Pillen niet altijd nodig bij Gilles de la Tourette: ‘Gedragstherapie werkt net zo goed’

26 juni 2026 – Gedragstherapie werkt net zo goed als medicatie bij Gilles de la Tourette. Dat blijkt uit promotieonderzoek van GZ-psycholoog Jolande van de Griendt, die op 3 juli 2026 promoveert aan de Radboud Universiteit. ‘Medicatie is nog vaak de eerste stap in de behandeling van  een ticstoornis. Maar voor veel mensen is het heel fijn om zonder pillen toch iets tegen hun klachten te kunnen doen.’

Tijdens gedragstherapie leren mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette tegenbewegingen voor hun tics, of ze leren om hun tics steeds langer tegen te houden. Deze laatste behandelvorm heet Exposure en responspreventie, kort gezegd ERP.’

Gedragstherapie
Bij ERP oefenen patiënten met het zo lang mogelijk tegenhouden van tics. Veel patiënten voelen de drang opkomen om een tic uit te voeren en stellen dat eerst een paar seconden uit, vervolgens een minuut en na een paar sessies misschien zelfs een kwartier. ‘In de behandeling stellen we dat gevoel centraal’, vertelt Van de Griendt. ‘We maken het moeilijk door bijvoorbeeld over de tic te praten, dan wil die tic er al helemáál uit.’

Van de Griendt constateerde dat de drang om een tic uit te voeren in het eerste kwartier van de behandelsessie bij de meeste mensen steeds sterker werd, en daarna stabiliseerde in plaats van zakte. ‘De kunst is om bij die sterke drang dan de tics steeds langer uit te stellen’, vertelt ze. Op die manier leer je wennen aan dat gevoel, zoals wanneer je in koud water springt: in het begin is dit  niet fijn, maar je lijf leert de koude temperatuur te verdragen. Als je eenmaal gewend bent kun je toch gewoon zwemmen. Zo kun je ook de drang leren verdragen, en door elke dag te oefenen worden de tics vaak minder.’

Zonder pillen
De psycholoog vergeleek de werking van dit soort gedragstherapie met die van medicatie (antipsychotica, voorheen de eerste stap in de behandeling). De effecten bleken min of meer gelijk. ‘Ik was licht teleurgesteld’, zegt Van de Griendt, die sinds 2016 haar eigen praktijk heeft voor gedragstherapie bij tics en Tourette. ‘Ik verwachtte eigenlijk dat gedragstherapie beter zou zijn dan medicatie, maar dat was niet zo.’ Wel bleek het moeilijk om genoeg proefpersonen te vinden; door de verplichte loting wilden veel mensen niet meedoen. Zij hadden een sterke voorkeur voor gedragstherapie en wilden niet de kans lopen om pillen te loten.  ‘Pillen zijn niet meer zo populair onder patiënten’, aldus Van de Griendt. ‘En zeker voor kinderen zijn bijwerkingen zoals moeheid en gewichtstoename best heftig. Aan de andere kant is gedragstherapie natuurlijk meer werk voor de patiënt. Daarom is het goed als mensen zelf kunnen kiezen.’

Ze concludeerde tot slot dat patiënten in gedragstherapie evenveel baat hadden bij slechts één uur durende behandelsessies als bij sessies van twee uur. ‘Dat is minder vermoeiend voor de patiënt, en bovendien, als we die lange sessies een uur korter maken zou je dus dubbel zoveel mensen kunnen behandelen’, aldus de promovenda. ‘Dat is belangrijk omdat gespecialiseerde behandeling bij ticstoornissen niet overal beschikbaar is.’

Behandelen niet altijd nodig
Het syndroom van Gilles de la Tourette is de bekendste ticstoornis, waarbij patiënten langer dan een jaar  ongecontroleerd bewegingen en geluiden maken. Meestal begint het rond de leeftijd van zes tot acht jaar, met een hoogtepunt tussen tien en twaalf jaar. Na de puberteit groeit een op de drie kinderen er weer overheen. Het syndroom komt voor bij één op de honderd mensen, maar lang niet iedereen heeft er ook echt last van. Er zijn veel mensen die bijvoorbeeld wel een kuchje hebben of vaak hoofdschudden of oogknipperen, maar dat niet als storend ervaren. Tics komen nog meer voor: bij een op de vijf tot tien kinderen. Maar vaak gaan deze vanzelf over.

‘Soms komen er ouders naar mijn praktijk die de tics van hun kind willen laten behandelen, terwijl het kind er zelf geen last van heeft’, vervolgt Van de Griendt. ‘Dat is zonde. Tics zouden niet iets moeten zijn om je voor te schamen. Maar sommige mensen krijgen spierpijn van hun tics of worden er heel moe van. Dan is behandeling wel op zijn plaats.’ Overigens gaat het bij slechts één op de tien patiënten met Tourette om vloeken, meestal zijn het andere tics.

Het advies om bij hinder van tics of het syndroom van Gilles de la Tourette met gedragstherapie te starten is in 2011 en 2021 opgenomen in de Europese richtlijnen. Van de Griendt: ‘Hopelijk draagt dit onderzoek er verder aan bij dat artsen bij ticstoornissen niet alleen maar aan medicatie denken, maar weten dat gedragstherapie een goed alternatief is.’

Jolanda van de Griendt

Jolande van de Griendt (1975) studeerde Psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Na haar afstuderen in 1999 werkte zij lange tijd als behandelaar en onderzoeker bij HSK, waar zij startte met haar promotietraject naar gedragstherapeutische behandeling van tics en het syndroom van Gilles de la Tourette. Sinds 2016 is zij werkzaam als zelfstandig GZ-psycholoog en gedragstherapeut bij TicXperts, een eigen praktijk voor diagnostiek en gedragstherapie bij kinderen, jongeren en volwassenen met tics en Tourette. Daarnaast geeft zij zowel nationaal als internationaal workshops en trainingen over dit onderwerp.

Bron:  persbericht

Dit bericht is 8 keer gelezen.