Hoe sport en beweging samenhangen met sociaal contact en mentaal welzijn

Facebooktwitterlinkedinmail

21 januari 2024 – Sinds 2020 daalt het aantal Nederlanders (vanaf 4 jaar) dat voldoet aan de richtlijnen voor voldoende beweging. In 2022 was het percentage dat voldeed slechts 44,3 procent. Naast fysieke voordelen dragen voldoende sport en beweging positief bij aan mentaal welzijn en het hebben van sociale contacten. Movisie ging in gesprek met expert Maarten Stiggelbout, hij houdt zich al decennialang bezig met de relatie tussen beweging en welzijn.

Stiggelbout werkte onder meer voor het voormalige Nederlands Instituut Sport en Gezondheid (later onderdeel van NOC*NSF) (NISG), de afdeling Bewegen en Gezondheid van TNO en het voormalige Gezondheidsinstituut NIGZ. En promoveerde aan het VU Medisch Centrum op het thema Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO). Tegenwoordig is Stiggelbout buurtsportcoach bij zowel het Beweegteam Woerden als het Sport Performance Centre Rijnmond in Rotterdam.

Campagnevoeren helpt
Zowel de overheid als verschillende organisaties hebben zich de afgelopen jaren ingezet om bewustzijn te creëren rond het belang van een gezonde leefstijl en voldoende beweging. Stiggelbout blikt enthousiast terug op campagnes die zijn gevoerd. Zo liep de campagne Nederland in Beweging van 1995 tot 2003 (vanuit NOC*NSF), welke tussen 2003-2006 doorliep in de FLASH! campagne (vanuit Nederlands Instituut Sport & Bewegen). In deze periode ontstond het advies voor minimaal dertig minuten beweging per dag en werd het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen gelanceerd (2008). ‘Rond 1995 was nog meer dan de helft van de bevolking te weinig actief, terwijl in 2012 uit de gegevens van Ongevallen en Bewegen in Nederland naar voren kwam dat 68 procent van de volwassenen voldeed aan de beweegrichtlijnen.’ Helaas zitten we volgens Stiggelbout inmiddels weer op 45 procent, wat volgens hem mede verband houdt met het beëindigen van de campagnes.

Stapjefitter is meedoen, participeren, sport, beweging, voeding en werk. Alles zit erin.

Bewegen op Recept én Welzijn op Recept
Stiggelbout is actief in Woerden, één van de vele gemeenten waar een lokaal sportakkoord bestaat. Daarin zijn negentien partijen bij elkaar gebracht die samen optrekken om inwoners te stimuleren meer te bewegen. Een goede samenwerking tussen de domeinen welzijn, bewegen en zorg is cruciaal, aldus Stiggelbout. ‘In Woerden heb ik contact met alle negen huisartsenpraktijken, met name met de praktijkondersteuners. Ook sluit ik twee keer per jaar aan bij de gezamenlijke netwerkbijeenkomsten van de praktijkondersteuners. Daarnaast heb ik contact met de fysiotherapeuten en de welzijnsconsulenten.’ Als buurtsportcoach staat Stiggelbout al van oudsher in verbinding met welzijnsconsulenten, aangezien het Beweegteam Woerden is ontstaan als onderdeel van Welzijn Woerden. Er zijn korte lijnen en men raadpleegt elkaar over en weer.

Zo vertelt Stiggelbout dat hij via de welzijnsconsulenten in contact komt met inwoners die zich eenzaam voelen en willen aansluiten bij een wandelgroep. Hij loopt dan de eerste keren mee en brengt nieuwe deelnemers in contact met de andere wandelaars. Dit geldt ook voor de huisartsenpraktijken, die doorverwijzen naar het Beweegteam Woerden. Vervolgens gaat er een medewerker op thuisbezoek en ondersteunt de inwoner bij de stap naar deelname aan beweegactiviteiten. Dat komt niet alleen neer op het principe van Bewegen op Recept (waarbij zorgprofessionals iemand doorverwijzen naar de sport- en beweegsector), maar volgens Stiggelbout ook op Welzijn op Recept. ‘We zetten ons in vanuit sport en bewegen, maar de rode draad is dat door bewegen mensen sociale contacten krijgen en onder andere eenzaamheid wordt tegengegaan. Er zijn app-groepen, als iemand ziek is komen de mensen op bezoek en ook in coronatijd waren er veel contacten en beweegactiviteiten op afstand.”

Programma Stapjefitter
Een ander voorbeeld van lokaal integraal samenwerken is het programma Stapjefitter, in Woerden ontwikkeld door Beweegteam Woerden. Dit programma richt zich specifiek op inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen en een ongezonde leefstijl hebben. In groepsverband gaan zij aan de slag met leefstijl en actieve deelname aan de samenleving, waarbij het doorbreken van sociaal isolement en het versterken van het sociaal netwerk belangrijke aandachtspunten zijn. De kracht van het programma is dat verschillende organisaties die bijdragen aan re-integratie samen optrekken. Zo zijn de welzijnsorganisatie en een lokale sportvereniging betrokken, evenals de lokale sociale werkvoorziening, een taalaanbieder en fysiotherapeuten. Het programma is eveneens in te zetten in andere gemeenten, waarbij het team van Stiggelbout zorgt voor de overdracht en het daarna wordt uitgevoerd door lokale krachten. ‘Stapjefitter is meedoen, participeren, sport, beweging, voeding en werk. Alles zit erin. Het voldoet daarmee op alle vlakken aan Positieve Gezondheid (model van Machteld Huber).’

Minder tijdelijke projecten
Een goede samenwerking tussen organisaties rond sport, beweging en leefstijl is wenselijk, maar niet vanzelfsprekend. Op landelijk niveau is Stiggelbout kritisch op de mogelijkheden voor domeinoverstijgende samenwerking. ‘Iedereen heeft z’n eigen eilandje met een eigen bestuur en eigen directeur.’ Hij stelt dat het cruciaal is om de schotten tussen afdelingen en domeinen te beperken en méér integraal met elkaar op te trekken. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld wethouders die aansluiten bij bijeenkomsten, maar nog te vaak apart van elkaar. Ook pleit Stiggelbout ervoor om meer uit te gaan van wat er lokaal al is, wat goed werkt en jarenlang door kan draaien. Volgens hem wordt er te veel gedacht vanuit tijdelijke projecten en subsidies en wordt telkens geld gestopt in onderzoek om te bewijzen dat iets werkt. ‘Alle bouwstenen zijn er, laat betrokkenen samen inventariseren hoe je het duurzaam kunt implementeren.’

Het is voor kwetsbare ouderen, het gaat over bewegen en gezondheid, over tegengaan van eenzaamheid en het is in de buitenruimte

GALA en de rol van de gemeente
Inmiddels lopen landelijk het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Integraal Zorgakkoord (IZA). Stiggelbout is te spreken over de aandachtsgebieden die in het GALA worden genoemd, waaronder de aanpak van overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen, valpreventie voor ouderen en Welzijn op Recept. Volgens Stiggelbout sluiten deze goed aan bij de huidige tijd. Zo bewegen jongeren minder door onder andere de digitalisering en wordt valpreventie belangrijker door de toenemende vergrijzing.

Hoe interventies lokaal van de grond komen, valt of staat met wie er verantwoordelijk voor wordt gesteld en hoe het vervolgens wordt aangepakt, aldus Stiggelbout. ‘Je kan nog zo’n Gezonde School hebben, maar als je om de hoek een snackbar hebt, dan heeft de interventie veel minder zin.’ In de regulering hiervan is volgens Stiggelbout een rol voor de gemeente weggelegd. Dat geldt eveneens voor onder meer het faciliteren van een stevig netwerk van buurtsport- en welzijnscoaches, mogelijkheden voor gereduceerde sporttarieven, de organisatie van de fysieke leefomgeving en zorg dragen voor voldoende fiets- en wandelpaden.

Een cruciale factor voor succes is volgens Stiggelbout het inzetten van een persoon met een verbindende rol, die de eerste keer meegaat en het lokale aanbod kent.

Van wandel- naar cultuurgroep
Aan dit laatste is in Woerden begin november extra gehoor gegeven toen op landgoed Bredius een nieuwe wandelroute voor (kwetsbare) ouderen werd geopend. De route bestaat uit tien borden met oefeningen en deelnemers worden begeleid door vrijwilligers. Stiggelbout: ‘Het is voor kwetsbare ouderen, het gaat over bewegen en gezondheid, over tegengaan van eenzaamheid en het is in de buitenruimte. Er zit dus van alles in.’ Dat een duidelijk afgebakende activiteit stimulering op verschillende levensgebieden teweegbrengt, illustreert Stiggelbout met het voorbeeld bridgen. Deze denksport wordt, evenals andere denksporten, sinds 2022 niet langer als ‘sport’ beoordeeld en daarom belast tegen het algemene btw-tarief. Dit heeft gevolgen voor verenigingen die deze denksporten aanbieden. Stiggelbout vindt het geen wenselijke ontwikkeling, aangezien een activiteit als bridgen veel positieve welzijnsaspecten meebrengt. ‘Mensen worden gestimuleerd om met de fiets of lopend te komen, het haalt hen uit de eenzaamheid, het is goed voor de hersenen en het samenkomen breidt zich uit naar andere dingen samen doen.’

Sociaal contact door wandelen
Van deelnemers aan de wandelgroepen krijgt Stiggelbout terug dat het leidt tot meer sociale contacten en verbreding van de eigen leefomgeving. Ook wordt een beroep gedaan op de eigen regie, aangezien het zelfstandige groepen betreft. Stiggelbout loopt de eerste keren mee en neemt daarna wat afstand. Dan is er in principe een contactpersoon die de lead neemt. Wel loopt hij opnieuw mee wanneer nieuwe deelnemers worden geïntroduceerd, om het vervolgens weer over te dragen. Het valt op dat deelnemers naast wandelen zelf initiatief nemen om andere activiteiten te ondernemen. ‘Zo hebben we een wandelgroep waarin iemand voorstelde ook iets cultureels te gaan doen. Er waren meteen vijf mensen die zich hebben aangemeld, wat nu een nieuwe cultuurgroep is geworden. Ze hebben een appgroep en gaan eens per maand naar een museum toe.’ Ook de andere app-groepen worden actief gebruikt en er worden regelmatig voorstellen gedaan.

Met nieuwkomers naar sportverenigingen
Bovenstaande groepen betreffen ouderen die zich niet zelden eenzaam voelen. Stiggelbout benadrukt echter dat allerlei doelgroepen baat kunnen hebben bij het ondersteunen en stimuleren om meer te bewegen. Zo zet hij zich ook in voor nieuwkomers. ‘Ik ga met statushouders mee naar allerlei sportverenigingen waar ze gratis een aantal keren mee kunnen doen, waarna ze lid kunnen worden. De badmintonvereniging bood zelfs drie maanden gratis meedoen aan.’ Een cruciale factor voor succes is volgens Stiggelbout het inzetten van een persoon met een verbindende rol, die de eerste keer meegaat en het lokale aanbod kent.

Inwoners bereiken
Inzet om deelname aan bewegingsaanbod lokaal te stimuleren, vraagt om het bereiken van zo veel mogelijk inwoners, met name mensen in een kwetsbare positie. Veel contacten worden gelegd via praktijkondersteuners van de huisartsen en via welzijnsconsulenten. Ook zijn in Woerden ansichtkaarten met daarop foto’s van 27 activiteiten gericht op bewegen voor ouderen in omloop. Ouderen die al actief deelnemen aan (één van) de activiteiten krijgen jaarlijks kaarten om uit te delen aan hun netwerk en ze uit te nodigen hun sport of activiteit eens mee te ‘proeven’. ‘Mond-tot-mond reclame werkt toch het beste. Iemand kan dan gratis twee keer meedoen en mensen die enthousiast zijn blijven vaak wel lid.’ De interventie met de kaarten werkt goed en zou wat Stiggelbout betreft landelijk breder ingezet kunnen worden. In 2008 onderzocht hij in samenwerking met het voormalig Nederlands Instituut Sport en Bewegen dit concept, waaruit destijds bleek dat één op de drie kaarten nieuwe (actieve) deelnemers opleverde.

De gezonde dag
Tenslotte, wat zijn de belangrijkste ingrediënten van een gezonde dag? Stiggelbout:  ‘Naast voldoende slapen, bewegen en gezonde voeding staat bij mij het dagelijks stellen van een doel bovenaan.’ Dat hoeft geen groot doel te zijn, maar vooral iets dat haalbaar is. ‘Mijn doel is om elke dag met minimaal één persoon waar ik positieve inspiratie uit haal en vice versa contact te hebben.’ Het gesprek met Stiggelbout maakt duidelijk hoe sterk leefstijl, bewegen, sociale contacten én mentaal en fysiek welzijn met elkaar verbonden zijn. Deze domeinen kunnen nooit los van elkaar worden gezien en vragen dan ook om stevige integrale samenwerking.

Meer informatie: 

Bron: movisie.nl

Dit bericht is 1256 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail