Medicatie in de ggz: cliënten mini-survival gids

Facebooktwitterlinkedinmail

16 augustus 2021 – Heb je veel psychische klachten dan hoop je op medicatie die snel en goed werkt. Wie wil dat niet? Maar als je die pil eenmaal slikt, valt het vaak tegen. Je voelt van alles, of je voelt juist helemaal niets meer (het zombie-gevoel). Zou het aan die pil liggen? Hoort dit zo? Zijn het bijwerkingen? Voel je je beter, dan ga je twijfelen of je die medicatie nog wel nodig hebt. Maar als je stopt en de klachten keihard terugkomen vraag je je af of je wel zonder kan. Ben ik nu verslaafd? Moet ik voor de rest van mijn leven aan de pillen?

Het eerlijke verhaal is dat pillen tegen psychische klachten (psychofarmaca) kunnen helpen. Kort door de bocht kunnen psychofarmaca drie effecten hebben: stimuleren, dempen of stabiliseren. Bij de juiste keus en de juiste dosering kan dit enorm ondersteunend zijn. Pillen zijn soms zelfs levensreddend, zoals antidepressiva bij een ernstige depressie.

Maar psychofarmaca werken ook vaak niet of niet voldoende. Bij een traumatisch verleden kunnen pillen de pijn misschien wat verzachten, maar natuurlijk niet wegnemen. Soms zijn de bijwerkingen erger dan de kwaal, zoals sufheid, innerlijke onrust, gedempte gevoelens, gewichtstoename en bewegingsstoornissen.

Neem geen overhaaste beslissingen

Dat hoeft ook helemaal niet, laat je vooral goed informeren en neem SAMEN met je behandelaar een beslissing. In de ggz zijn er drie disciplines die medicatie voorschrijven: psychiater, ggz-arts en verpleegkundig specialist. De ‘3 goede vragen’ kunnen je bij een besluit helpen.

• Wat zijn mijn behandelmogelijkheden?
• Wat zijn de voordelen (werking) en nadelen (bijwerkingen) van die mogelijkheden?
• Wat betekent dat voor mij persoonlijk?

‘Ik krijg een hoge dosis clozapine en heb ontzettend last van bijwerkingen. Daarom wil ik minderen met medicatie maar dat mag niet van mijn psychiater. Ik wil dit graag verantwoord en met steun doen maar ik voel me in de steek gelaten en vraag me af wie hier nou de baas is over mijn lijf? Mijn huisarts zegt dat ik naar mijn psychiater moet luisteren.’ — Margot, die een vraag stelt op het eSpreekuur van PsychoseNet.nl

We willen je op het hart drukken dat niet de psychiater of de huisarts de baas is, maar jij bepaalt wat je wel of niet slikt. Daar zijn maar heel, heel weinig uitzonderingen op!

Wil je medicatie STARTEN of OPBOUWEN?

Tegenwoordig kun je vrij eenvoudig een farmacogenetisch profiel laten bepalen. Op basis van hoe snel of langzaam je lever werkt kan de psychiater of verpleegkundig specialist je een medicatieadvies op maat geven. Mensen verschillen in de snelheid waarmee ze medicatie in hun bloedbaan afbreken: hoe sneller de afbraak, hoe hoger de dosering moet zijn om te werken.

Wil je je medicatie AFBOUWEN?

Doe dat dan wel in overleg met je behandelaar. Eén middel tegelijkertijd en langzaam, langzaam afbouwen is het devies. Houd er rekening mee dat de klachten eerst erger kunnen worden, maar houd moed, het wordt beter.

De Amerikaanse ervaringsdeskundige Will Hall schreef een in het Nederlands vertaalde gids over het afbouwen van psychofarmaca: the Harm Reduction Guide, Coming off psychiatric drugs.

Taperingsstrips kunnen je helpen langzaam af te bouwen. Een taperingstrip (tapering betekent ‘geleidelijk doen afnemen’) is een medicatierol (Baxter) voor een periode van achtentwintig dagen waarmee de dagelijkse dosis van een medicijn geleidelijk wordt verlaagd.

Door Remke van Staveren  14 augustus 2021

Dit blog is geïnspireerd op Herstel in de Pocket (Boom, 2021). Meer weten over herstel en herstelondersteunende zorg? Er is een pocketeditie voor zorgverleners, en eentje voor cliënten en naasten, Ook leuk: met de aanschaf (E 10,-) steun je Stichting Socialrun, voor een inclusieve samenleving. Auteurs zijn Tilly van Oosten, Heleen Wadman, Tom van Wel en Remke van Staveren.

Bron: hartvoordeggz.nl

Dit bericht is 1337 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail