Mentale gezondheid in álle beleidsdomeinen; een kennisbundeling

Facebooktwitterlinkedinmail

23 april 2024 – Om mentale gezondheid te bevorderen, benadrukken experts wereldwijd de noodzaak van een aanpak die niet alleen de gezondheidszorg omvat, maar álle beleidsdomeinen. Ook in Nederland wordt het belang hiervan ingezien in landelijk beleid, zoals in de aanpak Mentale gezondheid van ons allemaal, in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en in het Integraal Zorgakkoord (IZA). Maar hoe werkt zo’n benadering in de praktijk? Het Trimbos-instituut, het Expertisecentrum Mentale Gezondheid, lanceert een kennisbundeling over dit onderwerp die eerste handvatten biedt om aan de slag te gaan met mentale gezondheid in alle beleidsdomeinen.

De mentale gezondheid in Nederland staat steeds meer onder druk, zowel bij volwassenen als onder jongeren. Daarnaast wordt breed erkend dat de mate van mentale gezondheid afhangt van onder meer sociale, economische en omgevingsfactoren. In verschillende beleidsdomeinen liggen uitvoerbare kansen om te werken aan preventie en promotie van mentale gezondheid, zo staat te lezen in de kennisbundeling.

In het rapport worden de achtergrond en ervaringen uit het verleden van mentale gezondheid in alle beleidsterreinen geschetst, inclusief de belangrijke uitdagingen. Aandacht voor gezondheid in alle beleidsdomeinen is niet nieuw. Zo heeft onder andere de World Health Organization in 2014 stappen benoemd van een ‘gezondheid in alle beleidsdomeinen’-benadering in het Helsinki statement in een (M)HiAP-benadering, ofwel (Mental) Health in All Policies. Ook in Nederland was er in het verleden aandacht voor een vergelijkbare benadering met de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid, waarin gemeenten zorg dienden te dragen voor het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen. In het rapport de eerste stappen beschreven die gezet kunnen worden voor implementatie van mentale gezondheid in alle beleidsdomeinen.

Een gedeelde visie, overstijgende teams en passende financiering
Eén van de adviezen uit het rapport is dat het loont om te starten met het kweken van een gedeelde visie en vertrouwen tussen de beleidsdomeinen. In landen en regio’s waar (M)HiAP-benaderingen structureel zijn is sprake van politiek commitment op hoog niveau, gedragen door een gezaghebbend persoon, zoals een burgemeester of minister. Het is belangrijk dat zo’n gezaghebbend persoon een visie heeft die verder rijkt dan diens politieke termijn, om ervoor te zorgen dat de voordelen van (M)HiAP-benadering daarna nog blijven bestaan. Daarbij is financiering voor de uitvoering van dit nieuwe beleidskader belangrijk. Deze moet gaan naar het opzetten van sector overstijgende teams en hun onderlinge ontmoetingen en naar evaluatie van de gezondheidseffecten van beleid. Belangrijk daarbij is dat de financieringsstructuren in de pas lopen met de begrotingscycli op nationaal en gemeentelijk niveau.

Vanuit kleine, concrete projecten naar domein-overstijgende samenwerking
Het tweede advies is om te starten met kleine en concrete projecten voor samenwerking, daar waar lokale energie en behoefte zit. De onderzoekers zagen in veel casestudies meer succes bij de implementatie van (M)HiAP op lokaal, gemeentelijk niveau dan op nationaal niveau. Het loont als men in de gemeente zoekt naar kleine, concrete beleidsveranderingen die op steun en enthousiasme kunnen rekenen onder bewoners, professionals én onder de medewerkers in het gemeentehuis en bij de GGD. Onder de juiste voorwaarden kan een gemeente vervolgens overgaan tot de domein-overstijgende samenwerking om de impact op mentale gezondheid (en middelengebruik) te optimaliseren via de (M)HiAP-benadering en het stappenplan zoals de World Health Organization die opgesteld heeft. Het succes van de implementatie daarvan is uiteraard afhankelijk van de inzet van middelen en de omvang en prioriteiten van een specifieke gemeente, op basis van de samenstelling van de bewoners, specifieke problematiek of politieke keuzes.

Continu en constructief evalueren voor inzichten en verbeteringen
Het is een uitdaging om de gezondheidseffecten van beleid te evalueren. Dat geldt ook voor de evaluatie van een beleidsbenadering zoals (M)HiAP, maar er zijn een aantal tools die daarbij kunnen helpen. Een daarvan is de Mental Health Impact Assessment (MHIA) ofwel de Mental Wellbeing Impact Assessment. Deze helpt door op een participatieve manier te kijken naar wat de (kwalitatieve) effecten zijn van beleid in verschillende kaders en voor verschillende stakeholders. Dit gebeurt uitdrukkelijk ook samen met de mensen voor wie het beleid uiteindelijk bedoeld is. Daarnaast is het belangrijk dat de tool – als deze lokaal gebruikt wordt – gebaseerd is op de prioriteiten, karakteristieken en behoeften van de betreffende lokale gemeenschap. Dit type tools wordt al enige jaren gebruikt in andere landen en in breder gezondheidsverband ook in Nederland. Ze vereisen specifieke aanpassingen aan de potentiële gevolgen en onbedoelde gevolgen van beleid op het gebied van de mentale gezondheidszorg.

Tot slot; eerste kennisbundeling, niet uitputtend
Het is goed om te vermelden dat deze kennisbundeling niet uitputtend is. Het is een eerste inkijk in wat er beschikbaar is aan kennis en informatie, inclusief voorbeelden uit andere landen, en wat we daarvan kunnen leren. Adviezen komen overeen met een recent gepubliceerd rapport van de Sociaal-Economische Raad (SER), dat breder rapporteert dan alleen over mentale gezondheid. We zien dat er meer praktische inzichten nodig zijn uit andere landen om een duidelijk beeld te krijgen wat er verder nodig is in de praktijk en hoe een (M)HiAP-benadering over de tijd heen kan ontwikkelen en geëvalueerd kan worden. Daarnaast kunnen we stellen dat starten met deze benadering makkelijker zal zijn in lokaal beleid in gemeenten dan in nationaal beleid. Een vervolgstap is om gemeenten te ondersteunen met concrete adviezen en tools hoe ze implementatie en evaluatie van deze beleidsbenadering passend kunnen maken voor hun lokale context.

Meer informatie

Bron: trimbos.nl

 

Dit bericht is 472 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail