Jeugdbranches: financiële zekerheid sociaal domein ook ná 1 juli nodig

Facebooktwitterlinkedinmail

19 juni 2020 – De jeugdbranches pleiten voor verlenging van de financiële compensatiemaatregelen in verband met corona tot eind 2020. Vanaf 1 juli is de financiële zekerheid voor aanbieders die jeugdhulp en ondersteuning bieden niet meer geregeld. Terwijl voor deze organisaties ook ná die datum een groot aantal maatregelen blijft gelden om gezondheidsrisico’s vanwege het coronavirus te beperken.

Door de coronacrisis ervaren veel jeugdhulpaanbieders financiële onzekerheid in het sociaal domein. Vaak kunnen zij de jeugdhulp, waaronder ook jeugd-ggz vanwege de maatregelen om verspreiding van het coronavirus te voorkomen, niet precies zo bieden als in de contracten met gemeenten is overeengekomen. Daarom zijn er in maart afspraken gemaakt tussen Rijk en VNG over de continuïteit van financiering voor het sociaal domein. Deze steun is nodig, omdat de maatregelen om verspreiding van het coronavirus te voorkomen leiden tot minder omzet, een andere inzet en ook tot extra kosten.

Financieel vangnet
Het is niet mogelijk om alle jeugdhulp en ondersteuning die voorafgaand aan de corona-uitbraak werd geboden, vanaf 1 juli weer volledig en ongewijzigd te bieden. Ook mét maximale inspanning van aanbieders, zijn er na 1 juli situaties waarin omzetderving geleden wordt en meerkosten gemaakt worden. Om te voorkomen dat aanbieders moeten overgaan tot het nemen van ingrepen in hun organisaties om continuïteit en kwaliteit van zorg overeind te houden, is na 1 juli een financieel vangnet nodig. Vanzelfsprekend kan in voorkomende gevallen de zorg alleen op alternatieve manieren worden geleverd, omdat anders niet voldaan kan worden aan de corona-maatregelen van het Rijk (in het bijzonder het volgen van de richtlijnen van het RIVM). Dit gaat gepaard met meerkosten en verlies van omzet. Daarnaast zal er, zij het in mindere mate dan aan het begin van de coronaperiode, sprake zijn van vraaguitval.

Compensatie meerkosten
De Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ: Jeugdzorg Nederland, de Nederlandse ggz, VGN en VOBC) vinden dat er na 1 juli een landelijke afspraak nodig is, als basis om regionaal met gemeenten het gesprek te kunnen voeren. Belangrijk is dat zowel de inhoud, duur en reikwijdte van de regeling voor compensatie van meerkosten snel duidelijk wordt, en dat de regeling voor de continuïteit van financiering (compensatie voor omzetderving en de mogelijkheid dat zorg op alternatieve wijze geleverd kan worden) wordt verlengd tot tenminste eind 2020. Als dit niet gebeurt zal mogelijk een aantal aanbieders zich genoodzaakt zien om maatregelen te treffen om de continuïteit van hun organisaties overeind te houden. De jeugdbranches willen voorkomen dat er straks onvoldoende personeel is om de zorg die nodig is te verlenen.

Kader
Ook na 1 juli zullen de gevolgen van de crisis in het sociaal domen doorwerken. Een aantal voorbeelden:

  • In de toegang tot jeugdhulp, waaronder ook jeugd-ggz en ook via de rechter, is vertraging ontstaan. Aanmeldingen zijn afgenomen omdat er minder wordt doorverwezen vanuit de toegang. Het is niet reëel te veronderstellen dat dit effect na 1 juli niet meer merkbaar zal zijn.
  • Ambulante (jeugd)hulp aan kinderen en gezinnen is weer gestart, maar wel binnen de beperkingen van de algemene corona-maatregelen. Dit betekent dat minder cliënten en gezinnen per dag kunnen worden bezocht en er ook nog alternatieve vormen van hulp worden ingezet die in uren niet altijd van dezelfde omvang (en omzet) is.
  • Ouders, maar soms ook jeugdigen zelf, zijn terughoudend of angstig voor het opstarten van de zorg en het bezoek van de poliklinieken. Hierdoor komen kinderen bijvoorbeeld nog niet naar dagbehandeling of naar een face to face behandeling. In een aantal gevallen is digitale hulp dan de oplossing maar zeker niet in alle gevallen. Ook bij het inrichten van de zorg op locatie kunnen minder kinderen dan voorheen per dag worden gezien als gevolg van de maatregelen die gelden. We hebben het dan over zo’n 10 tot 20% omzetderving
  • Scholen voor voortgezet (speciaal) onderwijs zijn opgestart, maar nog niet voor 100%. Dit zorgt ervoor dat ook zorg en jeugdhulp die in onderwijs wordt geboden veelal nog niet volledig kan starten. Dat geldt zowel voor daadwerkelijke begeleiding en zorg op scholen als voor de instroom en toegang via de scholen.
  • De dagbesteding en dagbehandeling voor (jong)volwassenen wordt vanaf 1 juni, stap voor stap, weer gestart, maar wel binnen de mogelijkheden en grenzen van de algemene corona-maatregelen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld werken in kleinere groepen dan normaal en meerkosten voor bijvoorbeeld vervoer en schoonmaak. Bij dagbesteding op externe locaties, bijvoorbeeld in de ouderenzorg of de horeca, is voorzetting hiervan, door maatregelen in die sectoren, nog niet altijd mogelijk.
  • Locaties zijn ingericht om te kunnen voldoen aan de RIVM-richtlijnen, meerkosten voor deze aanpassingen (denk aan extra schoonmaak) blijven ook na 1 juli bestaan.

Bron: denederlandseggz.nl

Dit bericht is 233 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail