Vroege aanpak depressie bij jongeren voorkomt blijvende klachten

Facebooktwitterlinkedinmail

19 oktober 2020 – Hoe eerder jongeren met depressies goede zorg krijgen, hoe kleiner hun kans op chronische klachten. Daarom financierde ZonMw vijf projecten rond effectieve behandeling. Zo maakte TNO een tool om de overgang te verbeteren van jeugd- naar volwassenen-ggz. In een ander project werd onderzocht of depressieve jonge vrouwen baat hebben bij yoga.

De overgang van de jeugd-ggz naar de volwassenen-ggz verloopt vaak moeizaam, vertelt Meinou Theunissen van TNO. Een risico is dat jongeren tijdens dat proces afhaken, zonder dat hun klachten zijn opgelost. Theunissen onderzoekt hoe deze transitie soepeler kan verlopen.

Verschillen in behandeling
Het is wettelijk bepaald dat een jongere die 18 jaar wordt, overgaat van de jeugd-ggz naar de volwassenen-ggz. Maar erg logisch is die knip volgens Theunissen niet. Want een 18-jarige mag dan volwassen zijn voor de wet, de neurologische ontwikkeling loopt nog een paar jaar door. Ook zijn er knelpunten in de behandeling. Waar in de jeugd-ggz het gezin een belangrijke plaats inneemt, staat in de volwassenen-ggz het individu centraal. Behandelaren zijn bij volwassenen veel minder terughoudend met medicatie dan bij jongeren. En dan zijn er nog organisatorische hindernissen. De samenwerking, coördinatie en verdeling van verantwoordelijkheden tussen beide ggz-sectoren zijn niet duidelijk geregeld. Theunissen: ‘Vaak weten behandelaars niet aan wie ze de jongere kunnen overdragen.’

Hulp bij voorbereiding
De ‘transitietool’ die de TNO-onderzoekers nu hebben ontwikkeld, is bedoeld om deze knelpunten op te lossen. Het is een uitgebreid document geworden, aldus Theunissen. ‘De tool helpt professionals en jongeren bij de voorbereiding van de transitie naar de volwassenheid en naar de volwassenen-ggz. Met een checklist kunnen de professionals nagaan wat daarvoor nodig is en afvinken wat ze hebben gedaan en besproken. Er is ook een patiëntenversie van de tool, met kaartjes waarop jongeren tips geven aan andere jongeren en aan ouders.’

Het proces centraal
De onderzoekers hebben het instrument gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, gesprekken met ouders, jongeren en professionals, en de kennis en ervaringen van de begeleidende werkgroepleden. ‘De jongeren en hun ouders zijn van het begin tot het einde betrokken geweest’, vertelt Theunissen. ‘Dat was nieuw voor me. Voor de jongeren hebben we Stichting Alexander benaderd. (Deze stichting verenigt jongeren die willen meedenken in onderzoek en beleid, red.) Hun inbreng was heel zinvol; jongeren maken je op andere zaken attent.’

Structuur en ondersteuning
Uit een kleine haalbaarheidsstudie in een ggz-instelling is gebleken dat professionals de tool prettig in het gebruik vinden. ‘De inhoud biedt structuur en ondersteuning bij de gesprekken over de komende veranderingen, zowel in de zorg als de groei naar volwassenheid. Veel aanbevelingen gaan over overleg en afstemming tussen de professionals van jeugd- en volwassenen-ggz. Zoals: wijs een transitiecoördinator aan. Veel aanbevelingen zijn ook relevant bij de transitie van jongeren met andere dan depressieve stoornissen, omdat het vaak gaat om het proces.’

‘Met deze resultaten kun je niet meteen zeggen dat yoga een veelbelovende aanvullende behandelmethode is, maar evenmin dat het dat níet is’

Jonge vrouwen zijn een kwetsbare groep als het gaat om depressies, vertelt onderzoeker Nina Vollbehr van het Centrum Integrale Psychiatrie in Groningen. Zij onderzocht wat een gestructureerde yogatraining kan bijdragen aan vermindering van depressieve klachten bij deze groep. ‘Een aantal mechanismen die een rol spelen bij depressie, zoals piekeren en zelfkritiek, komen vaker voor bij jonge vrouwen’, licht Vollbehr toe. ‘Vanuit de theorie en op basis van wat evidence verwachtten we dat een yogatraining effect zou kunnen hebben op deze onderliggende mechanismen. En yoga is populair bij deze doelgroep. Door de yogatraining toe te voegen aan de huidige behandelingen van depressie, wilden we nagaan of de effectiviteit van deze behandelingen toenam.’

Klachtenvermindering
Vollbehr deelde haar 171 respondenten, geworven bij drie ggz-instellingen, in twee groepen in. 83 vrouwen kregen de gebruikelijke behandeling voor depressieve klachten, 88 vrouwen kregen daarnaast een speciaal ontworpen yogatraining, met groepslessen en oefeningen thuis. Vollbehr deed op drie momenten een meting, de laatste één jaar na afloop van de behandeling. Ze gebruikte zowel een maat om de symptomen te bepalen als een maat voor de aan- of afwezigheid van diagnoses. Wat bleek? De klachten of symptomen waren na afloop ongeveer even sterk verminderd bij beide groepen vrouwen. Maar uit de meting na een jaar bleek dat vrouwen die ook yoga hadden gedaan, significant minder vaak de diagnose ‘depressieve stoornis’ hadden.

Vervolgonderzoek
‘Meer vrouwen uit deze groep zijn één jaar na de behandeling volledig hersteld van een depressie, hoewel we geen verschil zien in niveau van symptomen’, vat Vollbehr samen. ‘Yoga doet dus wel iets, maar op basis van deze studie is moeilijk te zeggen wat precies. Met deze resultaten kun je niet meteen zeggen dat yoga een veelbelovende aanvullende behandelmethode is, maar evenmin dat het dat níet is. Volgens onze berekeningen is de behandeling met yoga hoogstwaarschijnlijk ook kosteneffectief. Of yoga een vaste aanvullende behandeling moet worden voor deze doelgroep is dus nog lastig te bepalen. Ik denk eerder aan nader onderzoek als volgende stap.’

Depressie bijtijds aanpakken 
Naast de twee beschreven onderzoeken financierde ZonMw nog drie projecten voor een betere aanpak van depressie bij jongeren en adolescenten. Onderzoekers van het Trimbos-instituut pasten de bestaande BoostMe-app voor volwassenen aan tot een versie voor adolescenten met depressieve klachten. Jongeren kunnen hiermee zelf bepalen hoe erg de psychische klachten (nog) zijn en krijgen oefeningen om hun klachten te verminderen.

Psychische problemen bij studenten staan centraal in Caring Universities. Onderzoekers voerden een bestaand internationaal screeningsprogramma in bij de VU en de UvA. Na de screening via internet kunnen studenten online interventies volgen voor stressmanagement, depressie en andere psychische klachten. Het is de bedoeling dit systeem bij alle Nederlandse universiteiten te gaan gebruiken.

GGZ inGeest onderzocht in de APT-studie met welke zorg adolescenten met depressieve klachten zich het meest geholpen voelen. Zij blijken een sterke voorkeur te hebben voor de meest effectieve behandeling en voor een korte wachttijd van hooguit twee weken na aanmelding. Ze krijgen liever individuele dan groepstherapie en vinden een klik met hun behandelaar heel belangrijk.

Bron: mediator.zonmw.nl 

Dit bericht is 783 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail