20 juli 2026 – Waarom schiet het stresssysteem bij sommige mensen voortdurend in de hoogste versnelling? Onderzoekers van het Nederlands Herseninstituut en Maastricht UMC gaan samen op zoek naar het antwoord. Door fundamenteel hersenonderzoek te combineren met klinisch onderzoek willen zij beter begrijpen hoe de hersenen stress reguleren én de basis leggen voor nieuwe behandelingen van onder meer posttraumatische stress stoornis (PTSS) en angststoornissen
Het alarmsysteem van de hersenen
Iedereen kent de automatische reactie op gevaar: je hartslag versnelt, je spieren spannen zich aan en je lichaam maakt zich klaar om te vechten, vluchten of te bevriezen. Bij mensen met een stress- of angststoornis blijft dat alarmsysteem echter vaak actief, ook als er geen direct gevaar meer is.
In het onderzoek staat een klein gebied diep in de hersenstam centraal: de periaqueductale grijze stof (PAG). “De PAG is eigenlijk het regelcentrum van onze verdedigingsreacties,” zegt neurobioloog Alexander Heimel. “Maar juist omdat dit gebied zo diep in de hersenen ligt en klein is, zoeken we naar de hersengebieden die de PAG aansturen. Die zouden veel geschikter kunnen zijn om mensen te leren hun stressreactie beter te reguleren.”
Van laboratorium naar patiënt
Daarvoor combineren de onderzoekers twee werelden. In Amsterdam brengen zij met geavanceerde technieken bij muizen in kaart welke hersencircuits betrokken zijn bij angst en stress. Vervolgens onderzoeken collega’s in Maastricht met 7 Tesla MRI-scanners of dezelfde netwerken ook bij mensen betrokken zijn. Uiteindelijk willen zij testen of mensen deze hersengebieden via neurofeedback bewust kunnen leren beïnvloeden.
Bij neurofeedback krijgen deelnemers tijdens een functionele MRI-scan direct feedback over hun eigen hersenactiviteit. Vervolgens leren zij stap voor stap invloed uit te oefenen op de activiteit van specifieke hersengebieden.
Unieke samenwerking
Juist die combinatie van fundamenteel en klinisch onderzoek maakt het project bijzonder. “Er zijn relatief weinig projecten waarin fundamenteel proefdieronderzoek en de psychiatrie zo nauw samenwerken,” vertelt Heimel. “Daardoor kunnen we fundamentele ontdekkingen veel sneller vertalen naar mogelijke toepassingen.”
Ook psychiater David Linden ziet daarin de grote kracht van het project. “Voor nieuwe behandelingen heb je eerst een goed begrip nodig van de hersennetwerken die je wilt beïnvloeden. Door fundamenteel onderzoek en onderzoek bij mensen vanaf het begin te combineren, bouwen we aan een veel stevigere basis voor toekomstige therapieën.”
Het project heeft ook een educatief doel. De onderzoekers willen de kennis die tijdens het project wordt opgedaan direct inzetten in de opleiding van psychiaters, psychologen en jonge onderzoekers. “Het is belangrijk dat toekomstige zorgprofessionals niet alleen de behandeling kennen, maar ook begrijpen welke hersencircuits ten grondslag liggen aan angst en stress,” zegt Linden. “Die fundamentele kennis helpt om patiënten beter te begrijpen én stimuleert de ontwikkeling van nieuwe therapieën.”
Het project is een van de twee geselecteerde onderzoeksprojecten binnen een nieuw samenwerkingsprogramma van het Nederlands Herseninstituut (NIN) en Psychiatrie Nederland. Het programma stimuleert intensieve samenwerking tussen fundamentele neurowetenschappers en clinici, met als doel de biologische basis van psychische aandoeningen beter te begrijpen, zodat fundamentele kennis sneller haar weg vindt naar de klinische praktijk.
Bron: herseninstituut.nl
Dit bericht is 1 keer gelezen.