Heldere lessen voor effectiever behandelen probleemgedrag bij jeugd

Facebooktwitterlinkedinmail

21 september 2020 – Het consortium Externaliserend probleemgedrag heeft onderzocht welke aanpak werkt bij kinderen en jongeren die zichzelf en hun omgeving met hun probleemgedrag veel overlast bezorgen. Met de resultaten kunnen hulpverleners jeugdigen veel effectiever helpen, aldus hoogleraar ontwikkelingspsychologie Bram Orobio de Castro (UvA).

De onderzoekresultaten voldoen zeker aan zijn verwachtingen, zegt consortiumleider Orobio de Castro. ‘We hebben precies gedaan wat we van plan waren en er komen heldere lessen uit.’

Een resultaat is de Beslisboom Externaliserende gedragsproblemen. Deze vereenvoudigt de gezamenlijke keuze voor een passende behandelinterventie voor ‘lastige’ kinderen en jongeren. Anders dan het aanvankelijke plan is dit geen app of website geworden. ‘Uit het gebruikersonderzoek bleek dat hulpverleners niet op zoek waren naar een app waar je informatie in stopt en een kant-en-klare interventie uitrolt. Ze willen vooral samen met de betrokkenen elke stap zetten naar de beste beslissing. Met “gesprekskaarten” lopen ze de beslisboom door. Ze vinden het prettig werken. Buurtteams overleggen zo samen met ouders over een behandeling. Volgens de hulpverleners komen ze nu tot betere keuzes.’

To the point
Bij de zorgverleningsorganisatie Top Groep experimenteerden directeur Vanja Ivanisevic en zijn trainers als praktijkpartner van het consortium met Denk & Doe Cool, een strak opgezet experiment om na te gaan hoe jongeren het beste leren hun boosheid te beheersen. De trainers moesten de opzet van de onderzoekers precies volgen om na te kunnen gaan welk type oefening het beste werkt. Dat riep soms weerstand op, vertelt Ivanisevic, maar werkte uiteindelijk prima. ‘Door die strikte tijdsplanning hebben we zowel de cognitieve- als de gedragsmodule goed kunnen toepassen. We kwamen sneller to the point. De jongeren konden daardoor veel meer oefenen.’

Forse problemen
‘We weten nu dat je in weinig sessies flink wat kunt bereiken,’ zegt Orobio de Castro. ‘Door de strakke planning konden veel jongeren een training volgen die anders niet die kans hadden gekregen. We schrokken ervan hoe groot de nood is. De meeste deelnemers zaten in het speciaal onderwijs of een residentiële behandeling en hadden forse problemen. Er was nog nooit systematisch een-op-een met hen geoefend om hun emoties in de hand te leren houden.’

Hulpverleners komen nu samen met de betrokkenen stap voor stap tot betere behandelkeuzes

Effectiviteit per doelgroep
Zeker bij de jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB, een doelgroep van het experiment) blijkt het veel uit te maken wát je in die paar trainingssessies doet, aldus Orobio de Castro. ‘Dan gaat het zowel om bepaalde oefeningen als om het moment waarop je die doet. Snel aan de slag gaan is effectief.’ Bij de jongeren met een LVB slaan vooral de cognitieve-gedragsoefeningen aan, gericht op verandering van de gedachten. ‘Die uitkomst hadden we niet verwacht. We weten nu dus welk aspect van de module bij deze jongeren het beste werkt.’

Bij normaal begaafde jongeren varieerden de werkzame aspecten sterker, zegt Ivanisevic. Dat geldt ook voor hun motivatie om aan het probleemgedrag te werken, merkt Orobio de Castro op. ‘De behandelaar moet dan meer zelf nagaan wat bij een bepaalde jongere het beste aansluit.’

Betrokkenheid van het gezin
Het consortium heeft ook de betrokkenheid van gezinnen bij de behandeling in de residentiële zorg onderzocht. ‘Het lukt lang niet overal intensief gezinsgericht te werken,’ vertelt Orobio de Castro. Dat komt ook door praktische problemen, zoals de noodzakelijke reistijd. Het is wel erg jammer. De gezinsbetrokkenheid pakt namelijk positief uit voor de behandeling. ‘We hebben de jongeren na ontslag nog een jaar lang gevolgd. Ze deden het thuis beter naarmate er in de residentiële setting meer gezinsgericht was gewerkt.’ Het consortium hoopt met het ontwikkelde protocol Gezinsgericht Werken de gezinsbetrokkenheid te stimuleren.

‘Door de strakke opzet van de training kwamen we sneller to the point. De jongeren konden daardoor veel meer oefenen.’

Maatschappelijke impact
‘Onze trainers hebben geleerd dat werken volgens een strakke opzet en met minder sessies goede resultaten oplevert,’ zegt Ivanisevic over de deelname aan het experiment. Wat hem betreft blijft de samenwerking met het consortium bestaan. ‘We willen onderzoeken of we de training kunnen gebruiken voor andere schoolgaande kinderen die last hebben van agressieproblematiek. Scholen hebben op dit moment geen enkele aanpak te bieden die zo goed is ontvangen.’

Naar één keuzehulp
Orobio de Castro zou de beslisboom graag uitbreiden, vertelt hij. ‘Het blijkt een groot struikelblok dat er voor elk type probleem een aparte richtlijn is. Als dan bijvoorbeeld blijkt dat een jongere die is aangemeld vanwege vechtpartijen op school ook depressief is, hoort daar weer een andere richtlijn bij. We willen nu graag voor alle psychosociale problemen samen één keuzehulp ontwikkelen.’

In gesprek gaan
Het daadwerkelijk grootschalig gebruiken van de nieuwe kennis verloopt moeizamer dan hij had verwacht, zegt Orobio de Castro ‘Zelfs als een interventie kosteneffectief is, de cliënten laaiend enthousiast zijn en zowel hulpverleners als scholen deze graag willen gebruiken, blijven er allerlei barrières over bij gemeentes en ggz-instellingen.’ Hij pleit ervoor dat buurtteams, ouders en leerkrachten met de kennis uit de beslisboom in gesprek gaan met gemeenten over een tijdige behandeling voor hun kinderen of leerlingen. ‘Als je de problemen vroeg aanpakt – dat weten we uit buitenlands en Utrechts onderzoek – voorkom je echt veel leed en maatschappelijke kosten.’

Bron: publicaties.zonmw.nl

Dit bericht is 451 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail