Apathie en depressie bij ouderen hebben verschillende cardiovasculaire risicofactoren

Facebooktwitterlinkedinmail

11 februari 2021 – Het hart en de hersenen hebben veel invloed op elkaar, maar in de spreekkamer van de psychiater en cardioloog wordt dit verband niet altijd gelegd. Anne Suzanne Bertens deed onderzoek naar dit verband. Ze toonde aan dat vaatschade en bloeddruk gelinkt zijn aan hersenaandoeningen zoals apathie en depressie op latere leeftijd. Bertens verdedigt haar proefschrift vandaag.

Bij mensen op leeftijd komen cognitieve achteruitgang, zoals verminderd geheugen, en symptomen van depressie en apathie geregeld voor. Er wordt gedacht dat deze stoornissen alle drie verschillende risicofactoren hebben en dat problemen aan het hart- en vaatstelsel hierin een rol spelen. “Maar het verband tussen het hart- en vaatstelsel en de verschillende neurocognitieve functies is nog niet duidelijk”, vertelt psychiater in opleiding Anne Suzanne Bertens. “Dat heb ik proberen uit te zoeken.”

Hersenschade bij verhoogd harteiwit
Bertens onderzocht of cardiovasculaire factoren verband houden met cognitieve achteruitgang, depressie of apathie bij ouderen. Ten eerste keek ze naar het eiwit troponine dat wordt gebruikt om een hartinfarct aan te tonen. “Het idee was dat de troponinewaarde ook een marker kon zijn voor cognitief functioneren.” Een hoog troponinegehalte betekent namelijk dat er schade is aan het hart. En die schade kan leiden tot verstoorde hersenfuncties. En dat bleek. “We zagen dat een hoog troponinegehalte bij 85-plussers een specifieke marker was voor cognitieve achteruitgang, en dus niet voor depressie of apathie.”

Bloeddruk en apathie
Daarnaast wilde Bertens weten of bloeddruk een rol speelt bij symptomen van depressie en apathie. Dat laatste kenmerkt zich door gebrek aan motivatie en lusteloosheid. “Het is algemeen bekend dat een hoge bloeddruk op middelbare leeftijd niet goed is voor de gezondheid. Maar wij zagen juist dat een lagere bloeddruk geassocieerd is met meer symptomen van apathie bij oudere mensen.” Bertens zag dit verband alleen bij ouderen die veel vasculaire hersenschade hadden of slecht dagelijks functioneren. Dat laatste wordt bijvoorbeeld gekenmerkt door moeite met aankleden. Of een lage bloeddruk uiteindelijk ook een voorspeller kan zijn voor het optreden van apathie moet blijken uit vervolgonderzoek.

Twee aparte syndromen
“Voor depressieve klachten zagen we dit verband niet. Dit betekent dus dat apathie en depressie op latere leeftijd verschillende risicofactoren hebben in ons onderzoek. Dit ondersteunt de gedachte dat apathie niet altijd een onderdeel van depressie is, maar ook een apart syndroom kan zijn.” Omdat depressie wel behandeld kan worden en apathie nog niet, is het volgens Bertens belangrijk dat zowel onderzoekers als artsen hier oog voor hebben.

Oproep aan artsen
De onderzoeken van Bertens waren een samenwerking tussen de afdelingen Radiologie, Ouderengeneeskunde en Psychiatrie. “De resultaten uit mijn proefschrift ondersteunen de hypothese dat het hart en de hersenen invloed op elkaar uitoefenen en dat cognitieve achteruitgang, apathie en depressie op latere leeftijd verschillende risicofactoren hebben. Hierbij wil ik dan ook een oproep doen aan psychiaters, cardiologen en andere artsen om hier in hun spreekkamer alert op te zijn.”

Bron: lumc.nl 

 

Dit bericht is 459 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail