Een op de drie personen met psychische problemen dreigt vast te lopen

Facebooktwitterlinkedinmail

1 april 2020 – De kans op besmetting met het COVID-19 virus en de genomen maatregelen om het virus onder controle te krijgen, leveren veel mensen stress op. Voor de 1 miljoen Nederlanders die al te maken hadden met psychische klachten, geldt dit nog eens extra.

De helft van hen geeft aan meer last te hebben van bijvoorbeeld angst, depressiviteit, paniek en slecht slapen. Een derde van de respondenten weet niet hoe zij de komende periode moet doorkomen. Zij verwachten vaker dan gemiddeld dat ze de komende tijd geen zorg of hulp meer krijgen, voelen zich eenzamer, ervaren minder hulp van mensen uit hun netwerk. Zo blijkt uit onderzoek door MIND onder haar GGZ-panel.

Weggevallen zorg

Door de genomen maatregelen zijn veel mensen met psychische problemen geconfronteerd met het wegvallen van zorg en dagbesteding. Zo geeft 60% van de respondenten aan dat hun ggz-
behandeling geheel of gedeeltelijk is weggevallen en 80% geeft aan geen gebruik te kunnen maken
van hun dagbesteding of inloopcentrum.

Cliënten geven aan vooral behoefte aan maatwerk te hebben. MIND roept alle zorgverleners op om in overleg met de cliënt en zijn of haar naasten/familie te bespreken hoe de zorg in de huidige periode het best voortgezet kan worden (shared decision making).

Voor de ene cliënt zal beeldbellen een goede optie zijn, voor de ander is het verstandig om de gesprekken voort te zetten tijdens een wandeling in de natuur. In alle gevallen is het belangrijk dat hulpverleners contact krijgen en houden met hun cliënt. Als een cliënt niet reageert op een videoafspraak of niet opneemt, dan moeten hulpverleners toch langsgaan om het contact te leggen.

Alternatieve zorg

De geestelijke gezondheidszorg heeft de afgelopen weken veel in het werk gesteld om alternatieve zorg en vormen van behandeling aan te bieden. Uit het onderzoek van MIND blijkt dat vooral het gebruik van e-health, mantelzorg en contact met de huisarts zijn toegenomen. Ruim de helft van de respondenten heeft alternatieve hulp en zorg geboden gekregen door de ggz-behandelaar, een op drie door de individuele begeleider, huisarts en/of familie/naasten. Ook groepsbegeleiders, inloop-, herstel- of zelfregiecentra bieden andere vormen van contact aan.

Ruim een kwart van de respondenten heeft zelf alternatieven geregeld, bijvoorbeeld door weer tijdelijk bij familie in huis te gaan wonen. Voorbeelden van alternatieven die worden genoemd zijn beeldbellen, chat- en WhatsApp-groepen tot mindfulness, besloten groepen op Facebook, beeldvideo-therapie, huiswerkopdrachten en zelfhulpboeken, online vragenlijsten, wandelen (ook samen), contacten vanuit de kerk, (websites van) vrijwilligersorganisaties die hulp aan huis bieden en apps. Helaas zijn er ook respondenten die nog geen alternatief aanbod hebben gekregen of een aanbod dat voor hen niet passend is.

De meeste respondenten hebben veel waardering voor de hulpverleners. Meer dan de helft vindt dat zij er alles aan doen om zo goed mogelijk te helpen; een kwart reageert neutraal op deze stelling. Over de communicatie vanuit zorgaanbieders zijn meer mensen positief dan negatief. Bij de kwart die negatief is, komt dat vooral omdat communicatie te laat kwam en/of onpersoonlijk, niet op maat was.

Psychische gevolgen

Ruim driekwart van de mensen geeft aan veel gevolgen te ondervinden in hun dagelijks leven. Dit zijn vaak gevolgen die bijna alle burgers treffen. Het verlies van sociale contacten, het wegvallen van dagstructuur, een gebrek aan beweging en buitenlucht. Bij een deel van de ggz-cliënten komt dit extra hard aan en leidt dit tot isolement en verergering van psychische klachten. Een klein deel geeft ook aan positieve gevolgen te ondervinden: de samenleving komt meer tot rust en ze voelen zich niet meer zo’n uitzondering als veel mensen van slag raken.

Druk op familie en naasten

Ook familieleden en naasten zien een toename van psychische klachten bij hun dierbaren. Zij maken zich meer zorgen over hoe het verder moet en zijn negatiever over de alternatieve zorg die geboden wordt. Naasten vragen expliciet aandacht voor cliënten die zorg mijden en toezicht en activering nodig hebben. Door het wegvallen van dagbesteding, ontslag uit instellingen en afname of wegvallen van behandelingen, komt een groter deel van de zorg op de schouders van de naasten terecht. MIND maakt zich zorgen hoe lang zij dit vol houden en roept behandelaren op om zoveel mogelijk in overleg met naasten te doen, hen niet extra te belasten en waar mogelijk te ondersteunen.

Onderzoek door MIND

MIND is dé koepel van cliënten- en familieorganisaties in de ggz en het fonds voor psychische problemen. MIND behartigt de belangen namens 1 miljoen mensen en werkt samen met haar lid- organisaties aan het verbeteren van de psychische gezondheid in Nederland. MIND is vertegenwoordigd in de door VWS ingestelde ggz-werkgroepen Corona-crisis. Hier behartigen wij de belangen van cliënten zodat ook in deze tijd de geestelijke gezondheidszorg zo optimaal als mogelijk rekening houdt met hun behoeften. Om gefundeerde input te kunnen geven, zette MIND op 23 maart een vragenlijst uit onder haar GGZ-panel bestaande uit 4000 deelnemers. In een week tijd reageerden 1000 respondenten waarvan 87% zelf cliënt is, 11% familieleden/naasten en 2% overig.

Bron: persbericht

Dit bericht is 15139 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail