Inzage in zorgdossier vraagt om zorgvuldiger rapporteren in de ggz

21 september 2026 – Cliënten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz)  hebben recht op inzage in hun  zorgdossier. Nu elektronische zorgdossiers het makkelijker maken om gegevens digitaal te bekijken, wordt ook duidelijker wat hulpverleners over cliënten vastleggen. Dat vraagt om feitelijke, begrijpelijke en goed onderbouwde rapportages.

Ggz-professionals leggen dagelijks vast hoe het met cliënten gaat, welke afspraken zijn gemaakt en welke risico’s zij signaleren. Die informatie is belangrijk voor de behandeling en de overdracht tussen hulpverleners. Maar het dossier is er ook voor de cliënt zelf.

Op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) hebben cliënten in beginsel  recht op inzage in hun dossier en op een kopie. Dat betekent dat rapportages niet alleen bruikbaar moeten zijn voor collega’s, maar ook begrijpelijk en zorgvuldig moeten zijn voor degene over wie ze gaan.

Feiten scheiden van interpretaties
Een formulering als ‘cliënt is ongemotiveerd’ kan bijvoorbeeld een oordeel bevatten zonder duidelijk te maken waarop dat is gebaseerd. Een concretere beschrijving – zoals het afzeggen van afspraken en de reden die de cliënt daarvoor geeft – maakt beter inzichtelijk wat er is gebeurd.

Dat betekent niet dat hulpverleners geen zorgen, risico’s of professionele inschattingen meer mogen vastleggen. Juist in de ggz is het van belang om relevante observaties en afwegingen goed te documenteren. Wel moet duidelijk zijn wat de hulpverlener zelf heeft waargenomen, wat de cliënt heeft verteld en welke conclusie de professional daaruit trekt.

Wat valt onder het inzagerecht?
Cliënten mogen in beginsel de gegevens inzien die deel uitmaken van hun dossier, zoals behandelplannen, rapportages en relevante correspondentie. Persoonlijke werkaantekeningen die uitsluitend bedoeld zijn voor de eigen gedachtevorming van de hulpverlener vallen daarbuiten. Ook kan informatie worden afgeschermd als inzage de privacy van een ander schaadt.

Een cliënt kan vragen om feitelijke onjuistheden te corrigeren of een eigen verklaring aan het dossier toe te voegen. Een verschil van inzicht over een professionele beoordeling betekent niet automatisch dat die beoordeling moet worden verwijderd.

Elektronisch dossier maakt informatie toegankelijker
Een elektronisch zorgdossier kan helpen om informatie gestructureerd en op een vaste plek vast te leggen. Bevoegde zorgverleners kunnen daardoor beschikken over actuele gegevens die nodig zijn voor de behandeling. Ook kan digitale inzage cliënten eenvoudiger toegang geven tot hun eigen gegevens, afhankelijk van de mogelijkheden van het gebruikte systeem.

Die toegankelijkheid kan bijdragen aan meer transparantie en betrokkenheid bij de behandeling. Cliënten kunnen teruglezen welke afspraken zijn gemaakt en controleren of hun verhaal goed is weergegeven. Tegelijkertijd maakt digitale inzage het belang van zorgvuldige verslaglegging extra zichtbaar: onduidelijke of ongenuanceerde formuleringen kunnen immers ook door de cliënt zelf worden gelezen.

Het elektronische dossier neemt de verantwoordelijkheid voor de inhoud niet over. De hulpverlener blijft verantwoordelijk voor wat er wordt vastgelegd. Een goed systeem ondersteunt dat proces, maar vervangt geen professionele afweging.

Dossier als basis voor samenwerking
Een goed zorgdossier is daarmee meer dan een administratieve verplichting. Het ondersteunt de continuïteit van zorg, helpt hulpverleners om samen te werken en geeft cliënten inzicht in hun behandeling. Zorgvuldig rapporteren begint dan ook niet op het moment dat iemand elektronische inzage in het dossier  vraagt, maar bij iedere notitie die in het dossier wordt opgenomen.

Bron: persbericht

 

Dit bericht is 273 keer gelezen.