Samenwerking geestelijk verzorgers en POH-GGZ bij zingevingsvragen

Facebooktwitterlinkedinmail

30 april 2022 – Afgelopen 2 jaar onderzochten geestelijk verzorgers samen met praktijkondersteuners ggz van huisartsenpraktijken in Utrecht en omgeving hoe ze de zorg voor zingeving in Utrecht en omgeving kunnen verbeteren. Ook onderzochten ze wat beide beroepsgroepen van elkaar kunnen leren. ‘Geestelijk verzorgers zijn beter in doorvragen, maar praktijkondersteuners zijn doortastender. Door elkaar op te zoeken, kunnen we onze cliënten nog beter helpen.’

‘Zingeving is in veel huisartsenpraktijken een onderbelicht terrein’, vertelt hoogleraar Geestelijke Verzorging Gaby Jacobs van de Universiteit voor Humanistiek. Ze is projectleider van het door ZonMw gesubsidieerde actieonderzoek SamenZin, dat in juni 2020 startte in Utrecht Stad en de regio Zuidoost-Utrecht. Doel van het project is om de samenwerking bij zingevingsvragen tussen geestelijk verzorgers en praktijkondersteuners ggz van huisartsenpraktijken te verbeteren.

Open houding
In de beroepsopleidingen van praktijkondersteuners ggz wordt nog weinig aandacht besteed aan zingeving. Jacobs: ‘Terwijl de psychische klachten van hun cliënten vaak samenhangen met levensvragen. Iemand met een burn-out of een depressie herkent zich niet altijd in die diagnose en kan ook worstelen met levensvragen als: ‘Wat beteken ik nog voor anderen?’ ‘Hoe ga ik om met verlies en rouw?’ Die vragen komen meestal pas boven als professionals voldoende tijd kunnen nemen om te luisteren en ook woorden kunnen geven aan wat iemand als levensvragen ervaart.’

Leren van elkaar
Geestelijk verzorgers lijken daarvoor beter toegerust dan praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijk. Ze hebben vaak 2 keer zoveel tijd voor gesprekken en zijn geschoold in het herkennen en verwoorden van existentiële vragen. Ook zijn ze minder geneigd om direct naar oplossingen te zoeken. ‘Helaas weten mensen met zingevingsvragen ons lang niet altijd te vinden’, zegt Ilse Frank.

Frank is geestelijk verzorger bij WoonZorgcentra Haaglanden en coördinator bij het Centrum voor Levensvragen Zuidoost-Utrecht.

‘Wij bouwen een netwerk op met praktijkondersteuners ggz van huisartsenpraktijken’, vertelt Frank. ‘Om meer doorverwijzingen te krijgen. Maar ook om van elkaar te leren. Welke gespreksmethodes gebruiken zij? Wat doen zij anders, beter?’

Naast het Centrum voor Levensvragen Zuidoost-Utrecht nam ook Zin in Utrecht -het Centrum voor Levensvragen in Utrecht Stad- deel aan het actieonderzoek.

Cliëntenonderzoek
Eerst ondervroegen de actieonderzoekers 27 cliënten van huisartsen, praktijkondersteuners en geestelijk verzorgers  over hun behoefte aan begeleiding bij zingevingsvragen. Jacobs: ‘Veel mensen gaven aan dat ze willen dat professionals ook durven te vragen naar hun lijden, hun verdriet. Dat er niet altijd iets opgelost hoeft te worden. Dat het minstens zo betekenisvol kan zijn als het helder wordt waar de pijn zit en dat het er mag zijn.’

‘Veel mensen gaven aan dat ze willen dat professionals ook durven te vragen naar hun lijden, hun verdriet. Dat er niet altijd iets opgelost hoeft te worden.’

Leergemeenschappen
Geestelijk verzorgers en praktijkondersteuners ggz uit beide regio’s vormden 2 leergemeenschappen. In duo’s gingen ze aan de slag met hun leervragen over zingeving. ‘We wilden een gelijkwaardige uitwisseling’, vertelt Frank. ‘Het was niet de bedoeling dat wij praktijkondersteuners lesjes zingeving gingen geven.’ Zelf was ze bijvoorbeeld benieuwd naar de invulling van hun consulten. Verstaan praktijkondersteuners hetzelfde onder aandacht geven en luisteren? Hoe bewaken ze hun tijd?  Wanneer verwijzen ze iemand met zingevingsvragen door? En naar wie?

Meer doortastend
Frank: ‘Praktijkondersteuners zijn vaak doortastender dan geestelijk verzorgers. Ik heb van hen geleerd hoe je gesprekken goed af kunt ronden binnen een beperkte tijd.’ Ook het inzetten van psycho-educatie door praktijkondersteuners zette haar aan het denken. ‘Uitleg geven over verschillende fases van rouw bijvoorbeeld, kan heel steunend zijn, ook in onze praktijk.’ Jacobs: ‘Modellen kunnen behulpzaam zijn, maar om het persoonlijke verhaal te horen, moet je ze ook weer los durven te laten. In dat opzicht kunnen praktijkondersteuners ggz juist weer iets leren van geestelijk verzorgers. Die zijn beter getraind in doorvragen: ‘Herken je hier iets in, hoe heb jij dit ervaren?’

Vertragen
Samen met haar duomaatje verzorgde Frank een les over wat vertragen kan betekenen in gesprekken over zingeving en welke werkvormen je daarbij kunt gebruiken. Frank: ‘Vertragen gaat niet alleen over stiltes inlassen, maar ook dat je de ander binnen durft te laten komen. Dat je kijkt wat er met jou gebeurt, en of je dat terug kunt geven. Mijn maatje was zo geïnspireerd door onze les, dat ze het direct ging uitproberen in haar huisartsenpraktijk.’ Andere onderwerpen die in de leergemeenschappen werden uitgeplozen: luisteren, grondhouding, het psychologische en het existentiële perspectief, verschillen en overeenkomsten tussen geestelijk verzorgers en praktijkondersteuners.

Bouwstenen
De lessen die in de leergemeenschappen werden verzorgd, leverden meer dan 20 bouwstenen op om zingeving te herkennen en te bespreken. 4 daarvan zijn omgezet in een lesmodule Zingeving. Die is op 25 maart en 8 april voor het eerst als 2-daagse nascholing aan praktijkondersteuners gegeven. Ook zijn gesprekken gaande met hun beroepsopleidingen, om de module in de initiële opleidingen op te nemen. De lesmodule komt, naar verwachting ná eind mei, beschikbaar op de website van de Universiteit voor Humanistiek. In juni is er een afsluitende studiemiddag over de opgedane ervaringen voor praktijkondersteuners, geestelijk verzorgers en andere belangstellenden  die in zorg en welzijn werkzaam zijn.

Toolbox
Frank: ‘We ontwikkelen ook een toolbox om de zorg voor zingeving samen met cliënten te evalueren. Met behulp van korte vragenlijstjes, beeldende kaartjes en een spirituele landschapskaart.Tijdens dit project ontdekten we dat evalueren er vaak bij inschiet. We hopen dat de toolbox ons helpt om de kwaliteit van onze zorg voor zingeving verder te verbeteren.’

Elkaar vinden
Jacobs: ‘Dit project heeft bij de deelnemers een knop omgezet: als ze zingeving eenmaal hebben herkend in hulpvragen van cliënten, wordt het lastig om eraan voorbij te gaan. Het gaat om de kunst van het ‘luisteren in laagjes’.’ De praktijkondersteuners die deelnamen, hadden vaak al iets met zingeving toen ze zich aanmeldden voor het project. Jacobs hoopt dat de ontwikkelde instrumenten ook andere praktijkondersteuners en geestelijk verzorgers inspireren om elkaar op te zoeken en samen te werken. Soms gaat het om kleine dingen die grote betekenis kunnen hebben. Zoals een praktijkondersteuner die inlevingsvermogen toont door te benoemen: ‘Ik vermoed dat dit lastig voor je is.’ Of een tijdige doorverwijzing naar een geestelijk verzorger, die meer tijd en aandacht kan besteden aan existentiële levensvragen.’

Bron en meer informatie : zonmw.nl

 

Dit bericht is 1074 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail