NZa: ziekenhuiszorg en geestelijke gezondheidszorg weer naar normale niveau

Facebooktwitterlinkedinmail

24 juli 2020 – De geestelijke gezondheidszorg en de medisch-specialistische zorg koersen af op een nieuwe normale situatie. Niet alle zorg wordt ingehaald, maar patiënten krijgen over het algemeen de zorg die zij nodig hebben. Er is ook weer ruimte voor minder urgente zorg. Dat blijkt uit de nieuwe cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over het opschalen van de medisch-specialistische zorg, de oncologie en de geestelijke gezondheidszorg.

De corona-uitbraak heeft grote gevolgen gehad voor de zorg voor patiënten. In de eerste zes maanden van dit jaar waren er 791 duizend minder verwijzingen naar de medisch-specialistische zorg dan gebruikelijk. Sinds maart waren er 63.000 minder verwijzingen naar de geestelijke gezondheidszorg dan verwacht.

Geestelijke gezondheidszorg
Voor de ggz zitten we de afgelopen weken op meer dan 90% van de verwachte verwijzingen zonder coronamaatregelen. Uit eerste niet-representatieve cijfers van drie grote ggz-instellingen is op te maken dat het aantal patiënten dat in de ggz instroomt nog niet volledig hersteld is. In het aantal gestarte trajecten in deze instellingen zien we een substantiële daling sinds de corona-maatregelen, waarbij het herstel nog moet worden ingezet. De wachttijden veranderen tijdens de coronacrisis nauwelijks, wat erop lijkt te duiden dat er geen run is op de ggz.

Medisch-specialistische zorg
Het aantal verwijzingen van huisartsen naar ziekenhuizen is bijna terug op het niveau van voor de crisis. In juni melden zich opvallend veel nieuwe patiënten bij de medisch specialist, ruim 150 duizend meer dan het jaar daarvoor. Het aantal behandelde patiënten in de ziekenhuiszorg is naar schatting inmiddels ruim 90% van wat we zouden verwachten op basis van de aantallen van vorig jaar.

Het herstel is duidelijk zichtbaar in een toename van het aantal polikliniekbezoeken. Het aantal verpleegdagen neemt nog niet toe, maar daar speelt mee dat de registratie van verpleegdagen vaak pas op een later moment plaatsvindt. Het aantal operatieve activiteiten neemt wel duidelijk toe.

Oncologische zorg
De bevolkingsonderzoeken zijn weer hervat, maar nog niet met de volledige capaciteit. Het darmkankeronderzoek startte al op 11 mei weer op. In juni zijn in totaal iets meer dan 116 duizend mensen benaderd, 78% van het aantal dat in juni 2019 uitgenodigd was. De borstkankerscreening is vanaf 8 juli hervat op 40% van de normale capaciteit. Het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker is op 1 juli weer begonnen, hiervoor wordt het gebruikelijke aantal vrouwen per week uitgenodigd. Er zijn nog geen gegevens beschikbaar over de deelname.

Het aantal verwijzingen is bijna terug op het oude niveau in alle regio’s en bij sommige oncologische verwijzingen is er mogelijk sprake van een inhaalslag. De verwijzingen vanwege een afwijkend uitstrijkje en afwijkingen in de borst zijn toegenomen, maar blijven nog onder het oude niveau.

Vervolg
De zorg lijkt zich te ontwikkelen  naar een nieuwe normale situatie, waarin alle zorg weer geleverd kan worden. Dat is een grote verdienste van de ziekenhuizen, klinieken en de ROAZ regio’s die regionaal de verschillende spelers in de zorg bij elkaar brengen en, samen met partijen en de NZa, knelpunten signaleren en wegnemen.

Voor de NZa betekenen de nieuwe data dat we het herstel van de zorg nauwkeurig blijven monitoren. Wij kijken hierbij naar de wachttijden voor zorg en zijn alert op signalen en meldingen van knelpunten. We blijven datarapportages maken. Voor ons staat voorop dat iedere patiënt tijdig passende zorg moet krijgen, daarover houden we de vinger aan de pols. Het kan nog steeds voorkomen dat mensen wachten op zorg. Het is belangrijk dat zij contact houden met de huisarts en hun zorgverzekeraar, zodat voor hen een passende oplossing kan worden gevonden.

Bron: nza.nl

Dit bericht is 401 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail