Overheid schoot lange tijd tekort bij de behandeling van veteranen

Facebooktwitterlinkedinmail

25  januari 2022 – De overheid heeft lange tijd weinig empathie getoond voor fysiek en/of psychisch beschadigde veteranen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Theo van den Doel. Vanuit het ministerie van Defensie werd elke casus door een juridische bril bekeken. Inmiddels is de veteranenzorg enorm verbeterd, maar komt het beleid niet altijd overeen met de uitvoering in de praktijk. Promotie op 26 januari.

‘De overheid heeft een zorgplicht voor haar militairen. Die zorgplicht is gebaseerd op de grote risico’s die militairen lopen bij de uitoefening van hun beroep. Die zorgplicht wordt door de overheid weliswaar erkend, maar desondanks is zij in de nakoming ervan regelmatig tekortgeschoten’, zegt Van den Doel. Het gaat hierbij niet alleen om de Indië-veteranen, maar ook de Libanon-veteranen en de nazorg voor Dutchbat III (Srebrenica).

Het onderzoek beslaat de periode 1945-2015. Van den Doel onderzocht in hoeverre de overheid haar zorgplicht nakwam bij een zestal missies: Nederlands-Indië, Korea, Libanon, Srebrenica, Irak en Uruzgan. ‘De veteraan voerde een gevecht tegen de bureaucratie waardoor het soms wel twintig tot dertig jaar kon duren voordat hij in het gelijk werd gesteld’, zegt Van den Doel. Een protocol voor het vaststellen van psychisch opgelopen schade werd pas in 2008 vastgesteld.

‘Er werd geen lering getrokken uit eerdere missies.’
Volgens Van den Doel is er sprake van een kort politiek geheugen. ‘Er werd geen lering getrokken uit eerdere missies. Na het drama in Srebrenica verviel de overheid in dezelfde fout als na de missie in Nederlands-Indië. Door het politieke en militaire debacle was er geen ruimte voor erkenning van de inzet van de militair. Miskenning van de inzet van de veteraan door overheid en samenleving blokkeert het herstelproces bij psychisch beschadigde veteraan.’

Militaire missies worden door de regering vaak rooskleuriger voorgesteld dan dat zij in werkelijkheid zijn. Hierdoor ontstaat volgens Van den Doel in de samenleving een verkeerd beeld van de militaire inzet. ‘Na terugkomst is er een mismatch tussen de ervaringen van de veteraan en zijn of haar omgeving.’

Traag proces
Het ministerie van Oorlog beschikte in de jaren 40 al over wetenschappelijke kennis over de ‘verlate’ psychische gevolgen voor militairen die in gewapende conflicten waren ingezet. Toch zou het nog decennia duren voordat de behandeling van veteranen aanzienlijk verbeterde. ‘Na de Tweede Wereldoorlog werd voor militaire oorlogsslachtoffers de militaire pensioenwet aangepast en daarmee was voor de overheid de kous af. Voor militairen die daarna werden ingezet in gewelddadige conflicten, zoals in Nederlands-Indië, ontbrak het nazorgbeleid. De ernstige psychische schade die militairen als gevolg van hun inzet konden oplopen, werd door de overheid gebagatelliseerd.’

‘De overheid wilde het politieke en militaire debacle in Nederlands-Indië zo snel mogelijk vergeten.’

‘De overheid wilde het politieke en militaire debacle in Nederlands-Indië zo snel mogelijk vergeten. Ook de samenleving had genoeg van het militaire bedrijf. De krijgsmacht verkeerde tijdens de periode van de Koude Oorlog in een onwelwillend politiek en maatschappelijk klimaat. De oud-militairen die destijds hulp zochten, stonden voor een gesloten overheidsloket.’

Pas eind jaren 80 kwam er bij de overheid en in het parlement aandacht voor de Indië-veteranen, dankzij de maatschappelijke aandacht voor de immateriële hulpverlening aan burger-oorlogsgetroffenen. ‘Uit onderzoek bleek dat de ervaringen van militairen in gewelddadige conflicten overeenkwamen met die van slachtoffers uit gevangenkampen en ander extreem geweld. In 1990 werd een overheidsdefinitie voor veteraan vastgesteld en werd ten behoeve van de Indië-veteranen beleid ontwikkeld.’

Midden jaren 90 werd overgegaan op een beroepskrijgsmacht. Het uitvoeren van vredesoperaties ging tot de hoofdtaken van de krijgsmacht behoren. Door het ministerie van Defensie werd toen geen veteranenbeleid ontwikkeld. ‘De nazorg voor veteranen beschouwde het ministerie van Defensie niet als zijn verantwoordelijkheid, maar als een maatschappelijke aangelegenheid. Dat verklaart waarom het meer dan twintig jaar duurde voordat er sprake was van een Veteranenwet.’

‘De afstandelijke houding van de overheid is veranderd in betrokkenheid’

Vandaag de dag is de veteranenzorg enorm verbeterd. ‘De afstandelijke houding van de overheid is veranderd in betrokkenheid’, zegt Van den Doel. ‘Maar het papieren beleid komt niet altijd overeen met de uitvoering in de praktijk. Dat geldt zowel in de voorbereidingsfase, de uitvoeringsfase en de nazorgfase.’

Uruzgan
De politiek is volgens Van den Doel vaak niet altijd duidelijk over de kerntaak van de missie. ‘Bij de Uruzgan-missie ging het steeds over de discussie ‘vechten of opbouwen’. Dan krijg je een ambigue rol die militairen moeten vervullen. Uit onderzoek blijkt dat dit een belangrijke stressfactor kan zijn voor de ingezette militairen. Daarom kan de overheid de militair geen grotere dienst bewijzen dan deze in te zetten in een missie met een duidelijk en haalbaar doel. Dit is ook van belang voor het moreel van de militair.’

Na terugkomst van een missie vervult de samenleving een belangrijke rol voor de veteraan. ‘Een breed maatschappelijk draagvlak voor een missie is dan van belang. Hier ontbreekt het vaak aan. Ook hier ligt een taak voor de overheid.’

Bron: universiteitleiden.nl

 

Dit bericht is 875 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail