Eenzaamheid groot risico voor mensen met ernstige psychiatrische aandoening

Facebooktwitterlinkedinmail

15 december 2018  – Eenzaamheid is een groot risico voor mensen met een ernstige psychiatrische aandoening. Zij hebben vaak geen groot netwerk en hebben niet altijd een daginvulling. En wie houdt er dan een oogje in het zeil en trekt tijdig aan de bel, als het niet zo goed gaat? Gemeenten en corporaties zoeken naar werkwijzen om deze kwetsbare mensen een sociale basis te geven en om tijdig actie te kunnen ondernemen wanneer het mis gaat. Met de komst van relationele zorg komt ook vanuit de GGZ antwoord op dit vraagstuk.

“Relationele zorg houdt in dat je aansluit bij de ander”, zegt Petra Schaftenaar, die in juli 2018 promoveerde op een onderzoek naar de waarde en betekenis van relationele zorg binnen de forensische zorg. “De behandelaar probeert het perspectief van de cliënt aan te nemen en verdiept zich in wat iemand werkelijk nodig heeft. Zo kan het behandelaanbod op maat worden gemaakt.” Anders dan bij de gangbare werkwijze ligt de focus bij relationele zorgverlening niet op het therapeutische traject (behandelen, therapieën geven en instellen medicatie) maar op sociaalpedagogische begeleiding.

Behandelaren nemen actiever deel aan het leven in de groep, bespreken drempels die cliënten tegenkomen in het dagelijkse leven en vieren met hen de successen die ze hebben. Centraal staan vertrouwen opbouwen, successen vieren en aandacht hebben voor het gewone leven. Dat begint in de kliniek en gaat door na ontslag. Het contact na het verlaten van de kliniek is afhankelijk van de behoefte en omstandigheden van de patiënt en kan bestaan uit huisbezoeken, uitnodigingen voor momenten in de kliniek of telefoontjes.

Lagere recidive en meer tevredenheid

Vanwege hoge recidivecijfers begon de landelijk opererende GGZ-kliniek Inforsa met relationele zorg bij psychiatrische patiënten die een strafbaar feit hebben gepleegd en die op basis van artikel 37 een jaar worden opgenomen in de kliniek. In twee vergelijkbare groepen kwam bijna de helft van de forensische patiënten twee jaar na opname weer in contact met justitie. Dankzij de inzet van relationele zorg, naast reguliere behandelingen zoals het instellen op medicatie en cognitieve gedragstherapie (CGt), daalt dit aandeel naar zestien procent.

Naast de daling in recidivecijfers waren ex-patiënten in het onderzoek positief over de aanpak. “De gezelligheid, het samen doen en de benaderbaarheid van behandelaren telt voor hen”, aldus Schaftenaar. “Door het contact hadden ze het gevoel dat ze meetelden, en dat alleen al was voor sommigen een ongewone ervaring.” Cliënten hebben vaak al een hele GGZ-carrière achter zich voordat zij in de forensische GGZ terechtkomen. Er zijn verschillende overgangen in het zorglandschap van de GGZ. Een goede overdracht kan hierbij cliënten helpen. “Bij deze overgangen is sprake van continuïteit van zorg, maar niet van continuïteit van relatie, terwijl die relatie juist belangrijk is voor cliënten. Het helpt hen zich goed en erkend te voelen en dat ze er niet alleen voor staan als het weer mis gaat.”

Ook zorgverleners van Inforsa zijn tevreden over de aanpak; zij haalden meer voldoening uit hun werk. “Behandelaren moeten ook op een andere manier werken”, vindt Schaftenaar. “Al tijdens de behandelsituatie werken zij aan het opbouwen van vertrouwen, het echt leren kennen van de patiënt en aansluiten bij wat hij nodig heeft. Als de behandelrelatie technisch gezien stopt, is de behandelaar ‘naastbetrokkene’ en onderhoudt het contact totdat de patiënt met bijvoorbeeld een begeleider opbouwt. Het onderlinge vertrouwen is dan het vangnet voor de ex-patiënt. Daarom houden we contact totdat de ex-patiënt een ander heeft waarop hij kan bouwen.”

Investering lager dan ‘draaideurpsychiatrie’

De aanpak vraagt om investeringen door een andere manier van werken en het vrijwillig houden van contact nadat de formele behandeling is afgesloten. Volgens Schaftenaar gaat de kost voor de baat uit en is die investering vele malen lager dan wat ‘draaideurpsychiatrie’ uiteindelijk kost. “Als iemand opnieuw in de fout gaat, kost een strafrechtelijk traject, dat uitmondt in een opname, per jaar bijna 150.000 euro. En het maakt de samenleving onveiliger. Daar staat tegenover dat deze aanpak nauwelijks extra geld kost.” Volgens Schaftenaar heeft Inforsa laten zien dat die extra investering in een andere manier van werken en het contact houden mogelijk is, ook binnen de huidige financieringssystematiek. “Als je wil, is het te regelen. In een klinische voorziening is bijvoorbeeld altijd iemand aanwezig. Die kan makkelijk ’s avonds even een belletje doen.”

Verbinding met sociaal domein

Ook andere klinieken en het ministerie van Justitie tonen interesse in deze vernieuwende aanpak. De inzet van relationele zorg is ook breder binnen de GGZ mogelijk. “De aanpak past binnen het hersteldenken dat steeds meer wordt omarmd binnen de GGZ. Dit onderzoek is een eerste stap. Ik hoop dat anderen zich ook de vraag stellen wat deze uitkomsten voor hen kunnen betekenen.”

Interview met Petra Schaftenaar, zorginnovator

Bron: platform31.nl

Dit bericht is 1230 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail