4 mei 2026 – Hoewel het de laatste jaren steeds duidelijker is geworden dat het immuunsysteem een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van angststoornissen, is er nog veel onduidelijk over hoe dit precies werkt. Vaak worden er proefdieren gebruikt om daar een beter beeld van te krijgen. De onlangs gepromoveerde Elise Heesbeen wilde het anders doen: ze gebruikte alternatieve onderzoeksmethoden om nieuwe inzichten te vergaren. Zo ontdekte ze dat de plasticiteit van de hersenen, het vermogen van de hersenen om nieuwe verbindingen te maken of bestaande verbinding sterker of zwakker te maken, een centrale rol speelt.
Angststoornissen, waarbij mensen disproportioneel angstig reageren op bepaalde situaties, zijn wereldwijd een van de meest voorkomende mentale aandoeningen. Volgens het WHO heeft op dit moment ongeveer 4,4 procent van de wereldbevolking een angststoornis.
Door beter te begrijpen hoe het immuunsysteem, stress en angst met elkaar samenhangen, hoopt Heesbeen zicht te krijgen op nieuwe manieren om angststoornissen te behandelen. “Eerdere studies laten zien dat mensen een hogere kans hebben op het ontstaan van een angststoornis wanneer hun immuunsysteem is geactiveerd, bijvoorbeeld door een ontsteking of een allergie,” vertelt Heesbeen. “Uit dierproeven blijkt dat ook stress de kans op angststoornissen vergroot.”
SSRI’s
Op het moment zijn SSRI’s de eerste keuze voor de behandeling van angststoornissen. Deze medicijnen verhogen de concentraties van serotonine in het lichaam. Serotonine is een neurotransmitter, een stof die zorgt voor de overdracht van signalen tussen zenuwcellen.
Als je hersenen meer of minder plastisch worden, kan dat ervoor zorgen dat je een bepaalde angst makkelijker aanleert of juist minder makkelijk afleert. Dr. Elise Heesbeen
Hoewel SSRI’s bij veel patiënten goed werken, werken ze niet voor iedereen. “Het is bovendien nog onduidelijk hoe ze precies werken, en of dat mogelijk via het immuunsysteem gaat,” geeft Heesbeen aan. “Ook geven ze vaak bijwerkingen, zoals slapeloosheid, misselijkheid en seksuele stoornissen zoals een verminderd libido.”
Literatuurstudie
Daarom deed Heesbeen een systematische literatuurstudie om inzicht te krijgen in de werking van SSRI’s. Daarbij combineerde ze de resultaten van een groot aantal gepubliceerde studies, gedaan bij proefdieren, om ze opnieuw statistisch te analyseren.
“De literatuurstudie laat zien dat SSRI’s werken bij zowel aangeleerde angsten als bij aangeboren angsten,” vertelt Heesbeen. “Dat komt waarschijnlijk doordat SSRI’s eigenlijk alle emoties afvlakken, waaronder ook angst. Maar zo’n algehele afvlakking van emoties kun je ook als een ongewenste bijwerking zien.”
Visualisatie
Heesbeen gebruikte vervolgens de adverse outcome pathway-methode om in beeld te krijgen op welke manieren het immuunsysteem het ontstaan van aangeleerde angststoornissen kunnen beïnvloeden. “Met deze methode maak je een visueel overzicht van alle processen die leiden tot een adverse outcome, een negatieve uitkomst. Door dat te doen zie je wat we al weten, maar ook juist waar nog kennis ontbreekt.”
Hersenplasticiteit
Heesbeen bracht zo onder andere in kaart hoe de activatie van een eiwit dat betrokken is bij ontstekingen kan leiden tot aangeleerde angst. Heesbeen: “Wanneer het immuunsysteem geactiveerd wordt, leidt dit tot een verandering in de hersenplasticiteit. Als je hersenen meer of minder plastisch worden, kan dat ervoor zorgen dat je een bepaalde angst makkelijker aanleert of juist minder makkelijk afleert.”
Heesbeen deed ook een adverse outcome pathway-analyse over stress en zag iets soortgelijks. “Als je stress hebt, stijgen de concentraties van cortisol, het stresshormoon. Uit mijn onderzoek blijkt dat ook cortisol de kans op angst vergroot doordat het de hersenplasticiteit beïnvloedt.”
Volgens Heesbeen kan dit in ieder geval deels verklaren waarom sommige mensen wel een angststoornis ontwikkelen door een bepaalde traumatische gebeurtenis, en anderen niet. “Als je al een overactief immuunsysteem hebt, bijvoorbeeld door een allergie, of veel stress ervaart op het moment dat er iets gebeurt, zou dit de kans dat zo’n gebeurtenis tot een angststoornis leidt kunnen vergroten.”
Glucocorticoïdgebruik
Ten slotte besloot Heesbeen om te kijken wat er gebeurt als mensen een medicijn nemen dat het immuunsysteem onderdrukt. “Mensen met gewrichtsreuma krijgen vaak ontstekingsremmende medicijnen. Ons vermoeden was dat gebruikers van deze medicijnen minder vaak een angststoornis zouden ontwikkelen. Maar het tegenovergestelde bleek waar.”
Ik zou graag zien dat onderzoekers vaker stilstaan bij hoe ze een bepaalde vraag zo verantwoord mogelijk kunnen beantwoorden.Dr. Elise Heesbeen
Heesbeen heeft daar ook een verklaring voor. “De medicijnen waar we naar keken, glucocorticoïden, lijken erg op het lichaamseigen cortisol. Dat zou kunnen verklaren waarom we zien dat mensen die ze gebruiken juist vaker SSRI’s voorgeschreven krijgen. Dit is ook in lijn met de resultaten van mijn adverse outcome pathway-analyse waaruit blijkt dat verhoogde cortisolniveaus de kans op angst kunnen vergroten. Misschien zien we andere patronen bij geneesmiddelen die het immuunsysteem op een andere manier onderdrukken.”
Alternatieve behandelingen
Heesbeens inzichten laten zien dat er potentie zit in behandelingen die zich richten op de hersenplasticiteit. “Er zijn al verschillende experimentele behandelingen om die plasticiteit te beïnvloeden. Zo heb je transcraniële magnetische stimulatie, waarbij magnetische velden gebruikt worden om hersengebieden te stimuleren. Psychedelica hebben ook effect op de hersenplasticiteit. Deze worden soms al gebruikt bij posttraumatische stressstoornis, maar zouden misschien breder ingezet kunnen worden.”
Duurzaam en verantwoord
Heesbeen laat met haar werk zien dat het mogelijk is nieuwe inzichten op te doen zonder nieuwe dierproeven te doen. “Ik merk dat andere mensen zien wat we doen en daar ook geïnteresseerd in zijn. En als iemand op je afdeling de ervaring al heeft, dan is de drempel al een stuk lager om zelf te starten.”
De kersverse doctor heeft een brede visie op duurzaamheid binnen het onderzoek. Zo is ze een van de aanjagers van het Green Team van het Departement Farmaceutische Wetenschappen, dat succesvol werkt aan het verduurzamen van het onderzoek en onderwijs daar. Maar ook buiten het eigen departement ziet Heesbeen dat er nog veel te winnen valt.
“Mensen gaan vaak door met bepaalde onderzoekslijnen, omdat dat nou eenmaal is hoe ze gewend zijn het te doen,” vertelt ze. “Ik zou graag zien dat onderzoekers vaker stilstaan bij hoe ze een bepaalde vraag zo verantwoord mogelijk kunnen beantwoorden. Daarnaast houden mensen het vaak voor zich als een bepaalde methode of experiment niet werkt, waardoor dingen onnodig worden herhaald. Het zou goed zijn als ook deze “negatieve” resultaten gedeeld worden.”
Bron: uu.nl
Dit bericht is 2 keer gelezen.