Brandbrief MIND en NVvP aan ministers over sluitingen in de ggz

Facebooktwitterlinkedinmail

9 mei 2022 – De afgelopen weken kondigden diverse specialistische centra en afdelingen in de ggz hun sluiting aan. De sluiting van specifiek zorgaanbod is van invloed op de beschikbaarheid en bereikbaarheid van cruciale ggz-interventies. Hierdoor kan de gezondheid en de veiligheid van cliënten ernstig in gevaar komen. MIND en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie maken zich hierover grote zorgen en hebben een brandbrief gestuurd aan de ministers Kuipers en Helder. In de brief pleiten we voor regulering en borging van specifiek zorgaanbod door de Rijksoverheid en voor de invoering van een ‘zorgeffectrapportage’ in de besluitvorming bij een voorgenomen sluiting in de ggz.

Geachte heer Kuipers en mevrouw Helder,

Afgelopen tijd zijn er berichten in de media verschenen over (voorgenomen) sluitingen van zorgvoorzieningen in de ggz, zoals de vestiging van PsyQ in Amsterdam, de sluiting van het Centrum voor Psychotherapie van Pro Persona, de afschaling van de Eikenboom bij Altrecht en de sluiting van de Kliniek Intensieve Behandeling (KIB) van Inforsa.

Het zijn vier voorbeelden met verschillende oorzaken voor sluiting dan wel afschaling en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van het zorgaanbod in Nederland. Het wegvallen van het zorgaanbod van PsyQ kan wellicht makkelijk worden overgenomen door vergelijkbare zorgaanbieders in Amsterdam. De opheffing van de kliniek in Lunteren betekent een forse reductie van de plekken voor klinische psychotherapie in Nederland. De afschaling bij de Eikenboom leidt tot een halvering van de opnamecapaciteit voor psychosomatiek in Nederland. Het sluiten van de KIB in Amsterdam vormt een aanslag op de cruciale zorginfrastructuur; het is een last resort voor ‘ontwrichtende’ cliënten uit het noorden van Nederland met 40 procent van de reguliere KIB bedden.

We maken ons ernstig zorgen over de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van de zorg in het licht van bovenstaande voorbeelden. Natuurlijk impliceert de marktwerking in de zorg dat instellingen kunnen omvallen of afdelingen kunnen sluiten. Tegelijkertijd moeten we waarborgen dat ggz- interventies uit richtlijnen en standaarden in voldoende mate beschikbaar en bereikbaar blijven voor de mensen die daar baat bij kunnen hebben. Zo lang het gaat om een algemeen zorgaanbod met voldoende zorgaanbieders in de regio hoeft dat geen (stelsel) problemen op te leveren. Indien een specifiek zorgaanbod verdwijnt waarvoor geldt dat de interventies als passende zorg in richtlijnen en standaarden zijn opgenomen vallen er gaten in het (regionale of nationale) zorgpallet en komt de toegankelijkheid van de zorg voor cliënten in het gedrang. Indien een cruciaal zorgaanbod wegvalt waarvoor geldt dat cliënten ernstige gezondheidsschade kunnen oplopen wanneer zij (tijdelijk) niet (voldoende dichtbij) beschikbaar is kan de gezondheid en de veiligheid van cliënten ernstig in gevaar komen. Dat lijkt ons een situatie die we ten alle tijden moeten proberen te vermijden.

We beschouwen de KIB van Inforsa als cruciale zorg waarvoor de rijksoverheid een bijzondere verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het waarborgen van de continuïteit en doen een dringend beroep op u om uw verantwoordelijkheid te nemen en gezamenlijk met veldpartijen een oplossing voor de sluiting te zoeken. Voorts zijn we van oordeel dat met spoed gekomen moet worden tot een regulering van de spreiding, de inkrimping en de opheffing van specifiek zorgaanbod zoals het Centrum voor Psychotherapie en de Eikenboom met het oog op de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van desbetreffend zorgaanbod. Het marktmechanisme met de zorgplicht van de verzekeraars lijkt hier onvoldoende te werken.

We verzoeken u met klem om gezamenlijk met veldpartijen tot een werkbare regulering van het zorgaanbod in de ggz te komen. Overwogen zou kunnen worden om analoog aan de zorg specifieke fusietoets bij concentraties een ‘zorgeffectrapportage’ als instrument te gebruiken om daarmee de gevolgen van een voorgenomen inkrimping of opheffing van een afdeling op de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van de zorg in kaart te brengen.

Marjan ter Avest, Directeur / bestuurder MIND

Elnathan Prinsen , Voorzitter NVvP

Bron: persbericht

Dit bericht is 476 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail