Bewustwording relatie met cliënt – ‘je bent als hulpverlener je eigen instrument’

Facebooktwitterlinkedinmail

30 oktober 2022 – In een hulpverleningsrelatie is sprake van machtsongelijkheid tussen de hulpverlener en de cliënt. Niet iedere hulpverlener is zich daarvan bewust. Jessy Berkvens en Bertine Rosink coachen en begeleiden professionals meer en diepgaander te reflecteren op die samenwerking en interactie.

Aan het begin van het interview passeert Johan Cruyff de revue. Jessy Berkvens vertelt dat ze onlangs naar de musical is geweest over diens leven. ‘Daarin zegt hij: “Het is zo moeilijk om dingen makkelijk te maken”. Toen dacht ik: dat is precies wat wij ook proberen.’

Jessy en Bertine werken als koppel veel samen. Die samenwerking had vroeger een andere dimensie, want ooit was Jessy de hulpverlener van Bertine. Bertine belandde zo’n 25 jaar geleden in de psychiatrie. (‘En daar heb ik veel machtsongelijkheid ervaren tussen cliënt en hulpverlener’). De cliëntervaring van Bertine en de hulpverlenerservaring van Jessy zijn een belangrijke basis in hun samenwerking.

Over Jessy Berkvens en Bertine Rosink
Jessy Berkvens werkt voor Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) als onderzoeker en projectleider bij het lectoraat Onbegrepen gedrag Zorg en Samenleving. Daarnaast is ze zzp’er. Het thema waar ze zich veel mee bezighoudt is hoe je de hulpverlening van en begeleiding aan mensen die in een psychisch kwetsbare situatie verkeren, verbetert.

Bertine Rosink is zzp’er en is de oprichtster van de sociale onderneming Birdie Flies. Ze geeft trauma informed yoga aan mensen met psychische klachten. Samen met Jessy geeft Bertine, als ervaringsmentor coaching en begeleiding aan sociaal werkers en andere professionals.

Een rode draad in hun werk: hoe kun je de professional inspireren beter in contact te staan met zichzelf en daarmee ook de ander, zoals de cliënt. Daarbij hanteren ze vaak creatieve en van de standaard afwijkende werkvormen. Zie: www.reflectiefsamenwerken.nl.

Zijn hulpverleners zich te weinig bewust van de machtsongelijkheid in de relatie met hun cliënt?
Bertine: ‘Ik ben geneigd om ja te zeggen alhoewel ik natuurlijk niet precies weet waar iemands bewustzijn zit. Maar dat machtsongelijkheid besproken wordt, expliciet wordt gemaakt, heb ik eigenlijk niet of nauwelijks meegemaakt.

Jessy: ‘Ik ben zelf jaren hulpverlener geweest en nog af en toe. Mijn indruk is dat het besef van macht bij een hulpverlener, op het moment dat deze over de drempel stapt bij een cliënt er onvoldoende is. Behalve bij professionals die in nauw contact staan of hebben gestaan met mensen die kampen met problemen in eigen kring. Bijvoorbeeld als mantelzorger. Die ervaring aan de andere kant van de tafel maakt verschil voor het bewustzijn over machtsongelijkheid. Over hoe afhankelijk je eigenlijk bent als cliënt.’

‘Van mens tot mens op basis van gelijkheid samenwerken is mooi, maar wees je bewust van de rolverschillen’

Jessy en Bertine merken allebei dat in de inspiratiebijeenkomsten die ze organiseren voor professionals ‘wel vaak de kwartjes vallen’. Jessy stelt dat de intentie er vaak wel is bij hulpverleners om op basis van gelijkheid de samenwerking aan te gaan. ‘Maar je moet een onderscheid maken tussen de rol die je beiden hebt, want die is per definitie ongelijk. Dat je van mens tot mens op basis van gelijkheid kunt samenwerken is mooi, maar wees je bewust van die rolverschillen en maak die expliciet.’

Beiden merken in hun sessies bij de oefeningen die ze doen, samen met de deelnemers hoe die machtsongelijkheid direct zichtbaar wordt in relaties tussen cliënt en hulpverlener. Jessy: De hulpverleners komt in het huis van de cliënt met de beste intenties. Maar het gesprek spitst zich meteen toe op: “ik kom hier en jij gaat vertellen wat er bij jou leeft”. Een hulpverlener heeft per definitie niet geleerd om zichzelf te laten zien.’ Dat een hulpverlener zich in die situatie en door die disbalans in de relatie ongemakkelijk kan voelen komt niet ter sprake, stelt Jessy.

Jessy Berkvens

Zou je dat als hulpverlener wél moeten doen is dan de vraag… Zeggen dat je ongemakkelijk voelt in de situatie. Het gaat dan om metacommunicatie…
Jessy: ‘Ik begon dit gesprek met de uitspraak van Cruyff en de vraag hoe maak je dingen eenvoudig. Dít is exact de kern van waar wij ons mee bezighouden en wat we doen. Steeds de hulpverlener bevragen op: wat gebeurt er in je hoofd, wat gebeurt er in je lijf, hoe kun je voelen, hoe kun je dat verkennen en hoe kun je dat verbinden met het gesprek dat je voert?’ Beiden benadrukken dat er niet een simpele regel is dat hulpverleners per definitie in gesprek met een cliënt machtsongelijkheid moeten expliciteren. Dat hangt van de situatie af, het gesprek en het contact. Bertine: ‘Je moet afwegen of dat in het contact helpend en dienend is.’ Maar de bewustwording erover en hoe je je voelt is wel het fundament, benadrukken ze.

Jessy brengt een voorbeeld in van een hulpverlener die met een cliënt en diens gezin in een situatie belandde waarin de samenwerking spaak liep. Vervolgens werd door de manager van de organisatie een interventie gepleegd waardoor de relatie verslechterde, alles nog verder escaleerde. ‘Het punt was dat de interventie vanuit macht en controle werd gepleegd. En dat maakte dat het uit de hand liep.’

Maar hulpverleners opereren door hun rol toch in die machtscontext? Ze vertegenwoordigen hun organisatie, ook in cliëntcontact. Wat kunnen ze dan het beste doen?

Jessy: ‘Als het je lukt om jezelf te laten zien, eerlijke en authentieke vragen te stellen in het gezin, dan zou dat je ook moeten lukken met je manager. Je kunt het verschil maken door op dezelfde manier met elkaar in contact te gaan.’ Bertine: Als cliënt voelde ik het als er gedoe was in een organisatie. Op die momenten vond ik het dan prettig wanneer een hulpverlener open was over de spagaat waar hij in zat – klem tussen organisatie en cliënt. Als dat uitgesproken werd door de hulpverlener kon ik begrip opbrengen voor de situatie waar hij inzat. Maar of dat voor andere cliënten ook zo werkt, is de vraag. Ook hier geldt: een hulpverlener moet afwegen of het benoemen van die spagaat helpend is in het contact met de cliënt.’

‘Als hulpverlener is in elk geval van belang om te ontdekken wat aan het gedrag van de cliënt ten grondslag ligt’
Bertine Rosink

Een cliënt kan ook macht uitoefenen, stelt Jessy. Bijvoorbeeld door de deur niet te openen voor de hulpverlener. ‘Het is macht die zich vaak ook impliciet manifesteert.’ ‘En die voort kan vloeien uit onmacht’, vult Bertine aan. ‘Per definitie verkeert de cliënt in een kwetsbare positie. Je hebt niet altijd de woorden om duidelijk te maken dat iets je dwars zit en daardoor ga je het soms op andere manieren duidelijk maken.’ Die onmacht kan op verschillende manieren aan de oppervlakte komen. Een cliënt kan bijvoorbeeld gedrag vertonen dat door de hulpverlening als moeilijk wordt bestempeld. Moeilijk gedrag kan door elke hulpverlener anders gezien wordt. De ene vindt iets moeilijk wat een ander helemaal niet zo moeilijk vindt. Onder meer Bauke Koekkoek, lector aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen heeft zich daarin verdiept. Bertine: ‘Als hulpverlener is in elk geval van belang om te ontdekken wat aan het gedrag van de cliënt ten grondslag ligt. De dynamiek en de interactie tussen jou en je cliënt kunnen bijvoorbeeld niet “lekker” lopen. Wat is jouw aandeel in de dynamiek daarbij? Als je iemand een lastig persoon vindt, wat is het dan dat jij lastig vindt? Je bent als hulpverlener je eigen instrument.’

In hun begeleiding draait het om contact maken. Jessy en Bertine willen tegelijkertijd de indruk wegnemen dat dit methodisch te werk gaan in de weg staat. Bertine: ‘We bieden methodische handvatten. In de samenwerking is er altijd een wisselwerking tussen het contact én doelmatig samenwerken. Met als doel de gesprekken en de hulpverlening structureel gelijkwaardiger te maken. Gesprekken kennen een vaste structuur met een opbouw en een afbouw. Een van de onderdelen hierin is dat je band bespreekt die je met elkaar hebt.’

Aan het einde van het gesprek duikt Cruyff weer even op. Het is zo moeilijk om dingen makkelijk te maken. Volgens Jessy baart oefening kunst. ‘Als je hier meer bedreven in raakt wordt heel gemakkelijk. Als je het gaat doen en heel vaak gaat doen. Dan raak je je steeds meer bewust van de interacties die helpend zijn en die niet helpend zijn. En krijg je genadeloos bij jezelf door wat schijninteracties zijn en wat schijnsamenwerking is.’

Bron: movisie.nl

Dit bericht is 386 keer gelezen.

Facebooktwitterlinkedinmail