, maar men miste ook punten in het rapport. Punten die werden gemist waren bijvoorbeeld de aandacht voor het hele gezin in plaats van alleen de focus op de problematiek van het kind, de aandacht voor het voorkomen van psychische problematiek en concrete oplossingsrichtingen.

De perspectieven van cliënten, huisartsen, de jeugdgezondheidszorg, kinderartsen, het onderwijs en de samenwerking tussen de verschillende partijen zijn in de bijeenkomsten besproken. Veldpartijen vroegen hier in reactie op het rapport aandacht voor. Verder gaat de minister in gesprek met de Nationale Jeugdraad, MIND en Ieder(in) hoe we ervaringsdeskundige kinderen en ouders meer kunnen betrekken bij de ontwikkelingen binnen de jeugd-ggz.

Follow-up van het onderzoek naar de jeugd-ggz

Het is belangrijk dat voldoende inhoudelijke jeugd-ggz expertise in de toegang beschikbaar is, zodat kinderen tijdig passende hulp krijgen (onderdeel hiervan is een betere triage). Een betere triage kan ook zorgen voor minder vaak onnodig doorverwijzen naar de specialistische jeugd-ggz.

De minister wil naar aanleiding van het onderzoek met de volgende opgaven aan de slag:

  • Het versterken van de inzet van POH-ggz jeugd. Minister De Jonge is met gemeenten in gesprek over wat er nodig is om de inzet van de POH-ggz voor jeugdigen te versterken.
  •  Het versterken van werkbare modellen bij gemeenten. Uit het onderzoeksrapport naar de positie van de jeugd-ggz blijkt het model waarbij de toegang, triage en uitvoering bij één partij worden belegd, waarvan bij de gemeente Utrecht sprake is, goed te werken. Dit model zorgt voor sneller passende hulp en minder doorverwijzingen naar de specialistische jeugd-ggz.
  • De inzet van specialistische jeugd-ggz en de samenwerking tussen specialistische jeugd-ggz en lokale teams (keten)  beter benutten met de inrichting van regionale expertisecentra specialistische jeugdhulp. In 2020  wordt gestart met twee pilots van regionale expertisecentra voor eetstoornissen in twee regio’s. Uit deze pilots wil men lering trekken voor de inrichting van de regionale expertisecentra gespecialiseerde jeugdhulp. En bekijkt men de randvoorwaarden voor de uitbreiding van deze pilots voor een bredere doelgroep.
  • Informatie om te kunnen sturen en leren. In het rapport bevelen de onderzoekers aan om de informatiepositie van de landelijke overheid rondom jeugd-ggz te verbeteren. Daarom wil ik een verkennend onderzoek starten om te kijken welke informatie verzameld moet worden en op welke wijze deze informatie verkregen kan worden. Hierbij wordt rekening gehouden met administratieve lasten en privacyoverwegingen. De kennisinstituten (KJP, NJI en LVB) zijn met elkaar aan de slag om hun websites van eenduidige informatie te voorzien en kennis te bundelen voor professionals en gemeenten rondom integrale specialistische jeugdhulp.

Bron: rijksoverheid.nl 

Dit bericht is 448 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail