Intensieve ambulante CGT-behandeling bij depressie – eerste ervaringen positief

Facebooktwitterlinkedinmail

CGT

17 november 2015 – Kan een ambulante behandeling voor depressie bijvoorbeeld korter, met behoud van kwaliteit? Is het resultaat net zo effectief als bij een langdurige behandeling en kan de cliënt sneller verder met zijn dagelijks leven?

Het team angst- & Stemmingsstoornissen West van de zorggroep Volwassenen van GGZ Breburg startte afgelopen mei als eerste ggz-behandelteam in Nederland met een pilot waarbij een intensievere ambulante Cognitieve gedragstherapie (CGT)-behandeling voor cliënten met een depressie wordt uitgevoerd.

Na een jaar wordt gekeken of deze nieuwe aanpak definitief opgenomen wordt in het zorgpad depressie. De eerste resultaten zijn hoopvol. Een gesprek hierover met kartrekker Joyce Kokx (GZ-psycholoog in opleiding tot specialist) en basispsycholoog Hester van Liempt, die er in de praktijk mee werkt.

Steeds vaker stellen de overheid en zorgverze-keraars eisen aan zorginstellingen om de zorg efficiënter en doelmatiger te maken. Vanuit een klassieke verzorgingsstaat bewegen we in de richting van een participatiemaatschappij. Voor de specialistische ggz betekent dit dat de mogelijkheden onderzocht worden om, vooral bij complexe stoornissen, duidelijk korter, meer doelgericht en meer in samenwerking met naasten en andere instanties te gaan behandelen.

Start pilot
Het team Angst- & Stemmingsstoornissen West startte op 1 mei met deze pilot voor
een intensieve ambulante CGT-behandeling voor depressie. Cliënten die eerder vaak in langdurige behandeltrajecten terechtkwamen, nemen nu deel aan deze intensievere behandelvorm. “Zo krijgen de betrokken cliënten nu drie keer per week cognitieve gedragstherapie in plaats van een keer. In de pilot willen we vijftig mensen behandelen. Na een jaar evalueren we en kijken we of deze aanpak de nitief succesvol is”, vertelt Joyce. “De behandeling duurt acht weken en in de twee à drie maanden daarna kunnen nog zes ‘boostersessies’ ingezet worden. Dan zien we in hoeverre de aanpak beklijft en hoe we verbeteringen kunnen vasthouden.”

Andere opstelling
Dit vraagt van de betrokken behandelaar een andere opstelling in de werkrelatie met de cliënt. Deze wordt minder aan de arm meegenomen, maar krijgt meer regie en wordt in de behandelsessies ook nadrukkelijker aangesproken op de eigen rol en activiteiten. “Nu zit er geen week meer tussen voordat je iemand ziet, maar zie je elkaar om de dag”, vertelt behandelaar Hester van Liempt. “Dat maakt dat je veel gemakkelijker terug kunt komen op de gemaakte afspraken. Het krijgt geen kans om weg te zakken. Ook de cliënt heeft meer houvast aan de doelen en afspraken. Doordat je elkaar vaker ziet, kun je bovendien sneller de diepte in.”

Invullen ROm-score
Opvallend is de bijdrage die het invullen van de Routine Outcome Monitoring (ROM-score) levert aan de behandeling. Het oorspronkelijke plan was dat cliënten de eerste vier weken wekelijks zouden ‘ROM-men’ en daarna eens per twee weken. Maar cliënten hadden zelf het verzoek om dit gedurende de gehele looptijd van de behandeling wekelijks te doen. “Cliënten vullen nu wekelijks twee ROM-vragenlijsten in, ze vragen daar zelf naar”, aldus Hester. “Die scores laten zien hoe het met hen gaat. Het is stimulerend als het goed gaat, maar houdt je ook alert als het minder goed gaat. Het geeft alle betrokkenen veel informatie en daarmee zijn de vragenlijsten veel meer dan een verplicht nummer dat er nou eenmaal bij hoort.”

Verdwijnende scepsis
De scepsis onder behandelaars die gewend waren aan de oude, langer durende methodiek lijkt grotendeels verdwenen. De eerste resultaten zijn positief. Niet alleen wordt de cliënt sneller geholpen, ook de betrokken behandelaars zien een aantal voordelen. Zo luidt het tijdens een evaluatie: “Het is echt intensief, je gaat snel de diepte in, ziet snel beweging en de cliënt gaat snel aan het werk. De cliënt ervaart het als goed als er doorgepakt kan worden, ook al is dat erg pittig. Tijdens de behandeling is dit de hoofdfocus in het leven, meer dan bij mijn andere, niet- intensieve cliënten. Ook de omgeving is blij met dit intensieve traject.”

Een ander meldt: “Je bouwt erg snel een behandelrelatie op met je cliënt, veel sneller dan wanneer je iemand wekelijks ziet. Ook zit je er als behandelaar veel meer ‘in’. Je hoeft je niet steeds in te lezen, omdat je uit je hoofd weet wat er vorige keer is afgesproken. Cliënten vinden het ROM-men fijn. Veel mensen zitten in deze periode in de Ziektewet. De structuur die ze hadden, valt daarmee weg. Zij vinden het prettig om intensief bezig te zijn met therapie, zodat ze sneller terug op de werkvloer zijn.”
Op dit moment nemen veertien cliënten deel aan dit traject en staat er nog een aantal mensen op de wachtlijst.

Dit bericht is 2370 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail