Is samenwerking het wondermiddel om de acute jeugdhulp vlot te trekken?

Facebooktwitterlinkedinmail

8 juni 2022 – Zeven jaar na de invoering van de Jeugdwet concludeert staatssecretaris Maarten van Ooijen, verantwoordelijk voor de jeugdzorg, middels een brief aan de Tweede dat de decentralisatie, waarbij verantwoordelijkheden en financiering werden overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten, niet tot de gewenste resultaten heeft geleid (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2022). De doelstellingen zoals passende hulp, dichtbij huis, gezinsbreed, met meer efficiëntie en een reductie van kosten zijn onvoldoende waargemaakt.

Er wordt meer geld dan ooit aan jeugdzorg besteed. Dat is voor de toekomst niet houdbaar. Alle betrokken partijen zijn het erover eens dat grondige hervormingen in de jeugdzorg nodig zijn om te zorgen dat kinderen en gezinnen de juiste zorg op de juiste plek en op het juiste moment krijgen. Hervormingen moeten tevens resulteren in een zorginhoudelijk, financiële en organisatorisch verbeterslag zodat het stelsel duurzaam houdbaar wordt. Binnen de jeugdhulp is de acute jeugdhulp een van de grootste zorgenkinderen.

Vanaf het najaar van 2020 nam landelijk de druk op crisisopname-afdelingen, crisisdiensten, spoedposten, poli’s en intensieve ambulante teams voor jeugd-ggz toe. Dit werd onderschreven door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd welke stelde dat reeds bestaande knelpunten in de jeugd-GGZ door de coronacrisis nog meer zichtbaar werden (IGJ, 2021) . In april 2020 maakte het Rijk 50 miljoen euro vrij om de beschikbaarheid van de acute jeugd-ggz tijdelijk te vergroten en zo de druk op de specialistische zorg te verminderen (Zorg voor de Jeugd, 2021). Het is opvallend dat nét de veranderrichtingen met betrekking tot de acute jeugdhulp zoals het vervlechten van (ortho)pedagogische hulpverlening met psychiatrische behandeling en het centraal financieren van beschikbaarheid onderbelicht blijven in de eerder genoemde brief van de staatssecretaris (IGJ, 2021; Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2022). 

In opdracht van de Nederlandse ggz, de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie en het Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie werd een verkenning uitgevoerd naar de knelpunten en oplossingen voor de acute mentale hulp voor kinderen en jongeren (Scholten et al., 2022). Deze verkenning is gebaseerd op interviews met zorgprofessionals, leidinggevenden, bestuurders en ervaringsdeskundigen werkzaam in of betrokken bij acute mentale hulp voor jeugd. Met het rapport wordt beoogd een bijdrage te leveren aan tijdige, passende en goede acute mentale hulp voor alle kinderen en jongeren binnen een veerkrachtig en lerend zorgsysteem.

De rode draad van het rapport bestaat uit knelpunten en aanbevelingen rondom de samenwerking tussen organisaties, ook wel interorganisationele samenwerking genoemd.  Een centraal aanmeldpunt voor acute jeugdhulp, integraal samenwerken in de keten en een centrale coördinatie van hulpverlening worden gezien als kansen om de acute jeugdhulp vlot te trekken. Autonomie en soevereiniteit van professionals en organisaties met bijbehorende belangen worden gezien als belemmeringen omdat ze de spreekwoordelijke hekken rondom instellingen in stand houden. 

Uit vakliteratuur is bekend dat complexe maatschappelijke thema’s zoals de inrichting van het jeugdzorgstelsel vragen om een integrale aanpak (Goedee & Entken, 2019). Vanuit een integrale aanpak wordt de vraag van de cliënt centraal gesteld. Hiërarchie, functie, afdelingen en organisaties zijn ondergeschikt aan het belang van de cliënt. Integrale samenwerking komt tot stand als meerdere juridisch onafhankelijke organisaties ten dienste van een gezamenlijk doel relaties onderhouden en activiteiten ontwikkelen (Schruijer, 2011). Volgens deze definitie zijn autonomie en soevereiniteit elementen van integrale samenwerking omdat men gebruik maakt van elkaars unieke krachten en samenwerking ontstaat vanuit een intrinsieke drive. 

In het rapport worden autonomie en soevereiniteit dus beschreven als bedreigingen voor samenwerking. Dit roept de vraag op of en in welke mate het wenselijk is om de kaders tussen instellingen/organisaties te laten vervagen. Om een antwoord te vinden op deze vraag kan de inrichting van zorgstelsels als voorbeeld dienen. Door de overheid gereguleerde, publieke zorgstelsels kunnen als voorbeeld dienen voor vervaagde kaders/schotten, in tegenstelling tot private zorgstelsels waarbij er wel degelijk kaders/schotten zijn. De zorg in de private sector blijkt uit onderzoek minder efficiënt in vergelijking met publieke instellingen, waardoor de kosten hoger zijn en perverse productieprikkels bestaan (Basu et al., 2012).

Daarnaast hebben publieke instellingen een gelijkwaardiger zorgaanbod en is er sprake van een beter gecoördineerd systeem (Herrera et al., 2014).   Aan de andere kant blijkt dat eigenaarschap (o.a. autonomie & soevereiniteit) een belangrijke factor is die de prestatie van instellingen beïnvloedt (Herrera et al., 2014). Zo kent regulatie voordelen (kostenbesparing, coördinatie, uniformiteit van zorg) maar zijn prikkels tot kwaliteit en innovatie groter bij private zorginstellingen. Het is dus de vraag wat we nastreven, óf een jeugdstelsel dat lijkt op McDonalds, met een gelijkwaardige kwaliteit en aanbod ongeacht de locatie óf instellingen die elkaar uitdagen om een Michelinester te behalen.

De primaire reden voor samenwerking is het verkrijgen en delen van middelen, zoals goederen, kennis en personeel tussen organisaties. Naast het uitwisselen van kennis kan samenwerking ook bijdragen aan de creatie van nieuwe kennis, oftewel innovatie, doordat de toegang tot het aantal middelen (mensen, financiën, technologieën) vergroot wordt (Faems et al., 2005; Hardy et al., 2003). Secundair is samenwerking belangrijk voor de invloed van een organisatie. Deze invloed is gerelateerd aan het aantal en de diversiteit van connecties binnen het netwerk. Hoe meer connecties, hoe meer invloed (Faems et al., 2005; Hardy et al., 2003).

In het rapport staat de waarde voor de cliënt centraal, maar wordt de waarde voor individuele organisaties niet belicht. Er wordt weinig tot geen rekening gehouden met de strategische posities van organisaties waarmee zij een unieke en waardevolle positie creëren om hun bestaansrecht veilig te stellen. Het gevolg zou kunnen zijn dat instellingen en professionals zich niet committeren aan de aanbevelingen in het rapport. Het niet belichten en toelichten van deze belangen is een hiaat. Hopelijk komt dit in een vervolg terug.

Concluderend vragen complexe maatschappelijke thema’s zoals de herinrichting van de acute jeugdhulp om een integrale aanpak welke gebaseerd is op samenwerking. De oplossingsrichtingen uit het rapport sluiten hierop aan. Het rapport voorziet niet in een verdere uitwerking van de oplossingsrichtingen waarbij politieke, strategische en inhoudelijke consequenties vanuit verschillende perspectieven belicht worden. De oplossingsrichtingen blijven over het algemeen abstract en onvolledig. Als vervolgstap is het aan te bevelen om commitment tussen organisaties en instellingen te creëren om intensief samen te werken. Daaropvolgend dient inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze professionals van verschillende organisaties toewerken naar gezamenlijke resultaten.

Auteurs : Anne Pelzer en Michel van den Bogaard

Drs. A.C.M Pelzer is kinder- en jeugdpsychiater bij specialistische jeugd-ggz en student MHA TIAS Business School. Drs. M.R.J. van den Bogaard is klinisch psycholoog en psychotherapeut bij specialistische jeugd-ggz.

Referenties:

Basu, S., Andrews, J., Kishore, S., Panjabi, R., & Stuckler, D. (2012). Comparative Performance of Private and Public Healthcare Systems in Low- and Middle-Income Countries: A Systematic Review. PLoS Medicine, 9(6), e1001244. https://doi.org/10.1371/journal.pmed.1001244 

Faems, D., Van Looy, B., & Debackere, K. (2005b). Interorganizational Collaboration and Innovation: Toward a Portfolio Approach*. Journal of Product Innovation Management, 22(3), 238–250. https://doi.org/10.1111/j.0737-6782.2005.00120.x 

Goedee, J., & Entken, A. (2019). Samenwerken en regisseren (2de editie). Boom Lemma. Hardy, C., Phillips, N., & Lawrence, T. B. (2003). Resources, Knowledge and Influence: The Organizational Effects of Interorganizational Collaboration*. Journal of Management Studies, 40(2), 321–347. https://doi.org/10.1111/1467-6486.00342 

Herrera, C. A., Rada, G., Kuhn-Barrientos, L., & Barrios, X. (2014). Does Ownership Matter? An Overview of Systematic Reviews of the Performance of Private For-Profit, Private Not-For-Profit and Public Healthcare Providers. PLoS ONE, 9(12), e93456. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0093456 

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. (2021). Onvoldoende tijdige en juiste hulp voor jongeren met ernstige psychische problemen. Geraadpleegd op 14 mei 2022, van https://www.igj.nl/binaries/igj/documenten/publicaties/2021/03/15/factsheet-onvoldoende-tijdige-en-juiste-hulp-voor-jongeren-met-ernstige-psychische-problemen/Factsheet+Onvoldoende+tijdige+en+juiste+hulp+voor+jongeren+met+ernstige+psychische+problemen+15-3-2021-def.pdf  

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2022, 13 mei). Kamerbrief over visie op stelsel  jeugdzorg en noodzakelijke hervormingen. Kamerstuk | Rijksoverheid.nl. Geraadpleegd op 14 mei 2022, van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/05/13/kamerbrief-hervormingen-jeugdzorg

Schruijer, S. G. L. (2011). De betekenis van interorganisationeel leiderschap. Management & Organisatie, 4, 76–90. Geraadpleegd 16 mei 2022 van https://www.managementexecutive.nl/artikel/12327/De-betekenis-van-interorganisationeel-leiderschap

Scholten, M., Weerd, S., & Wammes, A. (2022, 2 mei). Verbeter de acute mentale hulp voor jeugd: tijdig, passend en goed. Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Geraadpleegd op 14 mei 2022, van https://www.kenniscentrum-kjp.nl/nieuws/rapport-acute-mentale-hulp-jeugd/ 

Zorg voor de Jeugd. (2021). Hoe 50 miljoen euro bijdraagt om de druk op acute jeugd-ggz te verminderen. Geraadpleegd op 14 mei 2022, van https://voordejeugd.nl/nieuws/hoe-50-miljoen-euro-bijdraagt-om-de-druk-op-acute-jeugd-ggz-te-verminderen/ 

Bron: ingezonden artikel

Dit bericht is 1118 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail