Jeugdzorg moet meer toegesneden worden op het individu

Facebooktwitterlinkedinmail

6 maart 2020 – Veel jongeren die te maken krijgen met (residentiële) specialistische jeugdzorg hebben te kampen met complexe problematiek. Hun behandeling is echter nog te veel gebaseerd op bevindingen uit groepsonderzoek. Een meer individuele benadering is nodig, stelt Roy Otten, bijzonder hoogleraar Kwetsbare jeugdigen en risicogedrag, tevens hoofd Research en Development bij Pluryn. Hij houdt op 5 maart zijn oratie aan de Radboud Universiteit.

Als kwetsbare jongeren in de jeugdzorg niet goed worden behandeld, is de kans groot dat dit leidt tot ernstigere problemen op lange termijn. Daarom is het belangrijk dat problemen vroeg en goed worden aangepakt.

‘In Nederland moeten behandelingen bewezen effectief zijn. Maar het onderzoek naar de effectiviteit is vaak gebaseerd op het vergelijken van groepen. Maar mensen verschillen en een individu verandert ook weer door de tijd. Hierdoor zijn resultaten afkomstig van dit soort studies maar beperkt toepasbaar op individuen’, zegt Otten.

Andere manier van denken en werken

Dit vraagt om verandering, stelt Otten. ‘Wat we nodig hebben is een paradigmashift naar methodieken die meer passen bij het individu.’ Otten en zijn team proberen daarom met innovatieve studies nieuwe behandelingen te ontwikkelen en theorieën te testen die meer rekening houden met het dynamische en idiosyncratische karakter van psychische problematiek.

Het betekent ook een andere manier van werken in de ontwikkeling van nieuwe behandeling en technische hulpmiddelen. Zo werkt Otten met professionele designers die uitgaan van de user experience, uitgaand van de gebruiker, iets wat in het bedrijfsleven al heel gebruikelijk is, maar in de jeugdzorg nog niet.

Otten en zijn team betrekken de jongeren en behandelaren bij elke fase van het ontwerp, zodat ze zeker weten dat dit ook echt een product is dat nuttig voor hen is. ‘Dat kan gaan over hoe het geheel eruitziet, over de routing van de applicatie, tot het ontbreken van een functie waar wij totaal niet aan dachten maar die door de gebruiker bijna als voorwaarde wordt genoemd om er zeker van te zijn dat jongeren het ook echt gaan gebruiken.’

iamYu-app

Samen met collega’s ontwikkelt Otten momenteel de iamYu-app. ‘We brengen samen met de jongere in kaart welke problemen we in de gaten moeten houden. En die vragen gaan we monitoren. Denk bijvoorbeeld aan iemand die met regelmaat agressie laat zien. Bij de ene jongere heeft dat te maken met slaap- of concentratieproblemen, bij de ander met een trauma.’

Deze manier van werken, verhoogt volgens Otten de motivatie doordat de jongeren zelf invloed hebben en draagt voor hen bij aan meer inzicht in hun eigen mechanismes. Ook voelen jongeren zich door deze manier van werken meer gehoord, iets waar het momenteel ook vaak aan schort.

Big en small data

Otten pleit voor een nieuwe manier van werken waarin de input van big data (grote datasets) en small data (toegespitst op het individu) ervoor zorgt dat er een beter toegesneden behandeling voor een individu mogelijk is.

Otten: ‘Er moet meer aandacht komen voor zogenaamde single case studies, dus een analyse van de problematiek van een individu.’ Op basis daarvan kunnen er vervolgens ook beter interventies ontwikkeld worden die op het individu zijn toegesneden. ‘Een goede behandelaar doet dit al, maar ons zorgsysteem is daar nog onvoldoende op ingericht.’

Bron: ru.nl

Dit bericht is 1187 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail