Verslavingsdeskundige Reinout Wiers: “Vaak wint de geest, maar niet altijd”

Facebooktwitterlinkedinmail

6 februari 2020 – Twee stagiaires van de Universiteit van Amsterdam  Maria en Mink, beide 14 jaar, gingen in gesprek met hersenonderzoeker Reinout Wiers over zijn ontdekkingen rond verslaving. Zo leerden ze dat automatische processen in de hersenen een belangrijke rol spelen, en dat je deze kunt doorbreken.

Waar gaat uw onderzoek over?
“Ik doe onderzoek naar verslaving in brede zin. De meest voorkomende verslavingen zijn die aan alcohol, roken en cannabis. Maar we kijken aan de UvA bijvoorbeeld ook naar gokverslaving en verslaving aan je telefoon. Wat verandert er in de hersenen bij verslaving en hoe kunnen we mensen helpen ervan af te komen? Deze vragen staan centraal in ons onderzoek.”

Waarom vindt u verslaving een interessant onderwerp? Heeft u er persoonlijk ervaring mee?
“Tijdens mijn promotieonderzoek, dat ging over kinderen van alcoholisten, stelde journalisten voortdurend deze vraag, of ik er persoonlijk ervaring mee had. Op een gegeven moment grapte ik dan wel eens ‘zeker’, maar nee. Ik ben gefascineerd door de relatie tussen lichaam en geest. We doen voortdurend dingen die we eigenlijk niet begrijpen en die slecht voor ons zijn. Dat zie je ook bij verslaving. Hoe komt dit? Soms wint de geest het, maar niet altijd.”

Wat hebben jullie al ontdekt over verslaving?
“Automatische processen spelen een belangrijke rol bij verslaving, en deze processen kun je doorbreken. Mensen associëren drank bijvoorbeeld vaak sterk met een bepaalde situatie of gevoel. Als je thuiskomt van het werk, dan drink je een glas wijn om te ontspannen. Of als je op een feestje bent, neem je een drankje voor de gezelligheid. Je kunt jezelf voornemen niet meer te drinken, maar die associaties zetten een automatisch proces in gang waardoor je toch naar die drank toe beweegt zonder hier bewust bij na te denken.”

“Kun je die automatische processen beïnvloeden?”
“In ons onderzoek zijn we gaan kijken of je die automatische processen kunt beïnvloeden. Kunnen we de associaties aanpakken en zo het gedrag veranderen, zoals minder drinken? We ontwikkelden een methode om mensen nieuwe en negatieve associaties te leren in relatie tot hun verslaving. Ze moesten daarvoor een joystick wegduwen of naar zich toe trekken bij het zien van bepaalde beelden. Door fysiek weg te duwen, leerden ze het ook in hun hoofd weg te duwen. We maakten zo een automatische koppeling tussen het middel van verslaving en ‘wegduwen’ waardoor sterke negatieve associaties ontstonden. Deze methode is ook omgezet naar behandelingen.”

Hoe raak je verslaafd?
“Daar is veel discussie over. Vaak wordt gezegd dat verslaving een chronische hersenziekte is. Inderdaad veranderen er dingen in de hersenen bij mensen die verslaafd zijn, maar er zijn mensen die na 10 jaar verslaving, zoals roken, toch kunnen stoppen. Dat kan eigenlijk niet bij een chronische hersenziekte. Denk maar aan een chronische hersenziekte als dementie, daar kan je niet meer vanaf komen.”

“Verslaving is voor 50 % genetisch bepaald”
“We weten dat verslaving voor 50 % genetisch bepaald is. Een deel van die genen komt echter pas tot werking wanneer je ermee begint, bijvoorbeeld het roken van een sigaret of het drinken van alcohol. Maar ook hangt verslaving samen met genen die de ontwikkeling van persoonlijkheid beïnvloeden, bijvoorbeeld eigenschappen zoals impulsiviteit en sensatiezucht. Laatste is vooral bij jongens van invloed. Op latere leeftijd speelt vaak ook het willen doven van negatieve gevoelens een rol, zoals na ontslag of scheiding. Sommige mensen kunnen dan de bocht uit vliegen bij problemen.”

Hoe kan je van verslavingen afkomen?
“De kern om ervan af te komen is motivatie. Maar dit betekent niet dat mensen die moeite hebben ervan af te komen, weinig motivatie hebben. Het gaat daarom ook om een combinatie van strategie, techniek en therapie. In onderzoek zagen we bijvoorbeeld dat met behulp van training 10 procent minder terugvalt op hun verslaving na de periode van 1 jaar.”

Is er verschil in leeftijden qua gevoeligheid voor verslavingen?
“Je ziet dat mensen die al voor hun 20ste begonnen met roken, grotere moeite hebben eraf te komen dan mensen die later zijn begonnen. Het effect op veranderingen in de hersenen is dan sterker geweest. Voor jongeren van bijvoorbeeld 16 of 17 jaar is het veel makkelijker om te stoppen. Alleen vinden jongeren het op die leeftijd meestal geen probleem en hebben ze dus geen enkele motivatie om te stoppen. We richten ons in ons onderzoek ook specifiek op jongeren en gaan bijvoorbeeld bij scholen langs.”

Heeft u advies hoe je verslaving kunt voorkomen?
“Omdat de genen die met verslaving te maken hebben tot werking komen bij eerste gebruik, zou het natuurlijk het beste zijn zo laat mogelijk te beginnen met iets als drinken. Je ziet dat wettelijke leeftijdsgrenzen hierbij effect hebben. In Amerika mag je pas op je 21ste drinken en daar wordt onder de 18 jaar nog nauwelijks gedronken. In Nederland mag je sinds een paar jaar pas op je 18e drinken (daarvoor was de minimumleeftijd 16) en je ziet dat de groep niet-drinkers onder de 16 enorm omhoog is gegaan. Dat zou pleiten voor een grens van 21 jaar, net als in Amerika, maar ik vraag me af of dat te handhaven is.”

“Kinderen van alcoholisten zijn genetisch vaak gevoeliger voor alcohol. Helemaal niets drinken zou voor hun daarom de beste optie zijn, maar dat is wel heel lastig in een omgeving zitten waar alcohol voortdurend aanwezig is.“

Hoeveel mensen hebben een of meerdere verslaving?
“In Nederland is 1 op de 3 mannen in een periode van hun leven verslaafd geweest. En dan hebben we het over controleverlies als gevolg van drankgebruik of doordrinken ondanks lichamelijke problemen. Het gaat dan niet om de hoeveelheid, maar de compulsiviteit of onbewuste dwang te moeten blijven drinken.”

Behandelen jullie ook verslaving?
“We zijn altijd bezig om onze onderzoeksresultaten naar therapieën en behandelingen te vertalen zodat behandelaars hiermee aan de slag kunnen. Via ons zogenaamde Adaptlab bieden we ook zelf trainingen aan. Rond verslaving, maar we kijken ook naar het leren omgaan met angsten. Bijvoorbeeld rekenangst bij meisjes. Meisjes leren in onze cultuur zichzelf minder met bètavakken te associëren wat tot een negatief zelfbeeld kan leiden ten aanzien van rekenen. Dit zien we terug in de CITO-toets uitslagen waar meisjes structureel lager scoren. Misschien zou je zoiets ook met training kunnen beïnvloeden, en dat gaan we uitzoeken.”

Bron: uva.nl

Dit bericht is 920 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail