Resultaten traumabehandeling bij anorexia nervosa patiënten met ernstig ondergewicht hoopvol

Facebooktwitterlinkedinmail

30 juni 2023 – Innovatief promotieonderzoek van Marieke ten Napel-Schutz, klinisch psycholoog en psychotherapeut bij GGNet Amarum, geeft een hoopvol beeld van behandeling van traumaklachten bij eetstoornispatiënten (anorexia nervosa) tijdens een fase van ondergewicht. Marieke onderzocht in verschillende studies de effectiviteit van experientiële technieken en ze bestudeerde de ervaringen van patiënten en hun therapeuten met deze technieken.

Op 7 juli 2023 verdedigt Ten Napel-Schutz haar proefschrift ‘Pionieren met experientiële technieken en leren van ervaringen van patiënten en therapeuten’ bij de Universiteit van Amsterdam.

Een aanzienlijk deel (10-47%) van de patiënten met anorexia nervosa heeft te maken met een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Bij deze groep zien we daarnaast obsessief compulsieve klachten, depressie- en angstklachten, lager zelfvertrouwen en interpersoonlijke problemen. Deze groep is moeilijker te behandelen, laat een hoger terugvalpercentage en een slechtere behandeluitkomst zien. Ook stoppen ze vaker eerder met behandeling dan patiënten met anorexia nervosa zonder PTSS. Daarnaast zijn er onderzoeken die aantonen dat de eetstoornissymptomen de patiënten helpen om de PTSS-symptomen te verminderen. Daarmee wordt het erg lastig aan de eetstoornis te werken, want dan verergeren de PTSS-klachten.

Het behandelen van PTSS tijdens een fase van ernstig ondergewicht bij mensen met een eetstoornis is zeer innovatief, omdat bij deze patiënten traumabehandeling normaal gesproken wordt uitgesteld tot het gewicht zo goed als genormaliseerd is. Deze gangbare praktijk is gebaseerd op het feit dat je voor een psychotherapeutische behandeling voldoende emoties moet kunnen ervaren en reguleren, en cognitief voldoende moet kunnen functioneren. Ondervoeding kan het cognitief functioneren verminderen en studies laten zien dat mensen met anorexia nervosa meer problemen hebben met het ervaren van emoties en emotieregulatie. In sommige gevallen betekent dat dat die behandeling er nooit van zal komen, omdat het niet lukt om het gewicht te normaliseren.

Bevindingen experientiële technieken

De resultaten van het onderzoek van Marieke laten hoopvolle resultaten zien voor een groep mensen die tot voor kort deze behandeling werd onthouden. Ook geven de resultaten aanleiding om de mogelijkheden voor traumabehandeling tijdens ondergewicht verder te onderzoeken. De experientiële technieken die Marieke onderzocht, waren onder andere diagnostische imaginatie, imaginatie van een veilige plek en imaginaire rescripting (ImRs). Bij ImRs worden herinneringen aan een traumatische ervaring opgeroepen om de betekenis van die ervaring te veranderen.

De studies in haar proefschrift richtten zich naast de groep met eetstoornissen op de ervaringen met experientiële technieken bij een andere complexe psychopathologie doelgroep (zes verschillende persoonlijkheidsstoornissen). De specifieke studie naar ervaringen van het gebruik van experientiële technieken bij persoonlijkheidsstoornissen geven met name bruikbare adviezen voor therapeuten en het verder door ontwikkelen van handboeken en protocollen.

Bevindingen ervaringen patiënten en therapeuten

Niet alleen de effectiviteit van experientiële technieken in deze groepen werd onderzocht, maar ook de ervaringen van patiënten en hun therapeuten. Het luisteren naar alle deelnemers – zowel patiënten als therapeuten – leverde een gedetailleerd beeld op. Wat in Mariekes onderzoek opviel was dat de gebruikte technieken als zeer intens beleefd werden, hielpen om veranderingen te ervaren en dat deze PTSS-behandeling hoop biedt; daar waar de meeste patiënten met anorexia nervosa en PTSS geen hoop (meer) hadden. De patiëntenstudies gaven verder aan dat het belangrijk is om individuele aanpassingen te kunnen maken aan protocollen waar nodig om de behandeling te kunnen voorzetten. Denk bijvoorbeeld aan het lopend doen van de ImRs omdat anders het contact met het lichaam verloren gaat, of minder fantasie gebruiken bij mensen die dit minder goed verdragen.

De therapeuten gaven aan dat zij vooral veel rollenspellen wilden doen tijdens de training van deze technieken om het goed te leren, zij adviseren vaardigheden te oefenen in rollenspellen. Daarnaast komt naar voren dat groepsintervisie essentieel is bij het werken met deze methoden in deze doelgroep omdat zij anders mogelijk gestopt waren met de behandeling omdat zij tegen specifieke aspecten aanliepen van deze groep.

Verdediging proefschrift

Het proefschrift is online te bekijken via UvA DARE.
De verdediging van het proefschrift is op 7 juli online te volgen via de website van Universiteit van Amsterdam. De link volgt in de week van de verdediging en wordt geplaatst op www.ggnet.nl.

Over Marieke ten Napel-Schutz

Marieke ten Napel-Schutz is klinisch psycholoog, psychotherapeut en wetenschappelijk onderzoeker bij Amarum, het expertisecentrum voor eetstoornissen bij GGNet in Nijmegen en Zutphen. Daarnaast is Marieke plv hoofdopleider van de GZ-opleiding aan het Radboud Centrum voor Sociale Wetenschappen en werkt zij als P-opleider bij de NL Mental Care Group.

Bron: persbericht

Dit bericht is 2210 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail