Gedwongen hulpverlening voor jongvolwassen zorgverlaters vergt (experimentele) wetgeving

Facebooktwitterlinkedinmail

2 september 2019 – Het Nederlands recht biedt onvoldoende mogelijkheden om jongeren die zorg mijden na hun vertrek uit residentiele jeugdhulpverlening, na hun achttiende nog gedwongen hulp te verlenen. Dat concludeert Romy de Jong in het proefschrift dat ze op 3 september verdedigt aan Tilburg University. De wet- en regelgeving voor volwassenen is niet toepasbaar voor een groot deel van deze jongmeerderjarigen met transitieproblemen. Voor nieuwe regelgeving moeten we echter eerst meer weten over de probleemgroep.

Zowel op juridisch als op niet-juridisch vlak is er volgens Romy de Jong te weinig aandacht voor de zogenaamde transitiejongeren (ook wel ‘care leavers’ genoemd): jongmeerderjarige zorgverlaters ‘bij wie in verband met het onttrekken aan zorg de dringende noodzaak wordt gevoeld door hulpverleners om de zorgverlening voort te zetten na het bereiken van de meerderjarigheid en vertrek uit de residentiële jeugdhulpverlening (in bijvoorbeeld de gesloten jeugdhulp of andere vormen van specialistische jeugdhulp)’. Voortgezette gedwongen bescherming is voor deze jongeren lastig, omdat de juridische mogelijkheden vaak ontbreken. Ze zoeken meestal geen vrijwillige hulp of wijzen die af. Het jeugdbeschermingsrecht biedt voor hen bovendien onvoldoende mogelijkheden.

De Jong onderzocht deze transitieproblematiek vanuit rechtswetenschappelijk, sociaalwetenschappelijk en medisch-wetenschappelijk perspectief en concludeerde dat er nog te veel onduidelijk en onbekend is over transitiejongeren om nieuwe wetgeving op te tuigen.

Juridisch gezien zijn er geen adequate regelingen voor een voortgezette bescherming van achttienplussers op basis van ‘opvoedkundige grond’. De bescherming van transitiejongeren kan wel plaatsvinden op andere, leeftijdsongevoelige juridische grondslagen en de daarop gebaseerde wet- en regelgeving (zoals de Wet BOPZ, die per 2020 wordt vervangen door de Wet verplichte ggz en Wet zorg en dwang en de regels voor meerderjarigenbescherming), maar daarin ontbreekt de specifieke aandacht voor jongmeerderjarigen en dus ook voor transitiejongeren. Bovendien zijn de grondslagen voor gedwongen hulpverlening in die wetten zeer toegespitst en daarom niet toepasbaar voor een groot deel van de jongmeerderjarigen met problemen.

Om het probleem juridisch te kunnen aanpakken is eerst meer kennis nodig over de kenmerken en noodzakelijke behoeften van transitiejongeren. De Jong beveelt dan ook meer onderzoek aan, waaronder een goed gereguleerd experiment met diverse vormen van niet alleen verplichte residentiële, maar ook andere zorg, zoals besloten, open en ambulante oplossingen.

Romy de Jong promoveert op 3 september 2019 om 13.30 uur in de aula van Tilburg University op het proefschrift ‘Zorg(e)loze jeugd. Een multidisciplinair onderzoek naar een juridische grondslag voor de gedwongen bescherming van transitiejongeren’. Promotores: prof. mr. P. Vlaardingerbroek, prof. mr. J.B.M. Vranken.

Bron: tilburguniversity

Dit bericht is 385 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail