Studie vindt geen hersenschade na Elektroconvulsietherapie (ECT)

Facebooktwitterlinkedinmail

13 december 2023 –  Elektroconvulsietherapie (ECT) lijkt het hersenweefsel in de hippocampus niet te beschadigen. Dat blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht, dat keek naar de effecten van ECT. Deze therapie, veelal toegepast bij ernstige depressie, is al lang onderwerp van discussie vanwege de mogelijke negatieve gevolgen ervan. De onderzoekers zagen ook aanwijzingen dat de therapie het vermogen van de hersenen om zichzelf te reorganiseren bevordert.

ECT is een behandelmethode waarbij door middel van elektrische stromen een gecontroleerde epileptische aanval wordt opgewekt. Het wordt vooral gebruikt bij patiënten met ernstige depressies, die niet reageren op andere therapieën. En het werkt: zo’n 60 tot 70 procent van de mensen herstelt door ECT van hun klachten. Maar ondanks de effectiviteit, blijven er zorgen bestaan over mogelijke hersenschade en cognitieve bijwerkingen van de therapie, zoals geheugenverlies.

Hippocampus onder de loep
De focus van het onderzoek lag op de hippocampus, een hersengebied dat een belangrijke rol speelt bij het geheugen en het reguleren van emoties. “Eerdere studies hebben aangetoond dat depressie vaak gepaard gaat met een verkleining van dit gebied”, vertelt Annemieke Dols, onderzoeker en psychiater bij het UMC Utrecht. Ander onderzoek, op basis van MRI-scans, liet bovendien een toename in het volume van de hippocampus zien na ECT-behandelingen.

Maar hoe zou het zitten met eventuele schade door ECT? Dat was de vraag die Dols en haar collega’s wilden beantwoorden. Bij het bestuderen van hersenweefsel van overleden patiënten die ECT hadden ondergaan, vonden de onderzoekers geen aanwijzingen voor significante schade aan de hippocampus. “We keken daarbij niet alleen naar hersenweefsel van patiënten die ECT hadden ondergaan, maar vergeleken het weefsel met dat van patiënten die de therapie niet ondergingen en van niet-depressieve mensen”, aldus Annemieke.

Nieuwe neuronen
Wat de Utrechtse onderzoekers wel aantroffen in het hersenweefsel van met ECT behandelde patiënten, was een relatief hoge concentratie van twee bijzondere eiwitten. “De aanwezigheid van het ene eiwit duidt op de aanmaak van nieuwe zenuwcellen”, legt Annemieke uit. “Het andere eiwit dat we in hogere mate aantroffen, wordt vaak gebruikt als een maatstaf voor de plasticiteit van de hersenen. Dat is het vermogen van de hersenen om zichzelf te reorganiseren door nieuwe neurale verbindingen te vormen.”

De onderzoeksresultaten bieden een nieuw perspectief op ECT. Ze ondersteunen het idee dat de therapie bijdraagt aan het verminderen van depressie, door de hersenen te stimuleren om nieuwe zenuwcellen aan te maken en hersenverbindingen te vormen. De studie vergroot ook het begrip van de mechanismen achter de effectiviteit van ECT. Annemieke: “De volgende stap is om te onderzoeken hoe deze veranderingen in de hersenen zorgen voor een vermindering van de klachten van patiënten, en welke veranderingen daar precies aan bijdragen. Natuurlijk willen we ook graag weten hoe bijwerkingen zoals geheugenverlies ontstaan, zodat we die in de toekomst misschien kunnen voorkomen.”

Lees het onderzoeksartikel
Het onderzoeksartikel waarop dit nieuwsbericht gebaseerd is, heeft als titel ‘Electroconvulsive therapy is associated with increased immunoreactivity of neuroplasticity markers in the hippocampus of depressed patients’. Het is hier te vinden.

Bron: umcutrecht.nl

Dit bericht is 2653 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail