Meer inzicht in relatie depressie en slapeloosheid

Facebooktwitterlinkedinmail

9 oktober 2020 – Eén op de drie volwassenen heeft last van slapeloosheid: zij hebben moeite met inslapen, doorslapen of worden uren voor de wekker wakker. Voor één op de tien mensen zijn deze problemen chronisch. Zij lijden aan insomnia, een slaapstoornis die op den duur kan leiden tot lichamelijke en psychische klachten. Zo verhoogt insomnia het risico op depressie. Een onderwerp dat Tessa Blanken, promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam, uitdiepte in haar proefschrift. Wij stelden haar een aantal vragen.

Waar richtte uw proefschrift zich precies op?
‘In grote lijnen was het vooral gericht op slapeloosheid,’ legt Blanken uit. ‘Secundair blijkt dat insomnia een grote risicofactor is voor depressie- en angstklachten. Ik focuste op de eerste. Welke mensen met slaapklachten hebben een vergrote kans op het ontwikkelen van een depressie? Door hen in een vroeg stadium te identificeren kunnen we het eerder voorkomen en beter behandelen.’

Maar is slapeloosheid ook niet een symptoom van depressie?
‘Ja, dat klopt,’ antwoordt de Amsterdamse onderzoeker. ‘Dat was de tweede pijler van mijn onderzoek: hoe interpreteren we deze resultaten in het licht dat insomnia ook een symptoom van depressie is. Bij een diagnose van insomnia horen dagklachten zoals een sombere stemming of zorgen maken om slapen er vaak ook bij. Slapeloosheid en depressie zijn dus nauw met elkaar verweven. Waar houdt de één op en waar begint de ander? Dit lastige vraagstuk onderzochten we door naar de twee ziektebeelden te kijken op het diepere, symptoomniveau en het idee van twee losse entiteiten gedeeltelijk los te laten.’

Eerdere onderzoeken over relatie slapeloosheid en depressie
Blanken borduurt voort op eerdere onderzoeken die verschillende links tussen slapeloosheid en depressie blootlegden. Blanken: ‘Ze laten zien dat insomnia echt een risicofactor is voor het ontwikkelen van een depressie. Daarnaast kampt 80% van de mensen met een depressie ook met slaapklachten. Wanneer mensen voor hun depressie behandeld worden, blijkt dat slaapklachten vaak nog blijven bestaan als residueel symptoom. Zelfs als het eigenlijke probleem waarvoor mensen in behandeling gingen, de depressie, is verdwenen. Bovendien bleek bij mensen die zowel last hebben van slaap als depressie cognitieve gedragstherapie voor slaap ook depressieve klachten aan te pakken.’

Cognitieve gedragstherapie voor slaap en depressie even effectief
‘Bij één onderzoek over langere tijd (3 jaar) bij mensen die gediagnosticeerd waren met zowel insomnia als depressie leek zowel cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid als cognitieve gedragstherapie voor depressie effectief. De therapie voor slaap verminderde echter sterker de slaapklachten, terwijl het voor depressie geen verschil uitmaakte. Bij mensen die beide diagnoses hebben, insomnia én depressie, lijkt therapie voor slaapklachten veelbelovend voor het behandelen van de depressieve klachten. Wel een kanttekening dat dit een wat kleiner onderzoek was, dus er is zeker nog toekomstig onderzoek nodig om het onderzoeksresultaat te bevestigen.’

Hoe was jullie onderzoek opgezet?
‘Eigenlijk bestond ons onderzoek uit verschillende deelonderzoeken. Bij het grootste onderzoek naar insomnia zelf maakten we gebruik van het slaapregister.nl waar we data van in totaal 4.000 mensen verzamelden. Goede en slechte slapers. De slechte slapers werden onderverdeeld in vijf subgroepen op basis van hun karakteristieken zoals persoonlijkheid, ervaren van geluk, en levensgeschiedenis die we bepaalden met vragenlijsten. De andere twee belangrijke onderzoeken waren een prospectieve studie waarin we keken naar insomnia als voorspeller en een klinisch onderzoek naar de behandeling van slaap bij co-morbide slaap en depressieklachten.

Wat waren de belangrijkste bevindingen van jullie onderzoeken?
‘Door de symptomen en hun onderlinge samenhang onder de loep te nemen, konden we een aantal interessante bevindingen doen,’ vertelt Blanken. ‘We vonden bijvoorbeeld dat specifiek de klacht moeite met inslapen voorspellend was voor het ontwikkelen van een depressie. Voor behandelaars is het daarom mogelijk heel waardevol om alert te zijn op dit symptoom.’

Behandeling voor insomnia effect op depressieklachten
‘Dankzij onze netwerkanalyse konden we daarnaast aantonen dat de cognitieve gedragstherapie voor insomnia vooral werkt tegen de slaapklachten vroeg wakker worden en slecht doorslapen. Vervolgens namen ook de depressieklachten aanzienlijk af. Bij deze mensen die zowel slaap- als depressieklachten hadden, bleek de therapie minder te werken op de slaapklacht moeite met inslapen, terwijl we uit meta-analyses weten dat die klacht op zich wel goed is te behandelen. Misschien gaat de weg naar depressie toe wel via moeite met inslapen en de weg naar genezing via moeite met doorslapen en vroeg wakker worden. We zien vaak dat slaapklachten over de tijd veranderen.’

Slaap verbetert eerst
Een ander opvallend resultaat was dat eerst de slaap verbeterde door de cognitieve gedragstherapie voor insomnia. Depressie volgde daarna. ‘Slaapklachten lijken dus één van de oorzaken van een depressie te zijn, in plaats van andersom,’ aldus Blanken. ‘Er zijn meerdere onderzoeken die in deze richting wijzen. Daarbij is het wel belangrijk om op te merken dat dit natuurlijk niet voor iedereen zo zal zijn.’

Hoe kunnen jullie uitkomsten in de klinische praktijk worden gebruikt?
‘Het geeft het startsein aan behandelaars om na te denken over depressie en insomnia als systeem van samenhangende symptomen die elkaar beïnvloeden. Het lijkt er nu op dat mensen die specifiek moeite hebben met inslapen een verhoogd risico hebben op depressie. Het bijhouden van deze klacht kan een sterke screeningstool zijn. Om zo depressie te voorkomen, te behandelen en terugval tegen te gaan.

Over het proefschrift
Tessa Blanken werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het Nederlands Herseninstituut en de Universiteit van Amsterdam. Ze promoveerde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Changing perspectives on insomnia and depression: From symptoms to system.

Bron: nedkad.nl

 

Dit bericht is 1195 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail