Onderzoek: POH-ggz verbetert gezondheid patiënten niet aantoonbaar

6 juni 2026 – De inzet van praktijkondersteuners geestelijke gezondheidszorg (POH-ggz) bij huisartsen heeft de afgelopen jaren geleid tot veel meer behandelingen van mensen met psychische klachten. Toch zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat patiënten daardoor op de lange termijn gezonder worden of beter functioneren op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit onderzoek van econoom Roger Prudon van de Lancaster University.

De POH-ggz werd in 2008 ingevoerd om mensen met lichte psychische klachten sneller hulp te bieden en de druk op de gespecialiseerde ggz te verminderen. Inmiddels krijgen jaarlijks ruim 600.000 Nederlanders ondersteuning van een praktijkondersteuner.

Uit de analyse blijkt echter dat de extra inzet van praktijkondersteuners niet leidt tot minder gebruik van basis- of specialistische ggz. Ook het gebruik van medicijnen tegen psychische klachten neemt daardoor niet af. Volgens de onderzoeker wordt de druk op de rest van de geestelijke gezondheidszorg dus niet verlicht.

Daarnaast vond het onderzoek geen aantoonbare verbeteringen in de mentale gezondheid van patiënten op langere termijn. Ook op arbeidsmarktuitkomsten, zoals werk en inkomen, werden geen significante positieve effecten gevonden.

Wel heeft de invoering van de POH-ggz ervoor gezorgd dat veel meer mensen zorg ontvangen. Volgens Prudon is daarmee slechts één van de oorspronkelijke doelen bereikt: het vergroten van de toegankelijkheid van hulp. Omdat andere vormen van ggz niet minder worden gebruikt, zijn de totale kosten van de geestelijke gezondheidszorg juist gestegen.

De onderzoeker concludeert dat uitbreiding van de capaciteit in de specialistische ggz mogelijk effectiever is dan verdere investeringen in praktijkondersteuners. Hij pleit er bovendien voor om nieuw ggz-beleid beter te evalueren, zodat sneller duidelijk wordt of maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan betere gezondheid en maatschappelijke participatie.

Bron: esb.nu

Dit bericht is 7 keer gelezen.