Herstel van gebroken been is te meten, maar geldt dat ook voor een depressie?

Facebooktwitterlinkedinmail

31 december 2018 – Het klinkt als een interessant idee: een psychiater die depressieve patiënten goed behandelt, krijgt beter betaald dan de psychiater met slechtere resultaten. Zorgverzekeraar Menzis begint volgend jaar met zo’n beloningssysteem op basis van resultaten in plaats van op het aantal behandelingen. Maar wie bepaalt of een therapie goed is vraagt de NOS.nl zich af? 

Volgens psychiater Jim van Os van het UMC Utrecht is zoiets heel erg moeilijk te meten. “Als iemand een been breekt dan kun je op een foto zien dat het gebroken is. En na een behandeling met gips kan je na zes weken zien dat de breuk weer geheeld is. Maar dat gaat in de psychiatrie nooit lukken.”

Jan Willem Poot, oprichter van jeugdkliniek Yes We Can, ziet juist wel de mogelijkheden én voordelen van resultaten meten. “Uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat ruim 70 procent van de jongeren die bij ons de behandeling hebben afgemaakt, geen specialistische zorg meer nodig heeft. Wij zijn daar heel erg trots op.”

Yes We Can houdt de cijfers niet voor zichzelf, maar geeft ze door aan een stichting die de gegevens verwerkt in een soort ranglijst met behandelresultaten. Het is een project van de geestelijke gezondheidszorg, de ggz, dat in 2010 van start ging. Maar helemaal soepel verliep het de afgelopen jaren niet.

Eenzaamheid, somberheid of angst

“De stichting hebben we destijds opgericht om transparantie te bieden. Zodat een patiënt kan zien wat het resultaat is van een behandeling”, zegt Jeroen Muller, directeur van kliniek Arkin. “De stichting moest vooral gegevens verzamelen, om die vervolgens weer terug te koppelen aan de behandelaren. Zodat we een discussie kunnen krijgen over hoe we onze behandelingen kunnen verbeteren.”

Het beoordelen van de therapieën gaat als volgt: patiënten moeten voor en na de behandeling een lijst met vijftig vragen beantwoorden. Voorbeelden van vragen zijn: ben je zenuwachtig of beverig, heb je last van zelfmoordgedachtes, eenzaamheid, somberheid, angst of van het gevoel dat je niets waard bent. De patiënten kunnen daarvoor een score geven.

Alle resultaten worden in een databank opgeslagen met de naam van de instelling en zonder zichtbare gegevens van de patiënt. Zo ontstaat een lijst waaruit huisartsen en patiënten een keuze kunnen maken. De meeste grote instellingen vinden het geen probleem de lijsten in te dienen, maar een groep psychiaters en wetenschappers ziet er niks in.

Volgens psychiater Van Os gaat de databank voorbij aan de enorme verschillen tussen mensen. “De ene patiënt woont in het Gooi, heeft een inkomen en familie om zich heen, en een ander zit eenzaam in een achterstandswijk met schulden. Dat maakt dat een depressie bij de een wel en bij de ander niet opknapt. Maar dat ziet die database helemaal niet.”

Lees het uitgebreide artikel en bekijk het interview met Jim van Os op NOS.nl

Dit bericht is 1405 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail