26 augustus 2026 – Zes op de tien leidinggevenden zegt signalen van mentale overbelasting of stress op tijd te herkennen. Maar slechts een kwart van de medewerkers is het daarmee eens. Ruim een derde van de leidinggevenden voert het gesprek pas als er al duidelijke klachten zijn of verzuim. Dat blijkt uit de HSK Monitor Werk en mentale gezondheid 2026.
Leidinggevenden hebben een blinde vlek als het gaat om mentale overbelasting in hun team. Zo’n 60 procent zegt signalen tijdig te herkennen. Van de medewerkers is 25 procent het eens met de stelling dat hun leidinggevende mentale belasting in een vroeg stadium signaleert. Van de medewerkers ervaart 44 procent ondersteuning van de leidinggevende bij stress of mentale belasting; 23 procent ervaart die niet.
Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoeksbureau Highberg onder 1.752 leidinggevenden en 1.710 werkende Nederlanders.
Bij ruim een derde komt het gesprek te laat
Twee derde van de leidinggevenden voert het gesprek over mentale klachten op tijd: 23 procent als vast onderdeel van reguliere gesprekken en 41 procent bij de eerste signalen. In een derde van de gevallen gebeurt dat later of helemaal niet: 15 procent voert het gesprek pas bij duidelijke klachten, 8 procent pas bij verzuim en 13 procent nooit.
Aan de kant van de medewerkers is het beeld vergelijkbaar. Tweederde zoekt pas hulp binnen de organisatie als het werk er al onder lijdt of als zij uitvallen, 13 procent zoekt helemaal geen hulp binnen de eigen organisatie.
“Leidinggevenden hebben het beste voor met hun mensen. Maar we vragen ze iets te herkennen waar ze zelden voor zijn opgeleid. En het moment waarop je het verschil kunt maken ligt vroeger dan de meeste mensen denken.” Aldus Daan van Montfoort, directeur bij HSK.
Medewerkers zoeken hun eigen weg
Wie mentale klachten heeft, bespreekt die het vaakst met de eigen leidinggevende (45 procent) of met vrienden en familie (44 procent). De formele hulproutes binnen de organisatie worden minder gevonden: de bedrijfsarts wordt door 20 procent genoemd, HR of P&O door 8 procent en ChatGPT door 6 procent. Bijna een op de vijf besprak de klachten met niemand.
Van de medewerkers die geen hulp zouden zoeken binnen de eigen organisatie, doet tweederde dat liever daarbuiten en heeft 29 procent er geen vertrouwen in dat de organisatie helpt.
De wil is er, de ruimte niet altijd
Uit het onderzoek blijkt dat leidinggevenden het belang zeker niet onderschatten: 92 procent vindt mentale gezondheid binnen het team belangrijk, 84 procent vindt investeren in preventie waardevol voor het welzijn van medewerkers en 69 procent denkt dat het financieel meer oplevert dan het kost.
Tegelijk zegt ruim een kwart van de leidinggevenden onvoldoende tijd en ruimte te krijgen voor preventie binnen het team, geeft 29 procent aan te weinig budget en middelen te hebben en vindt 37 procent dat het eigen bedrijf meer zou moeten investeren. Gevraagd naar wat zou helpen, noemen leidinggevenden een open cultuur waarin klachten bespreekbaar zijn (43 procent), meer tijd in de werkplanning (33 procent) en meer kennis of training (28 procent).
Drie dingen die leidinggevenden kunnen doen
Op basis van het onderzoek formuleert HSK drie adviezen:
- Maak het gesprek routine in plaats van uitzondering. Bij 23 procent van de leidinggevenden is mentale gezondheid al een vast onderdeel van reguliere gesprekken. Dat verlaagt de drempel meer dan een losse campagne.
- Vraag door op het eerste antwoord. Het eerste antwoord is zelden het hele antwoord. Een tweede vraag, een week later, levert meer op dan een uitgebreid jaargesprek.
- Zorg voor een route naast de lijn. Medewerkers waarderen individuele gesprekken met iemand anders dan de leidinggevende (61 procent) en begeleiding door een externe hulpverlener (51 procent) hoog. Niet als vervanging van het gesprek met de leidinggevende, maar als aanvulling erop.
“Je hoeft geen psycholoog te zijn om het gesprek te voeren. Maar je moet wel durven vragen hoe iemand er echt bij zit, en dat ook een tweede keer doen,” zegt Van Montfoort.
Bron: persbericht
Dit bericht is 15 keer gelezen.