Met LUF-subsidie de oorlog uit kinderen halen

Facebooktwitterlinkedinmail

3 juli 2021 – Orthopedagoog Sandy Overgaauw heeft 25.000 euro subsidie van het LUF gekregen voor haar onderzoek naar PTSS onder Syrische vluchtelingkinderen in Nederland. Het onderzoek moet leiden tot een screeningsmethode waarmee kan worden onderzocht welke kinderen een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van een posttraumatische stressstoornis (PTTS).

Overgaauw werkte als postdoc mee aan een onderzoek in het zuiden van Israël, gericht op de vraag wat de risico- of juist de beschermende factoren zijn bij de ontwikkeling van PTTS bij kinderen die zijn blootgesteld aan oorlogsgeweld? In het gebied vinden vaak gewelddadige botsingen plaats tussen het Israëlische leger en Palestijnen.  Het betrof een onderzoek in samenwerking met hoogleraar neuropsychologie Ellen de Bruin en de Israëlische collega Einat Levy-Gigi.

Overgaauw, die sinds 2018 universitair docent is, wil nu kijken of de voorlopige conclusies ook gelden voor vluchtelingkinderen in Nederland die uit Syrisch oorlogsgebied zijn gevlucht.

Sandy Overgaauw: ‘We weten nog niet precies waarom het ene kind wel PTSS ontwikkelt en het andere niet.’

Empathisch vermogen en cognitieve flexibiliteit

Uit eerder onderzoek blijkt dat verschillende sociale, cognitieve- en persoonlijkheidsfactoren een belangrijke rol spelen bij het voorspellen of kinderen PTSS zullen ontwikkelen na traumatische gebeurtenissen. Overgaauw: ‘Maar we weten nog niet precies waarom het ene kind wel PTSS ontwikkelt en het andere kind niet. Uit het Israëlische onderzoek bleek dat het empathisch vermogen en de cognitieve flexibiliteit van een kind grote invloed hebben op het wel of niet ontwikkelen van PTSS, in het bijzonder in relatie tot elkaar.’

Het empathisch vermogen is het invoelend vermogen, het zich kunnen verplaatsen in de gevoelens van een ander of die zelfs kunnen navoelen. Cognitieve flexibiliteit is het vermogen om op basis van bijvoorbeeld nieuwe informatie een andere beslissing te nemen of om het gedrag tegenover de ander aan te passen.

Dezelfde uitkomsten?

‘De Israëlische kinderen die hoog scoorden op beide factoren bleken minder traumasymptomen te melden’, vertelt Overgaauw. ‘Kinderen die hoog scoorden op empathie en laag op cognitieve flexibiliteit, bleken daarentegen juist meer traumasymptomen te ervaren.’ Maar geldt dat ook voor de Syrische kinderen die naar Nederland zijn gevlucht en hier asiel hebben aangevraagd? ‘Om dat vast te stellen repliceren we het onderzoek bij deze kinderen’, vertelt Overgaauw. Ze verwacht ongeveer dezelfde uitkomsten als bij het onderzoek in Israël.

De proefpersonen voor het nieuwe onderzoek vond Overgaauw via ouders in taalcentra voor inburgering in Den Haag en in plaatsen rond Rotterdam: de ouders werden benaderd met het verzoek om hun kinderen mee te laten doen.

‘Ik wil kijken of de uitkomsten aangrijpingspunten bieden voor een interventiemethode om kinderen uit oorlogsgebieden te helpen.’

Gele en rode doos

Overgaauw gebruikt in haar onderzoek een combinatie van vragenlijsten en taakjes op de computer. Bij een van de taakjes om de cognitieve flexibiliteit te meten krijgt het kind verschillende dozen te zien die elk een kleur en een afbeelding hebben, bijvoorbeeld een gele doos met daarop een hoed afgebeeld, of een rode met daarop een auto. Als de kinderen de dozen openen blijkt de gele doos met daarop een hoed afgebeeld goud te bevatten en de rode doos met daarop een auto een bom. Later wordt de inhoud veranderd. Hoe gaat een kind om met het feit dat de gele doos met daarop een hoed afgebeeld ineens geen goud meer bevat maar een bom? Hoe snel verwerkt en gebruikt het kind deze nieuwe informatie?

Overgaauw: ‘Kinderen die makkelijk switchen scoren hoog op cognitieve flexibiliteit. Voor andere kinderen is dat switchen moeilijker, vooral van negatief naar positief: laten doordringen dat er geen bom meer in de doos zit maar goud. Als deze kinderen ook nog hoog empathisch zijn, is de kans op het ontwikkelen van PTSS naar verwachting groter.’

Aangrijpingspunten voor interventie?

Overgaauw is enorm blij met de LUF-subsidie, waarmee ze een aantal belangrijke kostenposten kan financieren: een student-assistent om haar te helpen en een vergoeding voor de deelnemers die aan het onderzoek meedoen. Ze verwacht aan het eind van het jaar de verzamelde data te kunnen gaan analyseren en begint in 2022 aan de publicatie. Maar het belangrijkste moet dan nog komen.

Overgaauw: ‘Ik wil kijken of de uitkomsten aangrijpingspunten bieden voor een interventiemethode om kinderen uit oorlogsgebieden te helpen om hun stoornis te overkomen. Daar zou ik dan heel graag mee aan de slag willen.’

LUBEC

De student-assistent is bij het onderzoek hard nodig want Overgaauw werkt maar twee dagen als docent/onderzoeker. Daarnaast is ze verbonden aan het Leids Universitair Behandel- en Expertise Centrum (LUBEC). Daar worden patiënten behandeld en wordt onderzoek gedaan. Veel van de (volwassen) patiënten hebben PTSS. ‘Het onderzoek ligt dus dicht bij mijn werk bij LUBEC. Het leert me ook op een iets andere manier naar volwassen patiënten kijken. Maar ik wil ook kijken of ik kan proberen de oorlog uit kinderen te halen.’

Dit bericht is 231 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail