25 juni 2026 – Op 13 mei 2026 promoveerde Eline Eigenhuis aan de Vrije Universiteit Amsterdam op haar proefschrift “Improving accessibility and outcome of treatment for depression and anxiety”. In vijf deelstudies onderzocht ze waarom zoveel mensen met angst en depressie de weg naar hulp niet vinden — en wat er nodig is om de behandeling te verbeteren voor wie die weg wel vindt, zo meldt het Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang en Depressie.
Het probleem: hulpverlening bereikt lang niet iedereen
Naar schatting krijgt één op de vier mensen ooit in het leven te maken met een angst- of depressiestoornis. De impact op het dagelijks leven is groot. Toch zoekt meer dan de helft van de mensen met deze klachten het eerste jaar geen hulp. Van die groep blijft 61% ook de drie jaren daarna zonder behandeling.
Hoe lang mensen wachten voordat ze hulp zoeken, is opvallend. Wereldwijd lopen die vertragingen bij angststoornissen op tot soms wel dertig jaar. Bij depressie kan dat oplopen tot veertien jaar. Bij jongeren is het beeld extra zorgwekkend: slechts 15 tot 36% van de jongeren met een depressie ontvangt daadwerkelijk behandeling.
Maar ook wie wél in behandeling komt, herstelt lang niet altijd. Van de mensen die cognitieve gedragstherapie (CGT) of medicatie volgen, bereikt minder dan de helft volledig herstel. Na negen jaar bleek uit de NESDA-studie — de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst — dat slechts een derde van de mensen met depressie duurzaam hersteld was. Bij mensen met zowel angst als depressie lag dat nog lager: één op de tien.
Eigenhuis vroeg zich af wat nodig is om dit te verbeteren. Enerzijds door meer mensen eerder te bereiken. Anderzijds door de behandeling beter te laten aansluiten bij wie al in zorg is.
Waarom zoeken jongeren geen hulp?
In haar eerste studie sprak Eigenhuis met 32 jongeren tussen de 16 en 24 jaar met depressieve klachten. Via uitgebreide interviews bracht ze in kaart wat hen weerhoudt om hulp te zoeken — en wat hen juist helpt die stap wél te zetten.
Vijf thema’s kwamen naar voren: het eigen functioneren, kennis over psychische gezondheid, de houding tegenover behandeling, de sociale omgeving, en de toegankelijkheid van zorg.
Veel jongeren herkenden hun klachten aanvankelijk niet als depressie. Ze schreven het toe aan puberteit of stress. Ook schaamte speelde een grote rol — het idee dat psychische klachten een teken van zwakte zijn. Jongeren met een niet-westerse achtergrond noemden daar nog extra drempels bij, zoals de opvatting dat problemen binnen de familie horen te blijven.
Scholen bleken een cruciale schakel. Leraren en mentoren die iets opmerkten — een verandering in stemming, meer afwezigheid, somber creatief werk — konden het verschil maken. Directe toegang tot zorg hielp ook: wie zelf moest bellen en de stap volledig zelf moest zetten, haakte vaker af. Een schoolpsycholoog op locatie of een actieve opvolging door de huisarts verlaagde die drempel.
Maakt het uit of een patiënt zelf mag kiezen?
Sommige mensen hebben een voorkeur voor therapie, anderen voor medicatie. Maar krijgen mensen ook echt de behandeling die ze willen? En maakt dat uit voor hoe goed ze herstellen?
Eigenhuis deed een meta-analyse — een samenvoeging van bestaand onderzoek — op basis van 26 studies met in totaal 3.670 deelnemers. De conclusie was genuanceerd. Mensen die hun voorkeur konden volgen, herstelden niet sneller dan anderen. Maar ze waren wel tevredener over hun behandeling en hielden er beter aan vast. Dat laatste is belangrijk, omdat veel mensen voortijdig stoppen: bij CGT voor angststoornissen is dat bijna één op de vijf, bij depressie meer dan één op de drie.
Invloed van persoonlijkheidskenmerken op depressie
Sommige mensen hebben persoonlijkheidskenmerken die samenhangen met borderline — zoals moeite met het reguleren van emoties of een sterk wisselend zelfbeeld — maar niet genoeg om van een volledige borderline-persoonlijkheidsstoornis te spreken. Eigenhuis onderzocht of die kenmerken toch invloed hebben op het ontstaan van depressie.
Ze analyseerde gegevens van 4.618 mensen uit de NEMESIS-2-studie, een grote bevolkingsstudie, gevolgd over drie jaar. De uitkomsten zijn duidelijk: mensen met één of twee van die kenmerken hadden meer dan twee keer zoveel kans om depressief te worden. Bij drie of vier kenmerken was de kans meer dan vier keer zo groot. Het sterkste effect trad op bij terugval.
Nieuwe aanpakken voor mensen die niet goed reageren op behandeling
Tot slot onderzocht Eigenhuis twee behandelingen voor mensen bij wie CGT of medicatie onvoldoende heeft geholpen.
Memory Specificity Training (MeST) gaat over het ophalen van herinneringen. Mensen met een depressie denken bij de vraag ‘noem een moment dat je je gelukkig voelde’ vaak aan iets vaags, zoals ‘vroeger’ of ‘met vrienden’, in plaats van aan een concreet moment. MeST traint het vermogen om wél zulke specifieke herinneringen op te halen, via groepsoefeningen en psycho-educatie. In het onderzoek kregen 26 patiënten de training aangeboden in de wachttijd vóór het starten van psychotherapie. De training bleek goed uitvoerbaar. Deelnemers haalden daarna beter specifieke herinneringen op én hadden minder depressieve klachten. Bij een meting drie maanden later was dat effect er nog steeds.
Groepschematherapie richt zich op ingesleten patronen in denken en gedrag die vaak al vroeg in het leven zijn ontstaan — patronen die kunnen bijdragen aan aanhoudende klachten. In een pilotstudie volgden 79 patiënten met angst, depressie, OCD of somatische klachten een traject van maximaal 36 weken, bestaande uit een algemene introductiegroep en daarna een groep afgestemd op hun specifieke klachten. De uitval was beperkt en de tevredenheid hoog. Deelnemers rapporteerden minder angst- en depressieve klachten, en konden beter functioneren in het dagelijks leven.
Wat betekent dit voor patiënten en naasten?
Dit onderzoek laat zien dat de stap naar hulp voor veel mensen — zeker jongeren — helemaal niet vanzelfsprekend is. Schaamte, onbekendheid met de klachten en een te lange weg naar zorg spelen allemaal een rol.
De bevindingen over persoonlijkheidskenmerken zijn ook voor mensen zelf herkenbaar: wie worstelt met emoties of een wisselend zelfgevoel, heeft mogelijk meer risico op depressie — ook als dat niet tot een officiële diagnose leidt. Het loont om daar aandacht aan te besteden, ook in de behandeling.
Wat betekent dit voor behandelaars?
Patiënten betrekken bij de keuze voor een behandeling leidt misschien niet altijd tot sneller herstel, maar wél tot meer tevredenheid en betere therapietrouw. Juist omdat angst en depressie zo vaak terugkeren, is dat waardevol: iemand die tevreden was over de behandeling, keert sneller en gemotiveerder terug als dat nodig is.
Persoonlijkheidskenmerken verdienen meer aandacht in de diagnostiek — ook als iemand niet voldoet aan de volledige criteria van een persoonlijkheidsstoornis. En voor patiënten die niet goed reageren op de gangbare behandelingen, bieden MeST en groepschematherapie veelbelovende mogelijkheden.
Wat is er nog nodig?
Vroeg ingrijpen loont. Interventies die bij kinderen en jongvolwassenen gericht zijn op zelfvertrouwen, omgaan met emoties en het vormen van gezonde gehechtheid, kunnen het risico op angst en depressie later verlagen. Campagnes op school, universiteit en werk kunnen bovendien de kennis over psychische gezondheid vergroten en stigma verminderen.
Voor MeST en groepschematherapie zijn grotere studies nodig om zeker te weten dat de effecten ook echt door deze behandelingen komen — de onderzoeken in dit proefschrift waren verkennend. Gedeelde besluitvorming — waarbij patiënt en behandelaar samen de koers bepalen — verdient een vaste plek in de behandeling van angst en depressie.
Over Eline Eigenhuis
Eline Eigenhuis werkt als onderzoeker bij GGZ inGeest en de afdeling Psychiatrie van Amsterdam UMC, locatie Vrije Universiteit, binnen het Amsterdam Public Health-programma. Haar promotieonderzoek werd begeleid door prof. dr. P.C. van Oppen en prof. dr. N.M. Batelaan (promotoren) en dr. R.E. Boeschoten en dr. A.D.T. Muntingh (copromotoren).
Improving accessibility and outcome of treatment for depression and anxiety
Eline Eigenhuis
Bron: nedkad.nl
Dit bericht is 3 keer gelezen.